Pagina’s van een oud bijbelmanuscript teruggevonden en weer leesbaar. ‘Spectaculaire ontdekking’ Nieuws Meer dan veertig pagina’s uit een oud bijbelmanuscript werden als verloren beschouwd, maar wetenschappers hebben ze weer teruggevonden en hersteld. Die ontdekking is spectaculair, zegt hoogleraar Bert Jan Lietaert Peerbolte. Maaike LegemaatMaaike Legemaat dinsdag 5 mei 2026, 18:40 aangepast 20:32 De Codex H was gedeeltelijk uit elkaar gehaald, omdat perkament kostbaar was en werd hergebruikt. Op de foto: de Codex Sassoon. De Codex H was gedeeltelijk uit elkaar gehaald, omdat perkament kostbaar was en werd hergebruikt. Op de foto: de Codex Sassoon. beeld: ANP De Codex H is een oud manuscript met bijbelgedeelten, opgeschreven in de zesde eeuw. Het was echter niet meer compleet: een deel was verloren gegaan doordat perkamentvellen waren hergebruikt in andere boeken. Op die manier waren ze terechtgekomen in bibliotheken door heel Europa. Bovendien waren de teksten niet meer leesbaar.
Wetenschappers uit Glasgow en Groningen hebben 42 verloren pagina’s teruggevonden, en met nieuwe technieken kunnen achterhalen wat er in staat. Zo vonden ze onder andere een onbekende hoofdstukindeling van de brieven van Paulus.
‘Technisch ontzettend knap’ ‘Spectaculair’, noemt Bert Jan Lietaert Peerbolte, hoogleraar Nieuwe Testament aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, deze ontdekking. ‘Allereerst omdat ze een nieuwe techniek gebruikten, die we hiervoor nog niet hadden.’
Tekst loopt door onder de advertentie
Met behulp van lichtgolven hebben de onderzoekers de tekst, die van de vellen afgeschraapt was, weer kunnen lezen. Ze keken daarvoor naar de pagina’s ertegenover, waarop een vage spiegelafdruk van de inkt was achtergebleven. ‘Dat is technisch ontzettend knap onderzoek, en een enorme stap vooruit.’
Dit onderzoek opent ook mogelijkheden voor nieuwe ontdekkingen, denkt de hoogleraar. ‘We kunnen zo handschriften die we niet meer hebben steeds beter terughalen.’
Dat de tekst kon verdwijnen is niet zó verrassend, het gebeurde vaker dat kostbare vellen uit een boek opnieuw werden gebruikt. ‘Bij de Codex H gebeurde dat in een Grieks klooster in de dertiende eeuw. De monniken hadden te weinig perkament, haalden het geschrift uit elkaar, schraapten de inkt met puimsteen weg en gebruikten de lege vellen opnieuw in andere boeken.’
Andere opbouw Inhoudelijk ontdekten de wetenschappers ook iets nieuws: een oude hoofdstukindeling van de brieven van Paulus. ‘De hoofdstukindeling die we nu gebruiken, dateert uit de middeleeuwen’, zegt Lietaert Peerbolte. ‘Nu blijkt dus dat er al in de zesde eeuw een hoofdstukindeling in omloop was.’
Hoe de hoofdstukindeling er precies uitziet, moet nog blijken: die is pas in te zien als de gereconstrueerde vellen worden gepubliceerd. De wetenschappers bereiden een uitgave voor.
Wat zou het kunnen opleveren? ‘Zo’n hoofdstukindeling laat zien hoe de brieven van Paulus door de vroegchristelijke gemeenschappen werden gelezen. Dat kan de structuur van de bijbeltekst veranderen, en daarmee ook hoe je het leest. Door een andere retorische opbouw, krijg je een ander inzicht in de argumentatie.’
Als voorbeeld noemt Lietaert Peerbolte de passage uit 1 Korintiërs 8, waar Paulus spreekt over het eten van vlees dat is geofferd aan de afgoden. ‘Dat gedeelte kan je heel makkelijk verkeerd lezen. Hij lijkt te zeggen: je mag offervlees best eten, want de afgoden bestaan niet. Maar als je het geheel leest, zie je dat hij eindigt met: ik doe het zelf nooit. Dat maakt zijn conclusie anders.’
Hoe is de indeling van de Bijbel ontstaan? Wie zijn Bijbel anno 2026 openslaat, begint te lezen bij Genesis 1:1. Die nummers stonden er eeuwenlang niet bij. Pas in de middeleeuwen kwam er een standaard indeling in hoofdstukken en verzen, vertelt hoogleraar Bert Jan Lietaert Peerbolte van de Vrije Universiteit in Amsterdam.
‘Voor die tijd werd de Bijbel vaak niet door het gewone volk zelf gelezen. In de vroegchristelijke tijd was meer dan tachtig procent ongeletterd: de meeste gelovigen hoorden alleen uit de verschillende bijbelboeken voorlezen in de samenkomsten. Tot de middeleeuwen hóórden christenen alleen uit de Bijbel lezen in de kerk, in een liturgische setting. Zelf thuis aan de keukentafel uit de Bijbel lezen, dat is pas een relatief modern fenomeen.’
Omdat de Bijbel niet zo breed verspreid was, was er ook lange tijd geen behoefte aan een zelfde indeling in hoofdstukken en verzen. ‘In de middeleeuwen vond men het toch wel handig om snel te kunnen verwijzen naar verschillende passages, dus kwam er een hoofdstukindeling. De verzen kwamen er pas in de zestiende eeuw bij.’
Dat had alles te maken met Maarten Luther, én de uitvinding van de drukpers. ‘Luther wilde de Bijbel verspreiden in de volkstaal, en dat werd mogelijk gemaakt door de drukpers.’
Vanaf dat moment werd daarom één standaard indeling in hoofdstukken en verzen gebruikt. Daar zijn hedendaagse Nederlandse vertalingen ook op gebaseerd.
Nieuws Houten 2026
Gemeentestukken 2026
Gemeentenieuws 2026