Ga naar hoofdinhoud. Sla menu over, ga naar het artikel
Mijn ND Abonneer Nieuws Geloof Opinie Mensen Cultuur Vacatures
Nieuws Krant Podcasts Puzzels Mijn nieuws
Luisteren ‘Waar ben ik in beland?’, dacht CU’er Eppo Bruins die voor NSC minister werd. Toch zou hij het weer doen Interview Eppo Bruins liet de ChristenUnie achter en werd onderwijsminister in een kabinet van chaos en wantrouwen. Hij zag dat de ‘machtsmachine van de VVD’ korte metten maakte met de NSC-droom. Een gesprek over verziekte verhoudingen, gelekte appjes en zielenzalf. Gerard BeverdamNiels van den Bovenkamp donderdag 18 december 2025, 10:34 aangepast 22:16 Eppo Bruins: 'Rond de vorige kerstvakantie zat ik er echt doorheen. Via de kranten werd ik door verschillende anonieme collega’s neergezet als de minister van ''kan niks, doet niks, wil niks, mag niks'’.' Eppo Bruins: 'Rond de vorige kerstvakantie zat ik er echt doorheen. Via de kranten werd ik door verschillende anonieme collega’s neergezet als de minister van ''kan niks, doet niks, wil niks, mag niks'’.' beeld: Carel Schutte Den Haag
Eppo Bruins voelde zich geroepen tot het ministerschap, ook door God. Maar het was allemaal nog veel lelijker dan hij vooraf had bedacht. ‘Ja, daarover hoef ik geen moment te twijfelen.’ De dollemansrit eindigde voor Bruins in augustus, toen buitenlandminister Caspar Veldkamp aftrad en de andere NSC-bewindslieden hem volgden.
Waar zat die lelijkheid in?
‘Gedeeltelijk gaat het dan over de bezuinigingen op onderwijs. Maar ook over hoe het er echt aan toegaat. Op het hoogste politieke niveau gaat het maar heel weinig over de inhoud. Het gaat over belangen, macht en beeldvorming.
Tekst loopt door onder de advertentie Er zijn nu nog maar twee partijen over in het demissionaire kabinet en zelfs nu is het nog knokken voor je leven. Als minister vond ik het geweldig om in de Kamer te debatteren en met mensen op het ministerie te werken. Maar in de ministerraad en de coalitie ...’
Hoe erg was het daar?
‘Het gaat dus gewoon volstrekt niet over inhoud. Dat heeft me wel doen beseffen dat ik voor dat stukje van de baan niet heel geschikt ben. Ik wil praten over waarom iets goed of slecht is voor het land.
‘Ik heb van mijn ambtenaren begrepen dat ze het op deze manier nog nooit hadden meegemaakt.’ Maar ik merkte dat succes er niet mocht zijn, omdat alles altijd werd uitgelegd als een nederlaag voor de ander. Ik heb van mijn ambtenaren begrepen dat ze het op deze manier nog nooit hadden meegemaakt.’
Wie was de belangrijkste aanjager van die sfeer?
‘Er waren veel bewindspersonen die geen ervaring hadden in de landelijke politiek, maar de VVD was wel ervaren en bedreven in het spel. Ik zag gefrustreerde bewindspersonen die probeerden er iets doorheen te krijgen, maar die tegen een geoliede machine aanliepen.’
We hebben het dan over PVV-bewindslieden versus de VVD?
‘Bijvoorbeeld ja. De frustratie die eruit sprak toen Wilders begin juni de stekker eruit trok, was een frustratie die ik al maandenlang in het kabinet zag. In de beeldvorming was het altijd NSC dat dwars lag vanuit een soort hoogverheven morele positie.
Terwijl wij als NSC’ers dachten: waarom moeten wij als enige zo knokken voor de rechtsstaat? Waarom helpt de VVD ons niet? Maar die waren te druk met het spel. Zij lieten ons knokken, om tegen de buitenwereld te kunnen zeggen dat NSC alles tegenhoudt. Dat is ze behoorlijk gelukt ook.’
Was premier Schoof in staat zulke kwesties in goede banen te leiden?
‘Mijn conclusie - en die hebben anderen ook al getrokken - is dat een premier zonder machtsbasis in een coalitiepartij eigenlijk geen macht heeft. Ook als individuele minister heb je weinig macht.
Want als iemand in de ministerraad zegt: ‘’ik accepteer dit niet’’, dan is er geen unanimiteit en gebeurt het dus niet. Als minister heb je vooral macht om dingen van anderen te blokkeren en dat is dus wat er voortdurend gebeurt.’
Is dat dan ook de reden dat het kabinet-Schoof een coalitie van stilstand, blokkades en amateurisme was?
‘Er was stilstand en blokkade, net zoals in voorgaande kabinetten. We zitten al tien jaar lang vast in het stikstofdossier; geen enkel kabinet krijgt het tot nu toe vlotgetrokken.
Migratie is net zo’n thema. Het lukt niet om stappen te zetten, als de macht juist ligt in het blokkeren van de stappen die nodig zijn.’
‘Week na week werd weer een andere NSC-minister een kopje kleiner gemaakt.’ Maar het valt toch ook niet te ontkennen dat het kabinet waar u deel van uitmaakte erg amateuristisch opereerde. Als we het bijvoorbeeld hebben over asielminister Marjolein Faber van de PVV …
‘Kijk, Marjolein Faber deed niet mee aan het spel van heel voorzichtig opereren en dan kijken of je iets kunt uitruilen om het door de ministerraad te krijgen.
Zij was iemand die binnens- en buitenskamers precies hetzelfde zei. Los van de inhoud had dat misschien nog wel iets verfrissends ook.’
Dat is misschien verfrissend, maar toch ook amateurisme?
‘Het is in elk geval niet de manier om dingen voor elkaar te krijgen in een arena waar je afhankelijk bent van de gunfactor van de ander.’
Dacht u weleens: waar ben ik in beland?
‘Jawel, jazeker.’
Hoe vaak?
‘Nou, wekelijks. Iedere vrijdag (bij de ministerraad, red.) en iedere dinsdag (bij de onderraden, red.). Nee, alle gekheid op een stokje. Gelukkig had ik niet iedere week een eigen stuk dat erdoorheen moest. Maar er was natuurlijk wel elke week gedoe.’
Is het niet frustrerend dat uw naam verbonden is aan zo’n kabinet?
‘Ik ben op dit moment bezig met een verbouwing. Die bouwvakkers zien helemaal geen verschil tussen kabinetten. Die zien gewoon Den Haag als een wereld die maar wat doet.’
Maar ú heeft dat beeld scherper.
‘Ja, ik heb het op onderdelen ervaren als heel onaangenaam. En toch, als ik de keuze weer zou moeten maken, zou ik het toch opnieuw doen - maar dan met meer buikpijn.
Want het is wel de plek waar belangrijke keuzes gemaakt worden. Misschien niet altijd op een mooie manier, maar democratie draait uiteindelijk ook om botsende belangen.’
Tekst loopt door onder de advertentie Is er een moment geweest dat u dacht: ik word hier zo door bezoedeld, dit wil ik niet langer?
‘Rond de vorige kerstvakantie zat ik er echt doorheen. Via de kranten werd ik door verschillende anonieme collega’s neergezet als de minister van ‘’kan niks, doet niks, wil niks, mag niks’’. Of, nog erger, hij is niet competent genoeg om zijn begroting erdoor te krijgen.’
Kwam dat verhaal ook uit de ‘machtsmachine’ van de VVD?
‘Er was een belang om mij zo af te schilderen. De boodschap was blijkbaar dat anderen wel iets doen en wel competent zijn. Week na week werd weer een andere NSC-minister een kopje kleiner gemaakt.’
Feitelijk stond u ook buitenspel, toch? Constructieve oppositiepartijen moesten uw begroting redden.
‘Dat is hun beeld tegenover het mijne.’
Lees verder onder de foto.
Eppo Bruins: ‘De ChristenUnie is een genadige partij.’ - beeld: Carel Schutte
Wat is uw beeld?
‘De enige manier om tot een goedgekeurde begroting te komen was een forse reparatie van de bezuinigingen. Dat was mij volstrekt helder.
Die reparatie moest van de oppositie komen. Die kon nooit van mij komen, want ik had het hoofdlijnenakkoord getekend. Het beste wat ik kon doen, was niet bij het overleg zijn.’
Over onderling vertrouwen gesproken: D66 en CDA proberen nu een kabinet te formeren met de VVD. Jetten en Bontenbal lijken elkaar te vertrouwen. Er schuift met de VVD een partij aan die u als machtsmachine duidt.
‘Het wordt heel spannend nu er een ervaren partij bij komt, die al twee keer op rij verkiezingen heeft verloren. Die partij heeft het nodig dat er de volgende keer wél winst komt. Twee keer is de VVD in een kabinet gestapt met het idee dat het niet lang gaat duren.
Beide keren is dat uitgekomen. Als de VVD nu opnieuw in een kabinet stapt met als doel de volgende verkiezingen te winnen, dan komt er nooit vertrouwen. Wat je dan ook met elkaar afspreekt, het wordt toch geschonden.’
Dat is wel cynisch …
‘Ja, of realistisch. Je maakt afspraken voor het moment. Het is echt mensenwerk. Op een gegeven moment wordt je zo hard pijn gedaan dat je weet dat je elkaar niet meer kunt vertrouwen.’
‘Het opstappen van het NSC-smaldeel heeft de mensen in Gaza niet geholpen.’ Wanneer kreeg u door dat het kabinet-Schoof geen lang leven beschoren zou zijn?
‘Pieter Omtzigt heeft ons vanaf de allereerste week gewaarschuwd: dit gaat mis. Hij zei tegen ons dat als we niet de hakken in het zand zouden zetten, de VVD een voordeel zou hebben. Maar week na week werden we afgetroefd door het VVD-smaldeel.’
Kunt u daarvan een voorbeeld noemen?
‘De grootste deceptie voor NSC is geweest hoe het is gegaan rond het constitutioneel hof. Dat zou er komen om wetten te toetsen aan de Grondwet. Het was een NSC-speerpunt dat in het hoofdlijnenakkoord was vastgelegd. Op een gegeven moment zei de VVD: prima zo’n hof, maar we hebben nooit vastgelegd dat zo’n hof wetten gaat toetsen aan de Grondwet.
Ja, waarom zou je anders überhaupt een constitutioneel hof willen? Op zo’n moment denk je: in welk toneelspel ben ik terechtgekomen? NSC is er buitengewoon slecht uitgekomen qua imago. Om een ander beeld neer te zetten, hadden we een spindoctor nodig, maar die hadden we niet.’
Net voor de zomer viel het kabinet en aan het einde van de zomer opnieuw. NSC-minister Caspar Veldkamp stapte op omdat het kabinet geen nieuwe maatregelen tegen Israël wilde nemen. Hoe heeft u dat beleefd?
‘Veldkamp overviel ons met zijn vertrek. Toen lag meteen de vraag op tafel: wat doen wij als NSC-collega’s? De verhoudingen waren fifty-fifty. Toen heb ik tegen Eddy van Hijum (de nieuwe NSC-voorman, red.) gezegd: jij moet besluiten. Wat je ook beslist, ik volg. Zelf wilde ik graag doorgaan.’
Veldkamp wilde meer maatregelen nemen tegen Israël. Was u het daarmee eens?
‘Het opstappen van het NSC-smaldeel heeft de mensen in Gaza niet geholpen. Je kunt wel willen deugen, maar het moet de mensen helpen.’
Maar e