C-Archief

8153 bookmarks
Newest
Staatssecretaris verbiedt overname bedrijf achter DigiD
Staatssecretaris verbiedt overname bedrijf achter DigiD
De overname van het bedrijf achter DigiD (Solvinity) door het Amerikaanse Kyndryl wordt door staatssecretaris Willemijn Aerdts (D66) van Digitale Economie en Soevereiniteit verboden. Ze doet dat op advies van het Bureau Toetsing Investeringen (BTI).
·binnenlandsbestuur.nl·
Staatssecretaris verbiedt overname bedrijf achter DigiD
Gezocht: AI-tooling voor Woo-afhandeling
Gezocht: AI-tooling voor Woo-afhandeling
Gesneden koek voor de een, een prille ontdekkingstocht voor de ander: AI-toepassingen voor de Woo-afhandeling zijn inmiddels core business bij Reveal ZyLAB, maar veel overheden aarzelen nog en het kabinet is pas sinds begin dit jaar begonnen met een actieve verkenning. Welke verantwoorde AI-tooling is het meest kansrijk om doorlooptijden flink te verkorten en miljoenen euro’s per jaar te besparen? ‘Wat het kabinet zoekt, doen we bij Reveal ZyLAB allemaal al. Doordacht en op een…
·binnenlandsbestuur.nl·
Gezocht: AI-tooling voor Woo-afhandeling
‘Reserveer datacenterruimte voor Europese partijen’
‘Reserveer datacenterruimte voor Europese partijen’
Europa moet meer gaan samenwerken om te zorgen dat datacenterruimte wordt vrijgehouden voor Europese partijen. Dat zegt de Amsterdamse wethouder Scholtes (ICT en Digitale Stad, D66) vandaag tijdens de SXSW Summit in Londen.
·binnenlandsbestuur.nl·
‘Reserveer datacenterruimte voor Europese partijen’
Besluit veilige jaarwisseling.
Besluit veilige jaarwisseling.
Advies over het Besluit veilige jaarwisselingDe Afdeling advisering van de Raad van State heeft op 27 mei 2026 het advies vastgesteld over het ontwerpbesluit om het Vuurwerkbesluit en het Besluit vervoer gevaarlijke stoffen te wijzigen in verband met de Wet veilige jaarwisseling (Besluit veilige jaarwisseling). Het advies is op 1 juni 2026 gepubliceerd op de website van de Raad van State.VuurwerkverbodMet ingang van de jaarwisseling 2026-2027 geldt een vuurwerkverbod voor particulieren. Dit is geregeld in de Wet veilige jaarwisseling. Deze wet bevat een bepaling waardoor een uitzondering op het verbod mogelijk is. De burgemeester kan namelijk een ontheffing verlenen aan een groep burgers die zich hebben georganiseerd in een vereniging of stichting. Dit advies gaat over het ontwerpbesluit waarmee de regering regels stelt voor deze ontheffingsmogelijkheid.Inhoud ontwerpbesluitHet ontwerpbesluit bevat regels voor de aanvrager van de ontheffing, de plaats waar het vuurwerk mag worden afgestoken, de personen die het afsteken (deze moeten minimaal 18 jaar zijn) en de afsteektijden. Houders van een ontheffing mogen maximaal 200 kg vuurwerk kopen. De regering wil zoveel mogelijk ruimte bieden aan gemeenten om het vuurwerk te organiseren en vertrouwen geven aan verenigingen en stichtingen die een ontheffing aanvragen. Dit betekent dat in het ontwerpbesluit weinig regels worden gesteld.Laagdrempelige toegangDe Afdeling advisering plaatst vraagtekens bij de keuze van de regering voor een laagdrempelige toegang tot ontheffingen. Dit staat op gespannen voet met het centrale doel van de wet, te weten een veilige jaarwisseling door het instellen van een algemeen vuurwerkverbod. Het zorgt daarnaast voor complicaties bij de uitvoering en de handhaving. Om tot een betere balans te komen en de veiligheidsrisico’s zoveel mogelijk te beperken, is het belangrijk dat het ontwerpbesluit heldere kaders stelt en dat adequaat wordt gehandhaafd.Heldere veiligheidsnormenHet ontwerpbesluit stelt geen minimale veiligheidsafstand tussen de plaats waar het vuurwerk wordt afgestoken en het publiek. Dit wordt overgelaten aan de burgemeester. Om minimale veiligheidsafstanden te bepalen is het echter noodzakelijk de veiligheidsrisico’s in te schatten die zijn verbonden aan het af te steken vuurwerk. Daardoor ligt het in de rede om dit wel te regelen in het ontwerpbesluit. Heldere landelijke regls geven ook houvast aan de burgemeester. Daarom adviseert de Afdeling om wel minimale veiligheidsafstanden op te nemen in het ontwerpbesluit.Lokale bindingEr is niet voorgeschreven dat een aanvrager een binding moet hebben met de gemeente waar de aanvraag wordt gedaan. Ook dit staat op gespannen voet met de wet omdat in de toelichting op die wet staat dat de uitzondering is bedoeld voor dorps- en buurtverenigingen en dus uitgaat van een lokale binding. Op de manier zoals het in het ontwerpbesluit wordt geregeld, kunnen landelijke verenigingen overal ontheffingen aanvragen en op grotere schaal vuurwerk aankopen. Ook kunnen verenigingen aanvragen doen in meerdere gemeenten als in hun eigen gemeente eisen gelden waar ze niet aan kunnen voldoen of als daar helemaal geen ontheffingen worden verleend. Dit ondergraaft de bedoeling van de wetgever. De Afdeling adviseert de regering daarom de eis van lokale binding in het ontwerpbesluit op te nemen.HandhavingHandhaving van de ontheffingen is een taak van de gemeenten, die daarvoor in beginsel buitengewone opsporingsambtenaren (boa’s) inzetten. Maar deze boa’s zijn volgens de gemeenten rond de jaarwisseling niet of nauwelijks op straat vanwege de gevaarlijke situatie. De toelichting bij het ontwerpbesluit geeft geen inzicht in de vraag hoe de handhaving dan wordt geregeld. De afwezigheid van toezicht kan voor minder naleving en potentieel meer gevaar zorgen, wat de vraag oproept of het dan wel verantwoord is om ontheffingen te verlenen. De Afdeling adviseert de regering om in de toelichting in te gaan op de vraag hoe het ontwerpbesluit adequaat wordt gehandhaafd.ConclusieDe Afdeling advisering heeft dus een aantal bezwaren bij het ontwerpbesluit en adviseert de regering dit besluit niet te nemen, tenzij het is aangepast.
·raadvanstate.nl·
Besluit veilige jaarwisseling.
Verzoek van de Eerste Kamer om voorlichting naar aanleiding van adviezen van de Gezondheidsraad over gezondheidsrisico's van geitenhouderijen.
Verzoek van de Eerste Kamer om voorlichting naar aanleiding van adviezen van de Gezondheidsraad over gezondheidsrisico's van geitenhouderijen.
Voorlichting over gezondheidsproblematiek rond geitenhouderijenDe Eerste Kamer heeft de Afdeling advisering van de Raad van State om voorlichting gevraagd in verband met de gezondheidsproblematiek rond geitenhouderijen. Daarbij zijn aan de Afdeling advisering drie vragen voorgelegd. De aanleiding voor het vragen van deze voorlichting zijn twee recente adviezen van de Gezondheidsraad over de gezondheidseffecten van wonen in de buurt van geitenhouderijen. De Gezondheidsraad heeft daarin aanbevelingen geformuleerd om gezondheidsrisico’s in de omgeving van geitenhouderijen te voorkomen of te beperken.Rol voorzorgsbeginselBij de beantwoording van de vragen in het voorlichtingsverzoek is van belang dat het zogeheten voorzorgsbeginsel in stappen wordt toegepast. De eerste stap omvat een risico-evaluatie. Dit is een zo objectief en volledig mogelijke beoordeling van de wetenschappelijke gegevens over mogelijke schadelijke gevolgen van een verschijnsel, product of procedé. Als op grond daarvan een risico niet met zekerheid kan worden vastgesteld, is sprake van een situatie waarop het voorzorgsbeginsel ziet. Het gaat hier om de toepasselijkheid van dit beginsel.Als het voorzorgsbeginsel van toepassing is, dan is het treffen van maatregelen geen vereiste. De toepasselijkheid van het voorzorgbeginsel brengt dat niet automatisch mee. Als tweede stap moet de overheid wel de vraag stellen of het gewenst is om maatregelen te nemen. Bij het geven van antwoord op die vraag is een bestuurlijke afweging nodig, waarbij sprake is van beleidsruimte. Wanneer die afweging leidt tot de conclusie dat het voorzorgbeginsel dwingt tot het nemen van maatregelen, dan is vervolgens de vraag welke maatregelen dat dan moeten zijn. Die maatregelen moeten voldoen aan vereisten als proportionaliteit.De Gezondheidsraad heeft in zijn eerste deeladvies geconcludeerd dat het voorzorgsbeginsel een grondslag geeft voor het treffen van maatregelen om de gezondheidsrisico’s voor omwonenden van geitenhouderijen te beperken. Het kabinet heeft deze conclusie overgenomen en de Eerste Kamer meegedeeld dat het nodig is om uit voorzorg maatregelen te treffen.BestuursbevoegdhedenDe Omgevingswet biedt een integraal kader voor regels over activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving. Het belang van de gezondheid kan daarbij worden betrokken. De Omgevingswet geeft bevoegdheden die betrekking hebben op de inrichting van de fysieke leefomgeving (ruimtelijke spoor) en bevoegdheden ten aanzien van het verrichten van milieubelastende activiteiten (milieuspoor). Bij ruimtelijke afwegingen moet in ieder geval rekening worden gehouden met het belang van de bescherming van de gezondheid.In het ruimtelijke spoor bestaan voor de verschillende overheden verschillende bevoegdheden: De gemeentelijke bestuursorganen – de gemeenteraad of het college van burgemeester en wethouders – kunnen beperkingen stellen aan geitenhouderijen met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Ook kunnen zij zorgen voor een ruimtelijke scheiding van functies tussen bestaande geitenhouderijen en nieuwe gevoelige functies, zoals nieuwe woningen in de buurt. Provinciale staten kunnen via een omgevingsverordening regulerend optreden, bijvoorbeeld door een geitenmoratorium in te stellen. Het Rijk kan sturing geven aan de inhoud van een omgevingsplan of een omgevingsverordening door middel van instructieregels. Daarvoor kan aanleiding zijn bij een nationaal belang dat provincies of gemeenten niet doelmatig en doeltreffend kunnen behartigen. Het Rijk heeft tot dusver geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om instructieregels op te stellen voor geitenhouderijen. In het milieuspoor hebben bestuursorganen ook verschillende bevoegdheden om nadelige milieugevolgen voor de omgeving te beperken vanwege de aanwezigheid van geitenhouderijen. Zij kunnen bijvoorbeeld maatregelen voorschrijven die binnen een geitenhouderij moeten worden getroffen om nadelige milieugevolgen voor de omgeving zoveel mogelijk te beperken. Jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak biedt op dit moment echter geen ruimte om een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit uitsluitend uit voorzorg te weigeren.Bij gebruik van de verschillende bevoegdheden is steeds rechtsbescherming mogelijk voor belanghebbenden, zoals omwonenden of geitenhouders. Zij kunnen daarvoor terecht bij de bestuursrechter of de burgerlijke rechter. Toereikendheid van bevoegdhedenBestuursorganen van provincies en gemeenten hebben voldoende bevoegdheden om gezondheidsrisico’s in verband met de aanwezigheid van geitenhouderijen zoveel mogelijk te beperken, vooral in het ruimtelijke spoor. Dit neemt niet weg dat sturing op rijksniveau, zoals via de introductie van instructieregels, meer houvast zou kunnen bieden bij het uitoefenen van bestuursbevoegdheden dan nu het geval is.De mogelijkheden om in te grijpen in situaties waarbinnen bestaande, legale, geitenhouderijen dicht in de buurt van bestaande gevoelige functies zijn gevestigd, zijn beperkter. Zo lijken de mogelijkheden om gezondheidsrisico’s voor omwonenden in de buurt van bestaande geitenhouderijen uit voorzorg te verkleinen door regulering in het omgevingsplan beperkt. Hoewel de bevoegde bestuursorganen in het milieuspoor over enkele bevoegdheden beschikken om nadelige milieugevolgen voor de omgeving vanwege de aanwezigheid van geitenhouderijen te beperken, is bovendien ongewis in hoeverre de rechtspraak ruimte zal laten om een omgevingsvergunning voor een geitenhouderij als milieubelastende activiteit uitsluitend uit voorzorg aan te scherpen of in te trekken.
·raadvanstate.nl·
Verzoek van de Eerste Kamer om voorlichting naar aanleiding van adviezen van de Gezondheidsraad over gezondheidsrisico's van geitenhouderijen.
Schouder aan schouder – 1GNC voor Estland en Letland
Schouder aan schouder – 1GNC voor Estland en Letland
Het Duits-Nederlandse Legerkorps 1GNC (1 German-Netherlands Corps) krijgt medio dit jaar de rol van tactisch hoofdkwartier voor de NAVO. Daarmee neemt 1GNC een aansturende rol op zich aan de oostflank van de NAVO-verdragsgebied, specifiek in de regio Estland en Letland. De inzet van een extra tactisch hoofdkwartier in de regio versterkt de samenhang binnen de NAVO en draagt bij aan de afschrikking van Rusland.
·rijksoverheid.nl·
Schouder aan schouder – 1GNC voor Estland en Letland
Meer onderzoek nodig voor herziening verdeling gemeentefonds
Meer onderzoek nodig voor herziening verdeling gemeentefonds
In een brief aan de Tweede Kamer laten de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de staatssecretaris van Financiën weten dat meer onderzoek nodig is voor de herziening van de verdeling van de middelen uit het gemeentefonds. Hiermee wordt het advies over de herverdeling van de Raad van Openbaar Bestuur (ROB) en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) opgevolgd. Verder wordt, conform het advies van de ROB, het ingroeipad voor de jaren 2027 en 2028 bevroren op het huidige niveau. Het huidige niveau van het ingroeipad wordt wel geïndexeerd. Een volgende stap is voorzien per 1 januari 2029.
·rijksoverheid.nl·
Meer onderzoek nodig voor herziening verdeling gemeentefonds
Steun voor bouw 13.000 huizen
Steun voor bouw 13.000 huizen
Minister Boekholt-O’Sullivan (Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening) steunt met ruim € 77 miljoen de bouw van 13.000 woningen waarvan 9000 in het betaalbare segment. Dat schrijft ze aan de Tweede Kamer.
·rijksoverheid.nl·
Steun voor bouw 13.000 huizen
Kabinet maakt eerste inventarisatie voor 1,5% van de NAVO-norm richting 2035
Kabinet maakt eerste inventarisatie voor 1,5% van de NAVO-norm richting 2035
Nederland heeft dit jaar voor het eerst gerapporteerd over de bredere veiligheids-en defensie gerelateerde uitgaven. Hierin gaat het dus naast de 3,5% ook om de 1,5% die alle NAVO-landen in 2035 moeten uitgeven aan bredere veiligheidsuitgaven. Voor de 1,5% is onder coördinatie van het ministerie van Justitie en Veiligheid in afstemming met Defensie en Buitenlandse Zaken onderzocht welke huidige uitgaven van alle departementen volgens de NAVO-definitie kunnen worden toegerekend tot de 1,5%-norm. Deze inventarisatie telt op tot € 17,45 miljard en een percentage van 1,4 conform de Nederlandse berekenwijze.
·rijksoverheid.nl·
Kabinet maakt eerste inventarisatie voor 1,5% van de NAVO-norm richting 2035
Antwoord op vragen VVD over de nieuwe persrichtlijn van de rechtspraak | De Nederlandse Grondwet
Antwoord op vragen VVD over de nieuwe persrichtlijn van de rechtspraak | De Nederlandse Grondwet

Antwoord op vragen VVD over de nieuwe persrichtlijn van de rechtspraak Kamer Tweede Kamer status beantwoord vraag datum 10 maart 2025 vraag antwoord 14 mei 2025 Tweede Kamer der Staten-Generaal Vergaderjaar 2024-2025

Aanhangsel van de Handelingen Vragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door de regering gegeven antwoorden 2188 Vragen van het lid Ellian (VVD) aan de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid over de nieuwe persrichtlijn van de rechtspraak (ingezonden

10 maart 2025).

Antwoord van Staatssecretaris Struycken (Justitie en Veiligheid) (ontvangen

14 mei 2025). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2024-2025, nr. 1792.

Vraag 1

Bent u bekend met het opiniestuk «De rechtspraak holt zelf de rechtsstaat uit», geschreven door de gezamenlijke rechtbankverslaggevers en de Nederlandse Vereniging van Journalisten?

Antwoord 1

Ja, ik ben bekend met dit opiniestuk uit de Telegraaf van 7 maart 2025.1

Vraag 2

Waarom is de Raad voor de rechtspraak voornemens de voorinzage voor geaccrediteerde rechtbankjournalisten in dagvaardingen te beperken?

Antwoord 2

Voor het antwoord op deze vraag heb ik navraag gedaan bij de Raad voor de rechtspraak. Bij de gemaakte keuzes rond de persrichtlijn2 is de waarde van openbaarheid van rechtspraak in relatie tot de belangen van journalisten/ media bij het informeren van het publiek het meest zwaarwegend geweest. Waar het onvermijdelijk was is, bij hoge uitzondering, (groter) belang gehecht aan privacy en veiligheid van betrokkenen, zoals procespartijen en procesdeelnemers. Gelet op het belang van privacy en veiligheid wordt een dagvaarding niet meer standaard verstrekt, zoals volgens de bestaande persrichtlijn, maar alleen als de journalist daarom verzoekt. De informatie die de Rechtspraak aan de pers verstrekt, moet journalisten in staat stellen de afweging te maken of een zitting relevant genoeg is om bij te wonen en er

1 Het opiniestuk is van de gezamenlijke rechtbankverslaggevers van Nederland en de Nederlandse Vereniging van Journalisten, vertegenwoordigd door respectievelijk Jermaine Ellenkamp, Saskia Belleman en Thomas Bruning.

2 Zie Persrichtlijn 2025. De persrichtlijn informeert journalisten over de medewerking die zij van de Rechtspraak mogen verwachten en over de regels die voor journalisten gelden in gerechtsgebouwen.

ah-tk-20242025-2188

ISSN 0921 - 7398 's-Gravenhage 2025

verslag van te doen. In de persrichtlijn 2025 is beschreven hoe de Rechtspraak de informatievoorziening aan journalisten met verrijkte zittingslijsten bij alle gerechten gaat vormgeven. De informatie op de verrijkte zittingslijsten betreft: datum, plaats, tijdstip van de zitting, namen van de procespartijen, naam en leeftijd van de verdachte, namen en leeftijden van slachtoffers (met uitzondering van minderjarige slachtoffers, dan wordt volstaan met de enkele aanduiding «minderjarige slachtoffer» en het geslacht) en een korte omschrijving/samenvatting van de zaak.

De persrichtlijn 2025 kent twee belangrijke wijzigingen ten opzichte van de persrichtlijn uit 2013.

Alleen geaccrediteerde journalisten hebben voortaan toegang tot speciale persfaciliteiten, waarbij gedacht kan worden aan informatie over rechtszaken die op de rol staan of het maken van opnames tijdens een zitting. De tweede wijziging betreft het uniformeren van de informatievoorziening aan journalisten. Naast het bewerkstelligen van een uniforme werkwijze wil de Rechtspraak met de herziene persrichtlijn de openbaarheid van de rechtspraak vergroten, met inachtneming van de veiligheid van de betrokkenen bij een zitting.

De persrichtlijn uit 2013 is in 2023 geëvalueerd. De evaluatie bestond uit een enquête en interviews. Rechters, officieren van justitie, advocaten, journalisten en persvoorlichters van de Rechtspraak zijn bevraagd. Op basis van deze evaluatie en daaropvolgende gesprekken is de herziene Persrichtlijn 2025 tot stand gekomen.

Vraag 3

Hoe kunnen geaccrediteerde rechtbankjournalisten dan beoordelen wat een nieuwsrelevante zaak is?

Antwoord 3

In het antwoord op vraag 2 staat beschreven welke informatie de Rechtspraak aan de pers verstrekt.

Vraag 4

Op welke wijze is het beginsel van openbaarheid van rechtspraak en zijn de beginselen als gelijke behandeling en rechtszekerheid gewogen bij dit voorgenomen besluit?

Antwoord 4

Graag verwijs ik naar de beantwoording van vraag 2.

Vraag 5

Waarom maakt de rechtspraak het steeds moeilijker voor journalisten om schriftelijk, visueel en audiovisueel verslag te doen van zittingen door steeds meer restricties op te leggen, persruimtes op te heffen, of slechts geanonimiseerde samenvattingen te verstrekken?

Antwoord 5

De Rechtspraak is doordrongen van de belangrijke rol die de pers vervult in het controleren van de rechtspraak en zal binnen de mogelijkheden zoveel mogelijk behulpzaam zijn aan journalisten. De Raad voor de rechtspraak benadrukt dat er wettelijke uitzonderingen gelden op de openbaarheid van rechtspraak, omdat rekening moet worden gehouden met de belangen van de personen die bij de zittingen en de uitspraken betrokken zijn, zoals het belang bij bescherming van de privacy. Ook moeten advocaten, officieren van justitie en rechters hun werk zonder belemmeringen kunnen doen. Ook kan soms vanwege veiligheidsrisico's de openbaarheid beperkt worden.

De Raad voor de rechtspraak is niet bekend met het opheffen van persruimtes. Verder wordt, zoals in het antwoord op vraag 2 is verwoord, een dagvaarding nog wel verstrekt als de journalist daarom verzoekt.

Vraag 6

Wat vindt u van deze restricties?

Antwoord 6

De pers vervult een belangrijke controlerende rol in het functioneren van de rechtspraak. Berichtgeving in de media over rechtszaken stelt burgers en andere geïnteresseerden in staat zich een beeld te vormen over recht en rechtspraak in Nederland. De pers kan zo een bijdrage leveren aan het vertrouwen van burgers in de rechtspleging en in het verlengde daarvan in de rechtsstaat. Zoals hiervoor geschetst, heeft de Rechtspraak bij het opstellen van de persrichtlijn aan de waarde van openbaarheid van rechtspraak in relatie tot de belangen van journalisten/media de zwaarstwegende betekenis toegekend en uitsluitend waar het onvermijdelijk was, bij hoge uitzondering, (groter) belang gehecht aan de privacy en veiligheid van betrokkenen. Ik onderschrijf die uitgangspunten.

De Raad voor de rechtspraak benadrukt dat, met de informatie die de Rechtspraak aan de pers verstrekt, journalisten voldoende in staat worden gesteld een afweging te maken of een zitting relevant genoeg is om bij te wonen en, indien een zitting is bijgewoond, zij er verslag van kunnen doen en zo hun controlerende rol goed kunnen vervullen. Ik ga ervan uit dat de Rechtspraak die toezegging gestand doet.

Het feit dat dagvaardingen niet meer standaard worden verstrekt aan journalisten, maar alleen als de journalist daarom verzoekt, acht ik begrijpelijk. In de literatuur is erop gewezen dat het categorisch ter beschikking stellen van niet-geanonimiseerde afschriften van dagvaardingen zich slecht verdraagt met de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) omdat dan niet voorafgaand aan de gegevensverstrekking kan worden beoordeeld of deze noodzakelijk is.1 Volgens de Hoge Raad is het in beginsel aan de gerechten hoe de verplichting om journalisten adequaat te informeren over aankomende (straf)zaken vorm wordt gegeven en moeten zij de effectieve openbaarheid van rechtspleging en de bescherming van persoonsgegevens zoveel mogelijk met elkaar verenigen.2 De Hoge Raad bracht hierbij in herinnering dat de gerechten daarbij op grond van artikel 5 AVG niet meer persoonsgegevens mogen verwerken dan noodzakelijk is voor de doeleinden waarvoor zij worden verwerkt.

Vraag 7

Wat vindt u ervan dat rechters en officieren van justitie in toenemende mate anoniem blijven, en zij dus ook niet bij naam mogen worden genoemd of niet in beeld mogen worden gebracht, vanwege veiligheidsredenen?

Antwoord 7

Ik onderschrijf het uitgangspunt in de persrichtlijn dat de geaccrediteerde pers tijdens openbare zittingen beeld- en geluidsopnamen mag maken en dat de rechter slechts in uitzonderlijke gevallen van dat uitgangspunt kan afwijken en beperkingen kan aanbrengen.

Tijdens het commissiedebat slachtofferbeleid van 16 oktober 20243 heb ik uw Kamer toegezegd in een onderzoek te betrekken hoe de openbaarheid van strafzittingen kan worden geborgd indien de veiligheidsbelangen van actoren in de rechtspraak worden bedreigd. Dit onderzoek zal dit voorjaar van start gaan. De verwachting is dat begin 2026 rapport wordt uitgebracht. Ik wil de uitkomsten daarvan afwachten.

Vraag 8

Vindt u dat de rechtspraak op dit moment voldoende openbaar is, gelet op het bepaalde in artikel 121 Grondwet? Zo ja of nee, waarom?

Antwoord 8

Ik heb geen aanwijzingen dat de openbaarheid van de rechtspraak op dit moment niet geborgd is. In artikel 121 van de Grondwet en in artikel 6 van het EVRM is bepaald dat zittingen en uitspraken in de regel openbaar zijn. Om de openbaarheid te waarborgen en actief te faciliteren, o.a. ten behoeve van journalisten die overwegen een zitting bij te wonen, zet de rechtspraak

een aantal middelen in. Deze middelen zijn onder meer: het delen van de zittingslijsten en in sommige gevallen de tenlasteleggingen met journalisten voorafgaand aan de eerste zitting, het faciliteren van livestreams van zittingen waardoor meer mensen zittingen kunnen volgen, het publiceren van uitspraken en deze regelmatig actief delen met een nieuwsbrief via sociale media, het bieden van een toelichting op de zaak door persrechters aan de media en het zelf actief belichten van uitspraken in onder andere nieuwsbrieven en het jaarverslag. Beperkingen op de openbaarheid zijn zoals aangegeven in het antwoord op de vragen 2, 4 en 5 onder bepaalde zwaarwegende omstandigheden in sommige gevallen noodzakelijk.

Vraag 9

Bent u bereid om op korte termijn met de Raad voor de rechtspraak in gesprek te gaan over de voorgenomen nieuwe

Antwoord op vragen VVD over de nieuwe persrichtlijn van de rechtspraak Kamer Tweede Kamer status beantwoord vraag datum 10 maart 2025 vraag antwoord 14 mei 2025 Tweede Kamer der Staten-GeneraalVergaderjaar 2024-2025Aanhangsel van de HandelingenVragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door de regering gegeven antwoorden2188Vragen van het lid Ellian (VVD) aan de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid over de nieuwe persrichtlijn van de rechtspraak (ingezonden10 maart 2025).Antwoord van Staatssecretaris Struycken (Justitie en Veiligheid) (ontvangen14 mei 2025). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2024-2025, nr. 1792.Vraag 1Bent u bekend met het opiniestuk «De rechtspraak holt zelf de rechtsstaat uit», geschreven door de gezamenlijke rechtbankverslaggevers en de Nederlandse Vereniging van Journalisten?Antwoord 1Ja, ik ben bekend met dit opiniestuk uit de Telegraaf van 7 maart 2025.1Vraag 2Waarom is de Raad voor de rechtspraak voornemens de voorinzage voor geaccrediteerde rechtbankjournalisten in dagvaardingen te beperken?Antwoord 2Voor het antwoord op deze vraag heb ik navraag gedaan bij de Raad voor de rechtspraak. Bij de gemaakte keuzes rond de persrichtlijn2 is de waarde van openbaarheid van rechtspraak in relatie tot de belangen van journalisten/ media bij het informeren van het publiek het meest zwaarwegend geweest. Waar het onvermijdelijk was is, bij hoge uitzondering, (groter) belang gehecht aan privacy en veiligheid van betrokkenen, zoals procespartijen en procesdeelnemers. Gelet op het belang van privacy en veiligheid wordt een dagvaarding niet meer standaard verstrekt, zoals volgens de bestaande persrichtlijn, maar alleen als de journalist daarom verzoekt. De informatie die de Rechtspraak aan de pers verstrekt, moet journalisten in staat stellen de afweging te maken of een zitting relevant genoeg is om bij te wonen en er1 Het opiniestuk is van de gezamenlijke rechtbankverslaggevers van Nederland en de Nederlandse Vereniging van Journalisten, vertegenwoordigd door respectievelijk Jermaine Ellenkamp, Saskia Belleman en Thomas Bruning.2 Zie Persrichtlijn 2025. De persrichtlijn informeert journalisten over de medewerking die zij van de Rechtspraak mogen verwachten en over de regels die voor journalisten gelden in gerechtsgebouwen.ah-tk-20242025-2188ISSN 0921 - 7398 's-Gravenhage 2025verslag van te doen. In de persrichtlijn 2025 is beschreven hoe de Rechtspraak de informatievoorziening aan journalisten met verrijkte zittingslijsten bij alle gerechten gaat vormgeven. De informatie op de verrijkte zittingslijsten betreft: datum, plaats, tijdstip van de zitting, namen van de procespartijen, naam en leeftijd van de verdachte, namen en leeftijden van slachtoffers (met uitzondering van minderjarige slachtoffers, dan wordt volstaan met de enkele aanduiding «minderjarige slachtoffer» en het geslacht) en een korte omschrijving/samenvatting van de zaak.De persrichtlijn 2025 kent twee belangrijke wijzigingen ten opzichte van de persrichtlijn uit 2013.Alleen geaccrediteerde journalisten hebben voortaan toegang tot speciale persfaciliteiten, waarbij gedacht kan worden aan informatie over rechtszaken die op de rol staan of het maken van opnames tijdens een zitting. De tweede wijziging betreft het uniformeren van de informatievoorziening aan journalisten. Naast het bewerkstelligen van een uniforme werkwijze wil de Rechtspraak met de herziene persrichtlijn de openbaarheid van de rechtspraak vergroten, met inachtneming van de veiligheid van de betrokkenen bij een zitting.De persrichtlijn uit 2013 is in 2023 geëvalueerd. De evaluatie bestond uit een enquête en interviews. Rechters, officieren van justitie, advocaten, journalisten en persvoorlichters van de Rechtspraak zijn bevraagd. Op basis van deze evaluatie en daaropvolgende gesprekken is de herziene Persrichtlijn 2025 tot stand gekomen.Vraag 3Hoe kunnen geaccrediteerde rechtbankjournalisten dan beoordelen wat een nieuwsrelevante zaak is?Antwoord 3In het antwoord op vraag 2 staat beschreven welke informatie de Rechtspraak aan de pers verstrekt.Vraag 4Op welke wijze is het beginsel van openbaarheid van rechtspraak en zijn de beginselen als gelijke behandeling en rechtszekerheid gewogen bij dit voorgenomen besluit?Antwoord 4Graag verwijs ik naar de beantwoording van vraag 2.Vraag 5Waarom maakt de rechtspraak het steeds moeilijker voor journalisten om schriftelijk, visueel en audiovisueel verslag te doen van zittingen door steeds meer restricties op te leggen, persruimtes op te heffen, of slechts geanonimiseerde samenvattingen te verstrekken?Antwoord 5De Rechtspraak is doordrongen van de belangrijke rol die de pers vervult in het controleren van de rechtspraak en zal binnen de mogelijkheden zoveel mogelijk behulpzaam zijn aan
·denederlandsegrondwet.nl·
Antwoord op vragen VVD over de nieuwe persrichtlijn van de rechtspraak | De Nederlandse Grondwet
Nieuwe media mogen niet langer uit rechtbank worden geweerd - De Andere Krant
Nieuwe media mogen niet langer uit rechtbank worden geweerd - De Andere Krant

Nieuwe media mogen niet langer uit rechtbank worden geweerd

Pim Christiaans | Datum: 29 mei 2026

nieuwe-media-mogen-niet-langer-uit-rechtbank-worden-geweerd Van links naar rechts: Vrije journalisten Djamila le Pair, Rico Brouwer, medeoprichter en voorzitter van de VVJ Sander Compagner en hun advocaten Meike Terhorst en Willem de Boer tijdens de zitting op 7 april 2026 | ©mkfotografie

Rechtbank Den Haag verwees beperkende accreditatieregel naar de prullenmand Journalisten, vloggers en bloggers die niet voor de reguliere media werken, mogen weer als pers verslag doen vanuit rechtbanken. Dat recht was hun vorig jaar juni ontnomen met de invoering van de Persrichtlijn 2025. Vanaf dat moment mochten alleen verslaggevers die in het bezit zijn van een politieperskaart of lid zijn van de Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ) als pers rechtszaken bijwonen. Volgens de Vereniging van Vrije Journalisten (VVJ) werd daarmee de persvrijheid van onafhankelijke burgerjournalisten aangetast. De Rechtbank in Den Haag geeft de VVJ gelijk en verwees de beperkende accreditatieregel op woensdag 13 mei naar de prullenmand.

Rechtspraak in Nederland is in principe openbaar. Dat is geen vrijblijvende beleefdheid, maar een grondwettelijk verankerd beginsel dat burgers in staat stelt de rechterlijke macht te controleren. Deze openbaarheid geldt als een hoeksteen van onze rechtsstaat. Zonder publieke controle kan macht ontsporen en journalisten spelen daarbij een essentiële rol. Zij maken de gang naar de rechter zichtbaar, vertalen ingewikkelde procedures voor een breed publiek en zorgen ervoor dat zaken die anders in de schaduw zouden blijven, in de schijnwerpers worden gezet.

Tot juni vorig jaar mocht daarom iedereen die journalistiek werk verricht, van het plaatsen van video’s op een eigen YouTube­-kanaal en het bijhouden van een blog tot het filmen voor de NOS en schrijven voor De Telegraaf, als pers rechtszaken bijwonen. Dat wil zeggen dat zij in tegenstelling tot het gewone publiek, een laptop en telefoon mee de rechtszaal in mochten nemen en onder strikte voorwaarden geluids- en beeldopnamen van rechtszittingen mochten maken.

Op 1 juni 2025 kwam er een abrupt einde aan deze gang van zaken. Vanaf die datum werd de Persrichtlijn 2025 van kracht en kregen alleen nog journalisten als pers toegang tot gerechtshoven als zij over een perskaart van de Nederlandse Vereniging voor Journalisten (NVJ) of een politieperskaart (ook uitgegeven door de NVJ) beschikten. “De NVJ kent alleen een perskaart toe aan leden die ten minste 75 procent van het minimumloon met journalistieke activiteiten verdienen of een journalistiek arbeidscontract voor ten minste 16 uur per week hebben”, legt Sander Compagner uit. “Voor een politieperskaart, bedoeld om tijdens demonstraties en rellen achter de linies van de politie verslag te kunnen doen, moet je aan dezelfde inkomenseis voldoen en voor een massamedium werken.”

Compagner is, naast uitgever van De Andere Krant, voorzitter van de mede door hem in 2020 opgerichte Vereniging voor Vrije Journalisten (VVJ). “Veel van onze leden zijn eenpitters die van kleine donaties leven en vaak uit overtuiging geen lid van de NVJ — een onderdeel van vakbond FNV — willen worden. Die groep werd door de nieuwe persrichtlijn buitengesloten. Voor mij was dat een onaanvaardbare aantasting van de persvrijheid.”

Abonneer Vorig jaar stapte Compagner namens de VVJ samen met de onafhankelijke journalisten Djamila le Pair en Rico Brouwer naar de rechter om de discriminerende persrichtlijn aan te vechten. Zowel Le Pair als Brouwer deden tot juni 2025 veelvuldig verslag vanuit rechtbanken, LePair voor haar website Pinchofsooth.nl, terwijl Brouwer voor Potkaars.nl meer dan honderd rechtszaken filmde. Beiden volgden onder meer zaken van VoorWaarheid (Willem Engel en Jeroen Pols), voormalig advocaat Arno van Kessel (Barracuda-proces) en Fort Oranje (familie Engel vocht de sluiting van hun camping aan).

“Wij gaan meestal naar zittingen waar geen andere media bij aanwezig zijn”, legde Le Pair uit aan de rechters van Rechtbank Den Haag tijdens de inhoudelijke behandeling van de rechtszaak over de persrichtijn op 7 april. “Zo’n zaak als vandaag bijvoorbeeld, die heel belangrijk is voor journalisten, daar is niemand van de mainstreammedia bij aanwezig. Ik ben dit soort zaken gaan doen, omdat ik zag dat er een hiaat was, zaken die niet worden gedekt. Je zou denken dat de NVJ en misschien ook de rechtspraak het zou omarmen dat mensen zoals Rico en ik onderbelichte zaken belichten.”

Beiden mochten sinds 1 juni echter niet meer als pers rechtszaken bijwonen en daar dus ook geen videoverslag van maken: volgens de NVJ verdienen zij te weinig met hun journalistieke werk om aanspraak te kunnen maken op een (politie)perskaart.

Tijdens de zitting werd duidelijk dat juist de NVJ in belangrijke mate verantwoordelijk is voor nieuwe persrichtlijn die onafhankelijke burgerjournalisten als Brouwer en Le Pair uit rechtbanken weert. Riemer Veldhuis, de advocaat die namens de Staat de persrichtlijn verdedigde, verklaarde dat deze “in nauwe samenwerking met de NVJ” tot stand was gekomen. Volgens Veldhuis dreigde er een onhoudbare situatie te ontstaan omdat ‘journalist’ geen beschermd beroep is. “Het probleem zit in de afbakening: wie is journalist?” betoogde hij. “Als daar geen goede afspraken over worden gemaakt, kom je uiteindelijk in het scenario dat iedereen zich journalist kan noemen en dat dus iedereen beeld- en geluidsopnamen kan maken en mee naar buiten kan nemen. Zeker in de huidige tijd waarin iedereen snel en eenvoudig informatie kan verzamelen en delen en waarin informatie ook eenvoudig en anoniem op internet kan worden geplaatst, is dat bezwaarlijk. Want is die informatie eenmaal op internet geplaatst, dan is die informatie publiek en voor de hele wereld toegankelijk en kan de informatie ongecontroleerd en ook uit de context worden verspreid.” Volgens Veldhuis was er daarom een social pressing need ontstaan om “beperkingen te stellen” aan de persvrijheid.

De Raad voor de rechtspraak, het orgaan dat namens de Staat verantwoordelijk is voor de regels in gerechtshoven, vond dat er voortaan alleen nog maar professionele journalisten als pers rechtszittingen mochten bijwonen. Daarbij werd het bepalen wie als professioneel journalist wordt aangemerkt door de Raad van de rechtspraak volledig gedelegeerd aan de NVJ, met 8000 leden de grootste journalistenvereniging van Nederland. Daarmee kwam een particuliere club die bovendien met vakbond FNV verbonden is, in de opmerkelijke positie te kunnen aanwijzen wie wel en wie niet rechtszaken mocht verslaan. Brouwer en Le Pair werden door de NVJ buiten de gerechtshoven gehouden.

De Rechtbank in Den Haag heeft nu geoordeeld dat dit in strijd is met artikel 10 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, dat het recht op vrijheid van meningsuiting en persvrijheid regelt. “Door het op deze manier aan de NVJ uitbesteden van de keuze wie gebruik kan maken van de persfaciliteiten onder de Persrichtlijn 2025, komt de traditionele groep van journalisten voor accreditatie in aanmerking en lijkt de groep van personen die bijvoorbeeld als actieve burger, blogger of vlogger bijdragen aan het publieke debat hiervoor niet in aanmerking komen. Dit terwijl ook zij een bepaalde ‘public watchdog’ functie vervullen”, luidt het vonnis. Kortom, volgens Rechtbank Den Haag vervullen ook verslaggevers die niet bij de reguliere pers zijn aangesloten een belangrijke rol bij het controleren van de macht en dient de NVJ zich daar niet mee te bemoeien.

Op vragen van De Andere Krant laat Thomas Bruning, secretaris van de NVJ, weten verrast te zijn over het vonnis. Hij noemt de aanname dat de NVJ mocht kiezen wie als pers tot de rechtszaal werd toegelaten, onjuist. “Het is niet aan ons om te bepalen wie er een accreditatie krijgt, dat is aan de Raad voor de rechtspraak. Wij hebben alleen maar gezegd dat professionele journalisten altijd toegang moeten krijgen tot persfaciliteiten, en dat wij kunnen garanderen dat journalisten met een van onze perskaarten professioneel zijn. Dat de Raad voor de rechtspraak vervolgens heeft besloten de toegang exclusief tot die groep te beperken, is hun verantwoordelijkheid. Dat de rechter nu zegt “dat moet breder”, lijkt ons prima.”

Toch snapt hij wel dat als het om een kleine rechtszaal met weinig persfaciliteiten gaat, “niet iedereen met een draaiende camera de rechtszaal in kan”. In dat geval moet volgens Bruning nog steeds de voorkeur worden gegeven aan professionals. “Het gaat erom, mag er bij beperkte ruimte en capaciteit Djamila le Pair naar binnen of mag er iemand van de Telegraaf naar binnen? Dan zien wij liever iemand van De Telegraaf, want die heeft een hoger bereik, op basis van onze normen.”

Het loslaten van een inkomenseis bij het bepalen wie wel en wie niet ‘professioneel’ journalist is, zou volgens Bruning tot “chaos” leiden, omdat dan iedereen als pers in de rechtszaal zou moeten worden toegelaten. Hij erkent dat daarmee nieuwe media worden benadeeld: “Je moet ergens een grens trekken. Ik nodig je uit om een beter selectiecriterium te hanteren waardoor je niet iedereen insluit. Het is prima als een vereniging van amateurjournalisten als de VVJ daar een goede vorm voor heeft gevonden.” En dan is het volgens Bruning aan de Raad voor de rechtspraak om te kijken of die mensen met een VVJ-perskaart “ook onder de term journalistiek kan vatten.”

Compagner valt over de term ‘amateurjournalisten’: “Bij de VVJ zijn journalisten van allerlei pluimage aangesloten, inkomsten of bereik zijn daarbij geen criterium. Het gaat ons erom of iemand zich aan de journalistieke gedragsregels zoals hoor en wederhoor houdt, zoals die zijn vastgelegd in de Code van Bordeaux. Die delen we prominent op onze website. Dat kleine rechtszalen een probleem zouden zijn is in de procedure die we gevoerd hebben nooit een argument geweest. Net zoals er door de landsadvocaat geen voorbeelden van chaotis

Nieuwe media mogen niet langer uit rechtbank worden geweerd #thegem-divider-6a1c6e5a30ea3 {margin-top: 50px !important;} <img width="150" height="150" src="https://deanderekrant.nl/wp-content/uploads/2025/01/cropped-Algemeen-200px-1-150x150.png" alt="" srcset="https://deanderekrant.nl/wp-content/uploads/2025/01/cropped-Algemeen-200px-1-150x150.png 150w, https://deanderekrant.nl/wp-content/uploads/2025/01/cropped-Algemeen-200px-1-180x180.png 180w, https://deanderekrant.nl/wp-content/uploads/2025/01/cropped-Algemeen-200px-1.png 199w" sizes="(max-width: 150px) 100vw, 150px"/> Pim Christiaans | Datum: 29 mei 2026 @media screen and (max-width: 1023px) {.thegem-vc-text.thegem-custom-6a1c6e5a320244833{display: block!important;}}@media screen and (max-width: 767px) {.thegem-vc-text.thegem-custom-6a1c6e5a320244833{display: block!important;}}@media screen and (max-width: 1023px) {.thegem-vc-text.thegem-custom-6a1c6e5a320244833{position: relative !important;}}@media screen and (max-width: 767px) {.thegem-vc-text.thegem-custom-6a1c6e5a320244833{position: relative !important;}} <img src="https://deanderekrant.nl/wp-content/uploads/2026/05/Nieuwe-media-mogen-niet-langer-uit-rechtbank-worden-geweerd.jpg" width="1155" height="840" alt="nieuwe-media-mogen-niet-langer-uit-rechtbank-worden-geweerd"/> Van links naar rechts: Vrije journalisten Djamila le Pair, Rico Brouwer, medeoprichter en voorzitter van de VVJ Sander Compagner en hun advocaten Meike Terhorst en Willem de Boer tijdens de zitting op 7 april 2026 | ©mkfotografie @media screen and (max-width: 1023px) {.thegem-vc-text.thegem-custom-6a1c6e5a3269d9208{display: block!important;}}@media screen and (max-width: 767px) {.thegem-vc-text.thegem-custom-6a1c6e5a3269d9208{display: block!important;}}@media screen and (max-width: 1023px) {.thegem-vc-text.thegem-custom-6a1c6e5a3269d9208{position: relative !important;}}@media screen and (max-width: 767px) {.thegem-vc-text.thegem-custom-6a1c6e5a3269d9208{position: relative !important;}} #thegem-divider-6a1c6e5a32783 {margin-top: 20px !important;} Rechtbank Den Haag verwees beperkende accreditatieregel naar de prullenmand @media screen and (max-width: 1023px) {.thegem-vc-text.thegem-custom-6a1c6e5a328627859{display: block!important;}}@media screen and (max-width: 767px) {.thegem-vc-text.thegem-custom-6a1c6e5a328627859{display: block!important;}}@media screen and (max-width: 1023px) {.thegem-vc-text.thegem-custom-6a1c6e5a328627859{position: relative !important;}}@media screen and (max-width: 767px) {.thegem-vc-text.thegem-custom-6a1c6e5a328627859{position: relative !important;}} Journalisten, vloggers en bloggers die niet voor de reguliere media werken, mogen weer als pers verslag doen vanuit rechtbanken. Dat recht was hun vorig jaar juni ontnomen met de invoering van de Persrichtlijn 2025. Vanaf dat moment mochten alleen verslaggevers die in het bezit zijn van een politieperskaart of lid zijn van de Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ) als pers rechtszaken bijwonen. Volgens de Vereniging van Vrije Journalisten (VVJ) werd daarmee de persvrijheid van onafhankelijke burgerjournalisten aangetast. De Rechtbank in Den Haag geeft de VVJ gelijk en verwees de beperkende accreditatieregel op woensdag 13 mei naar de prullenmand. @media screen and (max-width: 1023px) {.thegem-vc-text.thegem-custom-6a1c6e5a338784266{display: block!important;}}@media screen and (max-width: 767px) {.thegem-vc-text.thegem-custom-6a1c6e5a338784266{display: block!important;}}@media screen and (max-width: 1023px) {.thegem-vc-text.thegem-custom-6a1c6e5a338784266{position: relative !important;}}@media screen and (max-width: 767px) {.thegem-vc-text.thegem-custom-6a1c6e5a338784266{position: relative !important;}} Rechtspraak in Nederland is in principe openbaar. Dat is geen vrijblijvende beleefdheid, maar een grondwettelijk verankerd beginsel dat burgers in staat stelt de rechterlijke macht te controleren. Deze openbaarheid geldt als een hoeksteen van onze rechtsstaat. Zonder publieke controle kan macht ontsporen en journalisten spelen daarbij een essentiële rol. Zij maken de gang naar de rechter zichtbaar, vertalen ingewikkelde procedures voor een breed publiek en zorgen ervoor dat zaken die anders in de schaduw zouden blijven, in de schijnwerpers worden gezet. Tot juni vorig jaar mocht daarom iedereen die journalistiek werk verricht, van het plaatsen van video’s op een eigen YouTube­-kanaal en het bijhouden van een blog tot het filmen voor de NOS en schrijven voor De Telegraaf, als pers rechtszaken bijwonen. Dat wil zeggen dat zij in tegenstelling tot het gewone publiek, een laptop en telefoon mee de rechtszaal in mochten nemen en onder strikte voorwaarden geluids- en beeldopnamen van rechtszittingen mochten maken. Op 1 juni 2025 kwam er een abrupt einde aan deze gang van zaken. Vanaf die datum werd de Persric
·deanderekrant.nl·
Nieuwe media mogen niet langer uit rechtbank worden geweerd - De Andere Krant