De “asielcrisis” is een crisis van onze ziel Alain Verheij Blog 21 mei 2026asiel, media, vluchtelingen “Vervloekt is eenieder die de rechten van vreemdelingen, weduwen en wezen schendt.” Dan antwoordt heel het volk: “Amen.” (Deut. 27:19)
Als de Bijbel vandaag zou worden geschreven, was de hoofdpersoon een vluchteling. Dat zeg ik niet vanuit een of ander links-romantisch sentiment, maar als theoloog. De Bijbel is een migrantenboek. Het woord ‘Hebreeër’ betekent zoiets als ‘oversteker’. Het eerste woord dat God tegen Abram zegt in de Bijbel is ‘Ga’, waarna een levenslange reis begint, op zoek naar een beter land om te wonen. Jezus heeft op zijn twaalfde al op drie verschillende plekken gewoond: een gedwongen geboorteplaats, een vlucht naar een ander land en een vlucht naar een andere provincie. Jozef is de eerste vreemdeling die gezinshereniging aanvraagt (en krijgt daarvoor toestemming!)
*
Verspreid door de Bijbel zijn er af en toe periodes van enkele tientallen jaren waarin er vrede of zelfs voorspoed is. In alle andere verhalen zijn/worden de hoofdpersonen gedeporteerd naar andere landen, belegerd en bedreigd en bezet, of zwerven ze rond op zoek naar een plek om zich te vestigen. Een contrast met de gemiddelde westerse christen, die het heilige boek leest in een samenleving die langdurige vrede, stabiliteit en macht geniet. Een hedendaagse Nederlander die de Bijbel wil begrijpen, zal zich moeten leren inleven in de situatie van volken en individuen die geen veilig land kennen.
**
Dat gaat niet vanzelf. Zoals mijn hond blaft naar elke vreemde voorbijganger, zo is een deel van ons voorgeprogrammeerd om ‘de ander’ te wantrouwen. Je beschermt de leden van je eigen groep en ontbloot je tanden richting leden van de andere groep. Een overgeërfd overlevingsmechanisme dat de basis vormt voor vreemdelingenhaat zoals we die zien in Loosdrecht, bij Markuszower en in het hele ‘AZC, weg ermee’ genre.
De Bijbel herhaalt niet voor niets tientallen keren dat we gastvrij en zorgzaam moeten zijn voor de vreemdeling. Het is geen vanzelfsprekendheid, het is iets wat we onszelf moeten blijven inprenten. Omdat we niets beter zijn dan die vreemdeling, omdat we, als we onszelf tenminste goed verstaan, ten diepste zelf ook vreemdelingen zijn.
Het zal de komende jaren steeds urgenter worden om deze boodschap te herhalen. Het laagje beschaving dat over de xenofobie heen ligt, wordt dunner. Nu zegt Markuszower nog dat we alleen Palestijnse vluchtelingen met geweld moeten verdrijven, straks zal iemand het breder trekken. Alle vluchtelingen, alle moslims, alle mensen van kleur, er zal steeds minder terughoudendheid zijn. George Orwell begint zijn beroemde boek 1984 met een bioscoopfilm waarin je vluchtelingen ziet verdrinken in de Middellandse Zee. Het hele publiek zit uitgelaten te lachen en juichen. Dat is het eindstation; een eindstation dat we overigens al vaker hebben gezien in de geschiedenis.
Er is namelijk niets nieuws onder de zon.
De verdachtmaking dat die buitenlanders onze vrouwen komen aanranden? Zo oud als het verhaal van Jozef en mevrouw Potifar: “Moet je nou zien! Hij moest zo nodig een Hebreeër in huis halen – zeker om zich met ons te kunnen vermaken! Die man is bij me gekomen en wilde bij me liggen, maar ik begon luid te roepen.”
Intussen is het Jozef, de vreemdeling, die zélf wordt aangerand. En ditzelfde gebeurt met Dina als haar familie bij Sichem komt wonen. Indirect met Sara als ze in Egypte komt wonen. Met de vreemdelingen in Sodom en in Gibea.
De verdachtmaking dat die buitenlanders ons komen omvolken? Zo oud als het verhaal van de farao van Egypte. Hij zei tegen zijn volk: “De Israëlieten zijn te sterk voor ons en te talrijk. Laten we verstandig handelen en voorkomen dat dit volk nog groter wordt.”
Intussen wordt dit volk, bestaande uit economische vluchtelingen, uitgebuit door dwangarbeid. Ze kunnen toch geen kant op. Ze zijn zeer productief voor het land waar ze te gast zijn. Maar zelf gaan ze er fysiek en mentaal aan ten onder.
De verdachtmaking dat die buitenlanders als parasieten van onze economie komen profiteren? Zo oud als het verhaal van de koning van Moab: “Die horde vreet hier de hele streek nog kaal, als een rund dat een veld afgraast.”
Eerst ontmenselijk je ze, daarna kun je ze alleen nog als ongedierte behandelen, als een plaag. Terwijl het gaat om medemensen die net als jij alleen maar naar een dak boven hun hoofd verlangen, een gevulde maag, een plek om zich veilig te vestigen, te bidden, werken en musiceren. Hun kinderen te zien opgroeien.
In zijn geliefde verhaal over de Barmhartige Samaritaan leert Jezus ons wat hij bedoelt met die naastenliefde waarover hij zo graag spreekt. Het is het verhaal van een man die onderweg wordt beroofd, verwond en ontkleed. Een priester komt voorbij en loopt met een boog om hem heen, een leviet (die ook dienst deed in de tempel) doet hetzelfde. Dan komt er een Samaritaan voorbij, iemand met een ander geloof, andere afkomst, andere cultuur. Hij verzorgt de gewonde man.
Nou, zo werkt naastenliefde dus, zegt Jezus. Als eerste les kun je daaruit halen: de naaste die je moet liefhebben, is iemand die op jouw pad komt en jouw hulp nodig heeft.
Maar er is meer aan de hand. In deze gelijkenis is de vreemdeling niet degene die gered moet worden, maar degene die redt. Wat als je op een dag zelf voor pampus ligt en dringend hulp nodig hebt? Weet je zeker dat jouw soort mens je komt redden? Of heb je elk soort mens nodig? Kan de vreemdeling jou ook redden, op een dag? Jezus identificeert zich met de Samaritaan, met de ánder, met de vreemdeling.
Zoals hij dat elders ook expliciet doet: “Want Ik had honger en jullie gaven Mij te eten, Ik had dorst en jullie gaven Mij te drinken. Ik was een vreemdeling en jullie namen Mij op, Ik was naakt en jullie kleedden Mij. Ik was ziek en jullie bezochten Mij, Ik zat gevangen en jullie kwamen naar Mij toe.”
Het is van het grootste belang dat christenen deze rode draad in de Bijbel collectief herontdekken. Niet in de laatste plaats in Den Haag, waar van de SGP tot nu toe niets goeds te verwachten viel op dit gebied. Het CDA zelden betrouwbaar is gebleken. De ChristenUnie nu ook weer begint te spinnen richting een strenger asielbeleid. Kijk toch uit wat je doet, allemaal. Zie je niet welke kant het op gaat in ons land? Laat je weer raken door het profetische geluid, laat je weer raken door de nood van de medemens, laat je weer leiden door het perspectief dat de Bijbel je verhaal na verhaal onvermoeibaar blijft voorspiegelen. Het perspectief van de ander die jou nodig heeft, van de ander die jij nodig hebt.
Laat liever het recht stromen als water, en de gerechtigheid als een altijd voortvloeiende beek. Amos 5
(Je mag dit stuk gratis lezen en delen. Wil je mijn koffie betalen, dan kan dat! Doneer hier een paar euro, of koop een boek van me)
Spring naar Content Hoofdmenu
Home Gebruikersmenu
Je krijgt dit verhaal cadeau van Jesse Frederik, Correspondent Economie
Word ook lid 21.05.26 Analyse 14-19 min Vreemd maar waar: de meest plausibele verklaring voor de opkomst van radicaal-rechts is ook de minst populaire
Jesse Frederik Correspondent Economie
Illustraties door Kimberly Elliott (voor De Correspondent) Vraag een PVV-kiezer waarom hij PVV stemt en hij zegt: migratie. Vraag het een politicoloog en je krijgt een ander antwoord: gesloten bibliotheken, verdwenen huisartsenposten, veertig jaar neoliberalisme. Hoe zit dat?
Over het succes van radicaal-rechts zijn bibliotheken volgeschreven. De insteek is vaak dezelfde: hoe bestaat het, dat mensen vatbaar zijn voor deze dwaalleer? Industriële desinformatie? Het neoliberalisme? Henk Kamp?
De laatste toevoeging aan het genre is De symfonie van onvrede. De opmars van radicaalrechts van politicoloog Catherine de Vries.
De these van het boek is simpel: door het terugtrekken van de overheid ervaren burgers een verlies (dat zijn de noten), radicaal-rechtse politici hertalen die verlieservaring naar haat tegen anderen (dat is de melodie), middenpartijen en media verspreiden die boodschap van haat (dat zijn de versterkers) – en ziedaar: de symfonie van onvrede. (In deze ietwat ontspoorde metafoor zijn er ook componisten, dirigenten, een orkest, een partituur, een weerklank, en dissonanten – maar die mag je vergeten.)
Het boek is een uitwerking van wat De Vries tweeënhalf jaar geleden al schreef na de enorme verkiezingszege van de PVV. Slechts ‘een harde kern van radicaal-rechtse stemmers’ was volgens haar gedreven door ‘kritiek op het migratiebeleid’. Wat mensen écht richting radicaal-rechts dreef was ‘de uitholling van publieke voorzieningen’.*
Nou stuurde een spion bij peilbureau Ipsos I&O mij onlangs een overzicht met de stemmotivaties van PVV-kiezers bij de verkiezingen van 2025. Zo’n 67 procent gaf in een open vraag aan PVV te stemmen vanwege migratie, ‘Nederlanders eerst’ of anti-islam. Op de tweede plaats, met 8 procent, stond ‘alles’. De uitholling van publieke voorzieningen (of iets wat daar in de verste verte op leek) werd door geen enkele respondent genoemd.
Maar van de eigen stemverklaringen van radicaal-rechtse kiezers is De Vries niet zo onder de indruk. ‘Dat iemand in een survey zegt “ik heb op de PVV gestemd” en ook problemen heeft met migratie, zegt nog niks over waaróm mensen tegen migratie zijn’, zei ze in mijn podcast.*
Nou erkende De Vries in mijn podcast dat migratie een reden kan zijn om op een radicaal-rechtse partij te stemmen. Maar in haar boek worden migratiestandpunten eigenlijk steevast beschreven als aangepraat (men is de fabeltjesfuik in gevaren) of afgeleid (men is eigenlijk boos op het neoliberalisme). ‘De onvrede in Europa over de terugtrekking van de staat is reëel’, noteert De Vries in haar boek. ‘Maar wordt geprojecteerd op [...] “de elite” en “de migrant”.’*
De radicaal-rechtse kiezer, de lemming, hij doet maar wat! Ik zal maar meteen kleur bekennen: ik ben sceptisch over dit genre kiezersduiding. Wanneer iemand op PRO stemt omdat die zich zorgen maakt over het klimaat, dan vinden we dat volstrekt vanzelfsprekend (niemand die er iets achter gaat zoeken). Maar als mensen zeggen ‘Nederlanders eerst!’, dan bedoelen ze opeens: ‘Mag de huisartsenpost weer open?’ Is dat niet een beetje vergezocht?
Politicologen Meindert Fennema en Wouter van der Brug merkten ruim twintig jaar geleden op dat de meest voor de hand liggende verklaring voor een stem op een anti-migratiepartij – namelijk dat mensen tegen migratie zijn – onder politicologen weinig populair is. De reden? ‘Veel onderzoekers vinden het moeilijk te geloven dat kiezers rationeel zouden stemmen op wat zijzelf racistische of neofascistische partijen vinden.’*
Dat gevoel bekroop mij ook toen ik het boek van De Vries las. Allerlei redenen om radicaal-rechts te stemmen passeren de revue: de Rutte-doctrine, Groningers die ‘al meer dan tien jaar op schadeherstel wachten’ (nieuws voor mij), en bezuinigingen in het kader van de decentralisatie van de jeugdzorg (de uitgaven aan jeugdzorg zijn sinds die decentralisatie meer dan verdubbeld van 3,6 miljard in 2015 naar 8,1 miljard in 2024),* maar de meest voor de hand liggende verklaring ontbreekt.
Wanneer je kiezers vraagt zichzelf en partijen te positioneren op de stelling ‘moeten migranten zich aanpassen aan de Nederlandse cultuur of mogen zij hun eigen cultuur behouden?’ – dan zie je dat nogal veel kiezers zichzelf dicht bij het standpunt van radicaal-rechtse partijen plaatsen, en – niet geheel onlogisch – daarom ook vaker op radicaal-rechtse partijen stemmen.
Catherine de Vries hamert erop dat dwarsverbanden in peilingen je weinig vertellen over werkelijke oorzaken. ‘Stemt iemand [op] de PVV omdat ze migratie belangrijk vinden, of vinden ze migratie belangrijk omdat ze op de PVV stemmen?’ zei ze in mijn podcast.
Maar wat opvalt als je naar kiezersonderzoek kijkt is dat migratiestandpunten eigenlijk niet zo bijster veel veranderen. Wat dat betreft is het weinig plausibel dat allerlei actuele ontwikkelingen (zoals de doorbraak van radicaal-rechtse partijen) oorzaak zouden zijn van negatief migratiesentiment – dat sentiment is er namelijk al zo lang we het peilen. In 1994 vond iets meer dan de helft van Nederland dat we meer asielzoekers moeten terugsturen dan toelaten, in 2023 vond 63 procent dat.
Wat wel is veranderd: kiezers laten deze migratiestandpunten steeds nadrukkelijker meewegen in het stemhokje. In 1998 was migratie nog een electorale bijzaak (veel kiezers die negatief dachten over migratie kwamen niet eens opdagen bij verkiezingen), inmiddels is het voor veel kiezers hoofdzaak. Maar liefst 35 procent van de kiezers gaf bij de verkiezingen in 2023 aan dat zij hun stem vooral baseerden op het onderwerp migratie.
Misschien is dat ook niet zo vreemd. Als een hoop kiezers mínder asielmigratie willen, maar méér asielmigratie krijgen dan gaan ze dat als een probleem ervaren. De Eurobarometer peilt al bijna twee decennia wat mensen ervaren als de twee grootste problemen in hun land. Wat blijkt: als er veel werkloosheid is, dan noemen mensen vaak werkloosheid; is er veel inflatie, dan maken mensen zich zorgen over inflatie; en is er veel asielmigratie, dan zien mensen een migratieprobleem.
‘In Nederland komen er objectief gezien maar weinig asielzoekers binnen,’ schrijft Catherine de Vries in haar boek. De asielcrisis is vooral een gevoel. Volgens De Vries komt dat ‘doordat emoties de lenzen zijn geworden waardoor feiten betekenis krijgen’ en ‘gevoelens beter verkopen dan statistieken.’* Maar wie over een langere periode kijkt ziet dat er de afgelopen vijf jaar bovengemiddeld veel asielmigranten binnenkwamen. En wanneer je de komst van Oekraïners meerekent (en waarom zou je dat eigenlijk niet doen?), kwamen er niet eerder zoveel asielmigranten naar Nederland als de afgelopen jaren.
Een gapend representatiegat Radicaal-rechtse partijen munten de onvrede over (asiel)migratie door te claimen dat er een culturele en politieke elite is die maling heeft aan de migratiezorgen van een hoop kiezers. ‘Populisten worden vaak omschreven als mensen die claimen een representatiekloof te dichten’, noteert politiek econoom Laurenz Guenther hierover. ‘Tot op heden hebben onderzoekers grotendeels nagelaten te controleren of dit klopt.’
Dus deed Guenther dat zelf maar. Hij vergeleek de antwoorden van 27.000 burgers uit 27 Europese lidstaten in peilingen met antwoorden in enquêtes onder 994 leden van nationale en Europese parlementen. Zo kon hij zien: op welke onderwerpen wijken de opvattingen van kiezers en gekozenen het meest af?*
Wat bleek: op onderwerpen als immigratie, integratie, en het bestraffen van criminaliteit was de gemiddelde Europese burger véél conservatiever dan de gemiddelde Europese politicus. De culturele kloof tussen de gemiddelde Europeaan en de gemiddelde Europese politicus bleek ongeveer zo groot als de kloof tussen het gemiddelde communistische parlementslid en het gemiddelde conservatieve parlementslid, laat Guenther zien.
Vandaag de dag ziet dat plaatje er vermoedelijk wel anders uit. De gegevens van Guenther komen uit 2009, toen Europese rechtspopulistische partijen slechts 7 procent van de stemmen haalden. In 2025 was hun stemaandeel meer dan verdrievoudigd naar 24 procent.* Daarmee is de representatiekloof op thema’s als migratie en integratie ook deels gedicht.
De beste langjarige data komt uit Zweden, waar ze al sinds de jaren negentig bij elke verkiezing parlementsleden én kiezers op dezelfde onderwerpen peilen.* Steeds gaf ergens tussen de 40 en 65 procent van de Zweedse kiezers aan minder asielmigratie te willen. Meestal was minder dan tien procent van de parlementsleden het daarmee eens. Pas toen de rechts-populistische Zweedse Democraten begonnen te groeien, verschoof de parlementaire opinie richting de publieke opinie.
Op een thema als het verkleinen van de inkomensverschillen vormden parlementariërs al veel langer een aardige afspiegeling van de opvattingen van kiezers.
Nu kun je het met recht betreuren dat de anti-migratiestandpunten die onder kiezers al normaal waren, nu ook onder politieke elites normaal zijn geworden. Maar het hoeft niet per se te verbazen dat in een vertegenwoordigende democratie populaire standpunten vroeg of laat vertegenwoordigd worden. Zeker als die standpunten – bijvoorbeeld: door de komst van meer asielmigranten naar Europa – in het hoofd van veel kiezers relevanter zijn geworden.
Wat mij weer terugbrengt bij het boek van Catherine de Vries over de opmars van radicaal-rechts in Europa – want daarin lees je over al het voorgaande dus niks. Wel over gesloten Britse huisartsenposten (winst voor Reform), slechte leningen van foute banken aan Franse gemeenten (een meevaller voor het Rassemblement National), en een olijfboomziekte in Puglia (kassa voor Lega).
Radicaal-rechts stemmen, want: koude san