Antwoord op vragen VVD over de nieuwe persrichtlijn van de rechtspraak Kamer Tweede Kamer status beantwoord vraag datum 10 maart 2025 vraag antwoord 14 mei 2025 Tweede Kamer der Staten-Generaal Vergaderjaar 2024-2025
Aanhangsel van de Handelingen Vragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door de regering gegeven antwoorden 2188 Vragen van het lid Ellian (VVD) aan de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid over de nieuwe persrichtlijn van de rechtspraak (ingezonden
10 maart 2025).
Antwoord van Staatssecretaris Struycken (Justitie en Veiligheid) (ontvangen
14 mei 2025). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2024-2025, nr. 1792.
Vraag 1
Bent u bekend met het opiniestuk «De rechtspraak holt zelf de rechtsstaat uit», geschreven door de gezamenlijke rechtbankverslaggevers en de Nederlandse Vereniging van Journalisten?
Antwoord 1
Ja, ik ben bekend met dit opiniestuk uit de Telegraaf van 7 maart 2025.1
Vraag 2
Waarom is de Raad voor de rechtspraak voornemens de voorinzage voor geaccrediteerde rechtbankjournalisten in dagvaardingen te beperken?
Antwoord 2
Voor het antwoord op deze vraag heb ik navraag gedaan bij de Raad voor de rechtspraak. Bij de gemaakte keuzes rond de persrichtlijn2 is de waarde van openbaarheid van rechtspraak in relatie tot de belangen van journalisten/ media bij het informeren van het publiek het meest zwaarwegend geweest. Waar het onvermijdelijk was is, bij hoge uitzondering, (groter) belang gehecht aan privacy en veiligheid van betrokkenen, zoals procespartijen en procesdeelnemers. Gelet op het belang van privacy en veiligheid wordt een dagvaarding niet meer standaard verstrekt, zoals volgens de bestaande persrichtlijn, maar alleen als de journalist daarom verzoekt. De informatie die de Rechtspraak aan de pers verstrekt, moet journalisten in staat stellen de afweging te maken of een zitting relevant genoeg is om bij te wonen en er
1 Het opiniestuk is van de gezamenlijke rechtbankverslaggevers van Nederland en de Nederlandse Vereniging van Journalisten, vertegenwoordigd door respectievelijk Jermaine Ellenkamp, Saskia Belleman en Thomas Bruning.
2 Zie Persrichtlijn 2025. De persrichtlijn informeert journalisten over de medewerking die zij van de Rechtspraak mogen verwachten en over de regels die voor journalisten gelden in gerechtsgebouwen.
ah-tk-20242025-2188
ISSN 0921 - 7398 's-Gravenhage 2025
verslag van te doen. In de persrichtlijn 2025 is beschreven hoe de Rechtspraak de informatievoorziening aan journalisten met verrijkte zittingslijsten bij alle gerechten gaat vormgeven. De informatie op de verrijkte zittingslijsten betreft: datum, plaats, tijdstip van de zitting, namen van de procespartijen, naam en leeftijd van de verdachte, namen en leeftijden van slachtoffers (met uitzondering van minderjarige slachtoffers, dan wordt volstaan met de enkele aanduiding «minderjarige slachtoffer» en het geslacht) en een korte omschrijving/samenvatting van de zaak.
De persrichtlijn 2025 kent twee belangrijke wijzigingen ten opzichte van de persrichtlijn uit 2013.
Alleen geaccrediteerde journalisten hebben voortaan toegang tot speciale persfaciliteiten, waarbij gedacht kan worden aan informatie over rechtszaken die op de rol staan of het maken van opnames tijdens een zitting. De tweede wijziging betreft het uniformeren van de informatievoorziening aan journalisten. Naast het bewerkstelligen van een uniforme werkwijze wil de Rechtspraak met de herziene persrichtlijn de openbaarheid van de rechtspraak vergroten, met inachtneming van de veiligheid van de betrokkenen bij een zitting.
De persrichtlijn uit 2013 is in 2023 geëvalueerd. De evaluatie bestond uit een enquête en interviews. Rechters, officieren van justitie, advocaten, journalisten en persvoorlichters van de Rechtspraak zijn bevraagd. Op basis van deze evaluatie en daaropvolgende gesprekken is de herziene Persrichtlijn 2025 tot stand gekomen.
Vraag 3
Hoe kunnen geaccrediteerde rechtbankjournalisten dan beoordelen wat een nieuwsrelevante zaak is?
Antwoord 3
In het antwoord op vraag 2 staat beschreven welke informatie de Rechtspraak aan de pers verstrekt.
Vraag 4
Op welke wijze is het beginsel van openbaarheid van rechtspraak en zijn de beginselen als gelijke behandeling en rechtszekerheid gewogen bij dit voorgenomen besluit?
Antwoord 4
Graag verwijs ik naar de beantwoording van vraag 2.
Vraag 5
Waarom maakt de rechtspraak het steeds moeilijker voor journalisten om schriftelijk, visueel en audiovisueel verslag te doen van zittingen door steeds meer restricties op te leggen, persruimtes op te heffen, of slechts geanonimiseerde samenvattingen te verstrekken?
Antwoord 5
De Rechtspraak is doordrongen van de belangrijke rol die de pers vervult in het controleren van de rechtspraak en zal binnen de mogelijkheden zoveel mogelijk behulpzaam zijn aan journalisten. De Raad voor de rechtspraak benadrukt dat er wettelijke uitzonderingen gelden op de openbaarheid van rechtspraak, omdat rekening moet worden gehouden met de belangen van de personen die bij de zittingen en de uitspraken betrokken zijn, zoals het belang bij bescherming van de privacy. Ook moeten advocaten, officieren van justitie en rechters hun werk zonder belemmeringen kunnen doen. Ook kan soms vanwege veiligheidsrisico's de openbaarheid beperkt worden.
De Raad voor de rechtspraak is niet bekend met het opheffen van persruimtes. Verder wordt, zoals in het antwoord op vraag 2 is verwoord, een dagvaarding nog wel verstrekt als de journalist daarom verzoekt.
Vraag 6
Wat vindt u van deze restricties?
Antwoord 6
De pers vervult een belangrijke controlerende rol in het functioneren van de rechtspraak. Berichtgeving in de media over rechtszaken stelt burgers en andere geïnteresseerden in staat zich een beeld te vormen over recht en rechtspraak in Nederland. De pers kan zo een bijdrage leveren aan het vertrouwen van burgers in de rechtspleging en in het verlengde daarvan in de rechtsstaat. Zoals hiervoor geschetst, heeft de Rechtspraak bij het opstellen van de persrichtlijn aan de waarde van openbaarheid van rechtspraak in relatie tot de belangen van journalisten/media de zwaarstwegende betekenis toegekend en uitsluitend waar het onvermijdelijk was, bij hoge uitzondering, (groter) belang gehecht aan de privacy en veiligheid van betrokkenen. Ik onderschrijf die uitgangspunten.
De Raad voor de rechtspraak benadrukt dat, met de informatie die de Rechtspraak aan de pers verstrekt, journalisten voldoende in staat worden gesteld een afweging te maken of een zitting relevant genoeg is om bij te wonen en, indien een zitting is bijgewoond, zij er verslag van kunnen doen en zo hun controlerende rol goed kunnen vervullen. Ik ga ervan uit dat de Rechtspraak die toezegging gestand doet.
Het feit dat dagvaardingen niet meer standaard worden verstrekt aan journalisten, maar alleen als de journalist daarom verzoekt, acht ik begrijpelijk. In de literatuur is erop gewezen dat het categorisch ter beschikking stellen van niet-geanonimiseerde afschriften van dagvaardingen zich slecht verdraagt met de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) omdat dan niet voorafgaand aan de gegevensverstrekking kan worden beoordeeld of deze noodzakelijk is.1 Volgens de Hoge Raad is het in beginsel aan de gerechten hoe de verplichting om journalisten adequaat te informeren over aankomende (straf)zaken vorm wordt gegeven en moeten zij de effectieve openbaarheid van rechtspleging en de bescherming van persoonsgegevens zoveel mogelijk met elkaar verenigen.2 De Hoge Raad bracht hierbij in herinnering dat de gerechten daarbij op grond van artikel 5 AVG niet meer persoonsgegevens mogen verwerken dan noodzakelijk is voor de doeleinden waarvoor zij worden verwerkt.
Vraag 7
Wat vindt u ervan dat rechters en officieren van justitie in toenemende mate anoniem blijven, en zij dus ook niet bij naam mogen worden genoemd of niet in beeld mogen worden gebracht, vanwege veiligheidsredenen?
Antwoord 7
Ik onderschrijf het uitgangspunt in de persrichtlijn dat de geaccrediteerde pers tijdens openbare zittingen beeld- en geluidsopnamen mag maken en dat de rechter slechts in uitzonderlijke gevallen van dat uitgangspunt kan afwijken en beperkingen kan aanbrengen.
Tijdens het commissiedebat slachtofferbeleid van 16 oktober 20243 heb ik uw Kamer toegezegd in een onderzoek te betrekken hoe de openbaarheid van strafzittingen kan worden geborgd indien de veiligheidsbelangen van actoren in de rechtspraak worden bedreigd. Dit onderzoek zal dit voorjaar van start gaan. De verwachting is dat begin 2026 rapport wordt uitgebracht. Ik wil de uitkomsten daarvan afwachten.
Vraag 8
Vindt u dat de rechtspraak op dit moment voldoende openbaar is, gelet op het bepaalde in artikel 121 Grondwet? Zo ja of nee, waarom?
Antwoord 8
Ik heb geen aanwijzingen dat de openbaarheid van de rechtspraak op dit moment niet geborgd is. In artikel 121 van de Grondwet en in artikel 6 van het EVRM is bepaald dat zittingen en uitspraken in de regel openbaar zijn. Om de openbaarheid te waarborgen en actief te faciliteren, o.a. ten behoeve van journalisten die overwegen een zitting bij te wonen, zet de rechtspraak
een aantal middelen in. Deze middelen zijn onder meer: het delen van de zittingslijsten en in sommige gevallen de tenlasteleggingen met journalisten voorafgaand aan de eerste zitting, het faciliteren van livestreams van zittingen waardoor meer mensen zittingen kunnen volgen, het publiceren van uitspraken en deze regelmatig actief delen met een nieuwsbrief via sociale media, het bieden van een toelichting op de zaak door persrechters aan de media en het zelf actief belichten van uitspraken in onder andere nieuwsbrieven en het jaarverslag. Beperkingen op de openbaarheid zijn zoals aangegeven in het antwoord op de vragen 2, 4 en 5 onder bepaalde zwaarwegende omstandigheden in sommige gevallen noodzakelijk.
Vraag 9
Bent u bereid om op korte termijn met de Raad voor de rechtspraak in gesprek te gaan over de voorgenomen nieuwe
Nieuwe media mogen niet langer uit rechtbank worden geweerd
Pim Christiaans | Datum: 29 mei 2026
nieuwe-media-mogen-niet-langer-uit-rechtbank-worden-geweerd Van links naar rechts: Vrije journalisten Djamila le Pair, Rico Brouwer, medeoprichter en voorzitter van de VVJ Sander Compagner en hun advocaten Meike Terhorst en Willem de Boer tijdens de zitting op 7 april 2026 | ©mkfotografie
Rechtbank Den Haag verwees beperkende accreditatieregel naar de prullenmand Journalisten, vloggers en bloggers die niet voor de reguliere media werken, mogen weer als pers verslag doen vanuit rechtbanken. Dat recht was hun vorig jaar juni ontnomen met de invoering van de Persrichtlijn 2025. Vanaf dat moment mochten alleen verslaggevers die in het bezit zijn van een politieperskaart of lid zijn van de Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ) als pers rechtszaken bijwonen. Volgens de Vereniging van Vrije Journalisten (VVJ) werd daarmee de persvrijheid van onafhankelijke burgerjournalisten aangetast. De Rechtbank in Den Haag geeft de VVJ gelijk en verwees de beperkende accreditatieregel op woensdag 13 mei naar de prullenmand.
Rechtspraak in Nederland is in principe openbaar. Dat is geen vrijblijvende beleefdheid, maar een grondwettelijk verankerd beginsel dat burgers in staat stelt de rechterlijke macht te controleren. Deze openbaarheid geldt als een hoeksteen van onze rechtsstaat. Zonder publieke controle kan macht ontsporen en journalisten spelen daarbij een essentiële rol. Zij maken de gang naar de rechter zichtbaar, vertalen ingewikkelde procedures voor een breed publiek en zorgen ervoor dat zaken die anders in de schaduw zouden blijven, in de schijnwerpers worden gezet.
Tot juni vorig jaar mocht daarom iedereen die journalistiek werk verricht, van het plaatsen van video’s op een eigen YouTube-kanaal en het bijhouden van een blog tot het filmen voor de NOS en schrijven voor De Telegraaf, als pers rechtszaken bijwonen. Dat wil zeggen dat zij in tegenstelling tot het gewone publiek, een laptop en telefoon mee de rechtszaal in mochten nemen en onder strikte voorwaarden geluids- en beeldopnamen van rechtszittingen mochten maken.
Op 1 juni 2025 kwam er een abrupt einde aan deze gang van zaken. Vanaf die datum werd de Persrichtlijn 2025 van kracht en kregen alleen nog journalisten als pers toegang tot gerechtshoven als zij over een perskaart van de Nederlandse Vereniging voor Journalisten (NVJ) of een politieperskaart (ook uitgegeven door de NVJ) beschikten. “De NVJ kent alleen een perskaart toe aan leden die ten minste 75 procent van het minimumloon met journalistieke activiteiten verdienen of een journalistiek arbeidscontract voor ten minste 16 uur per week hebben”, legt Sander Compagner uit. “Voor een politieperskaart, bedoeld om tijdens demonstraties en rellen achter de linies van de politie verslag te kunnen doen, moet je aan dezelfde inkomenseis voldoen en voor een massamedium werken.”
Compagner is, naast uitgever van De Andere Krant, voorzitter van de mede door hem in 2020 opgerichte Vereniging voor Vrije Journalisten (VVJ). “Veel van onze leden zijn eenpitters die van kleine donaties leven en vaak uit overtuiging geen lid van de NVJ — een onderdeel van vakbond FNV — willen worden. Die groep werd door de nieuwe persrichtlijn buitengesloten. Voor mij was dat een onaanvaardbare aantasting van de persvrijheid.”
Abonneer Vorig jaar stapte Compagner namens de VVJ samen met de onafhankelijke journalisten Djamila le Pair en Rico Brouwer naar de rechter om de discriminerende persrichtlijn aan te vechten. Zowel Le Pair als Brouwer deden tot juni 2025 veelvuldig verslag vanuit rechtbanken, LePair voor haar website Pinchofsooth.nl, terwijl Brouwer voor Potkaars.nl meer dan honderd rechtszaken filmde. Beiden volgden onder meer zaken van VoorWaarheid (Willem Engel en Jeroen Pols), voormalig advocaat Arno van Kessel (Barracuda-proces) en Fort Oranje (familie Engel vocht de sluiting van hun camping aan).
“Wij gaan meestal naar zittingen waar geen andere media bij aanwezig zijn”, legde Le Pair uit aan de rechters van Rechtbank Den Haag tijdens de inhoudelijke behandeling van de rechtszaak over de persrichtijn op 7 april. “Zo’n zaak als vandaag bijvoorbeeld, die heel belangrijk is voor journalisten, daar is niemand van de mainstreammedia bij aanwezig. Ik ben dit soort zaken gaan doen, omdat ik zag dat er een hiaat was, zaken die niet worden gedekt. Je zou denken dat de NVJ en misschien ook de rechtspraak het zou omarmen dat mensen zoals Rico en ik onderbelichte zaken belichten.”
Beiden mochten sinds 1 juni echter niet meer als pers rechtszaken bijwonen en daar dus ook geen videoverslag van maken: volgens de NVJ verdienen zij te weinig met hun journalistieke werk om aanspraak te kunnen maken op een (politie)perskaart.
Tijdens de zitting werd duidelijk dat juist de NVJ in belangrijke mate verantwoordelijk is voor nieuwe persrichtlijn die onafhankelijke burgerjournalisten als Brouwer en Le Pair uit rechtbanken weert. Riemer Veldhuis, de advocaat die namens de Staat de persrichtlijn verdedigde, verklaarde dat deze “in nauwe samenwerking met de NVJ” tot stand was gekomen. Volgens Veldhuis dreigde er een onhoudbare situatie te ontstaan omdat ‘journalist’ geen beschermd beroep is. “Het probleem zit in de afbakening: wie is journalist?” betoogde hij. “Als daar geen goede afspraken over worden gemaakt, kom je uiteindelijk in het scenario dat iedereen zich journalist kan noemen en dat dus iedereen beeld- en geluidsopnamen kan maken en mee naar buiten kan nemen. Zeker in de huidige tijd waarin iedereen snel en eenvoudig informatie kan verzamelen en delen en waarin informatie ook eenvoudig en anoniem op internet kan worden geplaatst, is dat bezwaarlijk. Want is die informatie eenmaal op internet geplaatst, dan is die informatie publiek en voor de hele wereld toegankelijk en kan de informatie ongecontroleerd en ook uit de context worden verspreid.” Volgens Veldhuis was er daarom een social pressing need ontstaan om “beperkingen te stellen” aan de persvrijheid.
De Raad voor de rechtspraak, het orgaan dat namens de Staat verantwoordelijk is voor de regels in gerechtshoven, vond dat er voortaan alleen nog maar professionele journalisten als pers rechtszittingen mochten bijwonen. Daarbij werd het bepalen wie als professioneel journalist wordt aangemerkt door de Raad van de rechtspraak volledig gedelegeerd aan de NVJ, met 8000 leden de grootste journalistenvereniging van Nederland. Daarmee kwam een particuliere club die bovendien met vakbond FNV verbonden is, in de opmerkelijke positie te kunnen aanwijzen wie wel en wie niet rechtszaken mocht verslaan. Brouwer en Le Pair werden door de NVJ buiten de gerechtshoven gehouden.
De Rechtbank in Den Haag heeft nu geoordeeld dat dit in strijd is met artikel 10 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, dat het recht op vrijheid van meningsuiting en persvrijheid regelt. “Door het op deze manier aan de NVJ uitbesteden van de keuze wie gebruik kan maken van de persfaciliteiten onder de Persrichtlijn 2025, komt de traditionele groep van journalisten voor accreditatie in aanmerking en lijkt de groep van personen die bijvoorbeeld als actieve burger, blogger of vlogger bijdragen aan het publieke debat hiervoor niet in aanmerking komen. Dit terwijl ook zij een bepaalde ‘public watchdog’ functie vervullen”, luidt het vonnis. Kortom, volgens Rechtbank Den Haag vervullen ook verslaggevers die niet bij de reguliere pers zijn aangesloten een belangrijke rol bij het controleren van de macht en dient de NVJ zich daar niet mee te bemoeien.
Op vragen van De Andere Krant laat Thomas Bruning, secretaris van de NVJ, weten verrast te zijn over het vonnis. Hij noemt de aanname dat de NVJ mocht kiezen wie als pers tot de rechtszaal werd toegelaten, onjuist. “Het is niet aan ons om te bepalen wie er een accreditatie krijgt, dat is aan de Raad voor de rechtspraak. Wij hebben alleen maar gezegd dat professionele journalisten altijd toegang moeten krijgen tot persfaciliteiten, en dat wij kunnen garanderen dat journalisten met een van onze perskaarten professioneel zijn. Dat de Raad voor de rechtspraak vervolgens heeft besloten de toegang exclusief tot die groep te beperken, is hun verantwoordelijkheid. Dat de rechter nu zegt “dat moet breder”, lijkt ons prima.”
Toch snapt hij wel dat als het om een kleine rechtszaal met weinig persfaciliteiten gaat, “niet iedereen met een draaiende camera de rechtszaal in kan”. In dat geval moet volgens Bruning nog steeds de voorkeur worden gegeven aan professionals. “Het gaat erom, mag er bij beperkte ruimte en capaciteit Djamila le Pair naar binnen of mag er iemand van de Telegraaf naar binnen? Dan zien wij liever iemand van De Telegraaf, want die heeft een hoger bereik, op basis van onze normen.”
Het loslaten van een inkomenseis bij het bepalen wie wel en wie niet ‘professioneel’ journalist is, zou volgens Bruning tot “chaos” leiden, omdat dan iedereen als pers in de rechtszaal zou moeten worden toegelaten. Hij erkent dat daarmee nieuwe media worden benadeeld: “Je moet ergens een grens trekken. Ik nodig je uit om een beter selectiecriterium te hanteren waardoor je niet iedereen insluit. Het is prima als een vereniging van amateurjournalisten als de VVJ daar een goede vorm voor heeft gevonden.” En dan is het volgens Bruning aan de Raad voor de rechtspraak om te kijken of die mensen met een VVJ-perskaart “ook onder de term journalistiek kan vatten.”
Compagner valt over de term ‘amateurjournalisten’: “Bij de VVJ zijn journalisten van allerlei pluimage aangesloten, inkomsten of bereik zijn daarbij geen criterium. Het gaat ons erom of iemand zich aan de journalistieke gedragsregels zoals hoor en wederhoor houdt, zoals die zijn vastgelegd in de Code van Bordeaux. Die delen we prominent op onze website. Dat kleine rechtszalen een probleem zouden zijn is in de procedure die we gevoerd hebben nooit een argument geweest. Net zoals er door de landsadvocaat geen voorbeelden van chaotis
Ukraine turns real-life kills into video game thrills for drone pilots Kyiv says the Army of Drones Bonus system, in which points may be redeemed for weapons, is the first of its kind anywhere.
May 31, 2026 at 5:00 a.m. EDTToday at 5:00 a.m. EDT 7 min
Summary
153 Make us preferred on Google
Destroyed Russian military equipment, missile parts and damaged vehicles in St. Michael's Square in Kyiv on April 24. (Oksana Parafeniuk/For The Washington Post)
By David L. Stern KYIV — The attack drone spots the Russian soldier in a field in eastern Ukraine and swoops in. Only when it’s nearly upon him does he see it. The onboard camera, sending video back to the remote pilot in real time, captures his panic. He throws his hands above his head and begins to run. The video cuts out.
Get concise answers to your questions. Try Ask The Post AI. Then a second video, shot from a surveillance drone: The soldier’s body lies in the field, motionless. The drone zooms in to show his apparently lifeless face.
In the years since Russia’s full-scale invasion of Ukraine, both sides have routinely posted clips of their enemies’ dismemberment or death — gruesome, graphic visual documents of the war’s brutality.
But these videos weren’t headed for social media. Instead, they were submitted to the Ukrainian government as entries in a competition among frontline drone pilots, with points and prizes for high scorers — a literal first-person shooter in the increasing video gamification of war.
Ukrainian officials say the Army of Drones Bonus system, or ePoints, is the only program of its kind in the world. Units earn points for each Russian soldier they incapacitate or kill and each weapon, vehicle or piece of military equipment they destroy. Points may be redeemed in an online government marketplace for more drones, with which to target more Russian forces.
“The program’s philosophy is simple,” said Andrii Hrytseniuk, CEO of Brave1, the government agency that came up with the competition. “The more you destroy, the more you receive.”
The panicked soldier was killed in April by the Spartan Brigade, an assault unit within Ukraine’s National Guard. To win points, each submission to the program is to be confirmed by at least two supporting videos. (The Washington Post could not independently verify the accuracy of the brigade’s videos.)
The point values for each type of target are classified. But the soldier appeared to be an infantryman — worth 12 points, Mykhailo Fedorov, who is now defense minister, wrote on social media last year.
Lately, the game has been especially deadly. Last month, Ukrainian drones incapacitated or killed more than 35,200 Russian troops, according to defense officials here, the bloodiest toll in at least several months. It was the fifth straight month, Federov said, that Moscow lost more troops than it can mobilize, Fedorov said earlier this month.
The carnage can be attributed in part to Moscow’s meat-grinder tactics — throwing masses of troops at Ukrainian positions in hopes of wearing them down or overwhelming them. Russian losses tend to spike in the fall and winter, when there is less natural cover to hide troops.
But it’s also a result of a decision by Ukrainian officials to target Russian soldiers specifically. In the fall, they doubled the number of points awarded for gravely wounding or killing a soldier.
New targets and points are added regularly. Snipers and smaller air defense units such as mobile fire crews are now on the list; enemy drone pilots are now worth twice as much as infantrymen.
“This shift was dictated by the battlefield itself,” Hrytseniuk said. “Russian forces began pulling their equipment as far as possible away from the line of contact, because it was being destroyed very quickly by our drones.
“Instead, they increasingly relied on infiltration tactics and the use of small infantry groups.”
It’s also evidence of how drones — unmanned air, ground and sea attack systems — have transformed the war.
Ukraine has become a world leader in this deadly new form of fighting — and it hopes to trade technology and strategic insight for military support and security guarantees.
The field is evolving rapidly. Ukrainian forces took a Russian position using “exclusively … unmanned platforms — ground systems and drones,” President Volodymyr Zelensky told defense industry workers last month. “The occupiers surrendered, and the operation was carried out without infantry and without losses on our side.”
Related Articles Next Pentagon abruptly cancels troop deployment to Europe amid frustrations with NATO Pentagon abruptly cancels troop deployment to Europe amid frustrations with... May 15, 2026 Analysis Elizabeth Dwoskin Welcome to the war party: The new Trump-tech alliance cashes in Welcome to the war party: The new Trump-tech alliance cashes in April 1, 2026 In Trump’s war messaging, veterans see something new — and disturbing In Trump’s war messaging, veterans see something new — and disturbing March 25, 2026 Cancellation of Army exercise fuels speculation about Mideast troop deployments Cancellation of Army exercise fuels speculation about Mideast troop deploym... March 6, 2026 As Pokrovsk is set to fall, Ukraine must choose to fight or save troops As Pokrovsk is set to fall, Ukraine must choose to fight or save troops November 6, 2025 Social posts, messages reveal alleged National Guard shooter’s turmoil Social posts, messages reveal alleged National Guard shooter’s turmoil December 13, 2025 National Guard troops deployed in D.C. add sanitation, landscaping duties National Guard troops deployed in D.C. add sanitation, landscaping duties August 27, 2025 Political turmoil strains the Army as it marks a milestone birthday Political turmoil strains the Army as it marks a milestone birthday June 13, 2025 Artists behind Trump statues on the Mall create video game to protest Iran war Artists behind Trump statues on the Mall create video game to protest Iran ... May 11, 2026 Review Becca Rothfeld A philosopher’s case for living playfully without keeping score A philosopher’s case for living playfully without keeping score January 8, 2026 Zelensky didn’t provide a location or date for the action, so it could not be independently verified. He also didn’t say whether Ukrainian forces subsequently held the position.
Russian forces have also ramped up drone strikes. As casualties have mounted on both sides, the no-man’s-land along the front line, called the “gray zone” or “kill zone” by officials and analysts, has widened to 18 to 24 miles.
The sides’ drone capabilities are at “relative parity at the tactical level,” according to Michael Kofman, a military analyst at the Carnegie Endowment for International Peace. “Most of the fight is not between infantry or soldiers at all on the ground,” he told the “War on the Rocks” podcast last month. “It is about the drone units of one side — their fire support, their artillery — but particularly their drone units being able to displace the drone units of the other side.”
Ukraine is attempting to win a war of attrition. In January, Zelensky said the “optimal level” of Russian losses was about 50,000 per month — a volume, he said, that would “ensure a level of destruction [that would] exceed the number of reinforcements they can send.”
“The task of the ministry of defense of Ukraine, the task of our army, of all the defense and security forces of Ukraine, is to guarantee precisely such a level,” Zelensky said. “This can be achieved. First and foremost, through drones, unquestionably, of all types.”
Ukraine’s casualty reports can be challenging to parse, according to Emil Kastehelmi of the Black Bird Group, a military analysis organization based in Finland. They don’t distinguish between the wounded and the dead, and it’s unclear whether at least some of the wounded are eventually able to return to the battlefield.
But while “it’s difficult to confirm exactly” what the Russian losses are, Kastehelmi said, the trend is “in the right direction.”
And they’ve had a significant impact on the enemy, analysts say.
“Russian forces can’t generate reserves with this rate of losses and may struggle to maintain the pace of combat operations this year,” Kofman told The Post. That math has led the Kremlin “to prioritize replacement and postpone force expansion.”
Franz-Stefan Gady, an analyst in Vienna with the Center for a New American Security, cautioned perspective. While it’s “a reasonable estimate to assume that they have been losing more men than they are recruiting,” he said, “Russia is not going to run out of manpower.”
“While not substantially expanding,” he said, Russian forces are “also not significantly shrinking in this conflict.”
After Russian gains last year, Ukraine has halted invading forces in their tracks in several locations. “The Russian offensive momentum has clearly diminished compared to late 2025,” Black Bird Group wrote on social media.
Russian troops have launched a spring offensive and are gaining ground in some areas, the analysts wrote, but not enough to offset Ukrainian advances. “Despite mechanized attack attempts, the continuing Russian offensive attempts are so far struggling to make significant gains and create momentum.”
“Just killing Russian infantry,” Kofman said, won’t be enough to win the war.
“Ukraine is now working to restore superiority in drone employment, fixing coordination between drone brigades and corps to stabilize the front line, and most importantly expanding strikes to control operational depth.”
Anastacia Galouchka and Serhii Korolchuk contributed to this report.