Stroomhuisje voor de deur? Gemeenteraad Houten wil dat inwoners voortaan inspraak krijgen over locatie Het gemeentebestuur van Houten moet opnieuw met netbeheerder Stedin in gesprek over de vraag waar exact transformatorhuisjes worden geplaatst, zeker waar het locaties betreft die inwoners tegen de borst stuiten.
Maarten Venderbosch
28 mei 2026, 12:18 Het gaat bijvoorbeeld om de Torenmuur, Burchtmuur, Kerkmuur en Plantagepolder. Inwoners zijn hier wel geïnformeerd over de plaatsing van trafohuisjes, maar zij hebben geen inspraak gehad over de precieze plek.
Dat moet voortaan anders, vindt een meerderheid in de gemeenteraad op aangeven van de inwonerspartij ITH. Die stelt dat een trafohuisje voor de deur kan inbreken op het woongenot, het straatbeeld en de leefomgeving. Burgers moeten daarom kunnen meepraten over de locatiekeuze. Stuit die op bezwaren, dan moet serieus worden omgezien naar een alternatieve plek.
In Houten worden 135 extra transformatorhuisjes geplaatst. Dat is nodig omdat het energiegebruik per huishouden flink stijgt. De oude huisjes trekken dat niet meer. Om er zeker van te zijn dat er straks ‘gewoon’ stroom uit de muur blijft komen, moet het netwerk worden versterkt.
50.000 nieuwe trafohuisjes De Polders en de Muren zijn de eerste wijken die aan de beurt zijn. Het werkgebied van Stedin omvat 42 gemeenten, in heel Nederland moeten zo’n 50.000 nieuwe trafohuisjes worden geplaatst. Stedin stelt zich op het standpunt dat mogelijke inspraak op elk trafohuisje zorgt voor vertraging. Om technische redenen is een andere locatie in de meeste gevallen ook niet haalbaar.
Maar aan de Torenmuur in Houten is een huisje tenslotte zestig meter verderop geplaatst. Dat gebeurde onder meer om een parkeerplaats te behouden en vanwege zichtlijnen vanuit woningen. „Het kan dus wel’’, aldus ITH-raadslid Mark Honkoop, die voldoende steun kreeg in de gemeenteraad om Houtenaren in het vervolg beter te betrekken bij de vraag waar in hun straat een trafohuisje komt te staan.
Als Sierra Leone afglijdt naar een narcostaat, gaat Europa dat voelen
Bron Maartje Geels Dit artikel is geschreven doorBabah TarawallyGepubliceerd op 27 mei 2026, 22:00
Bewaren Delen Babah Tarawally is schrijver, columnist en programmamaker. Voor Trouw schrijft hij om de week over (verborgen) discriminatie en racisme, maar vooral over manieren om elkaar op dit thema te kunnen verstaan. Lees ze hier terug.
Ik loop bijna dagelijks langs een coffeeshop in Utrecht. Wat mij telkens treft, is de rust. Fietsers stappen af. Auto’s parkeren netjes in de rij. Buiten houden beveiligers toezicht alsof het een bankgebouw is. Binnen worden drugs verkocht, ordelijk en gereguleerd.
Mis nooit meer het laatste nieuws
Krijg een melding bij belangrijk nieuws over Opinie.
Een vriendin van mij werkt in de verslavingszorg. Zij vertelde mij ooit hoe keurig geklede mannen en vrouwen hun dagelijkse dosis komen halen, om te kunnen blijven functioneren. Soms wordt die zorg zelfs vergoed door de verzekering. Dat vond ik wel het meest confronterend.
Het kapitalisme zit in onze aderen. In Nederland is het leven georganiseerd rondom zekerheid. Werken. Presteren. De hypotheek moet betaald worden. De belastingen. De verzekeringen. De lening voor een studie, een auto of een onderneming. Het kapitalisme zit in onze aderen. De staat heeft er belang bij dat jij blijft meedoen. Tot aan je pensioen zorgt het systeem voor je en ook daarna.
Quote van . In Sierra Leonie vreten drugs een hele generatie op
Ik ben net terug uit mijn geboorteland Sierra Leone. Daar leven veel mensen zonder hypotheek, zonder verzekering, zonder lening en zonder vangnet. Niet de staat is afhankelijk van de burger, maar de burger van de willekeur van de staat. Het leven is er kwetsbaar. Onzekerheid is de standaard.
Openlijk drugs verkopen En ondertussen vreten drugs er een generatie op. Vooral kush, een goedkope, verwoestende drug, maakt jongeren kapot. Ik zag jongens langs de straten van Freetown staan als schimmen van zichzelf. Zombies. In buurten waar kinderen horen te spelen, worden openlijk drugs verkocht.
Mijn voormalige buurman, ooit eigenaar van een succesvolle apotheek, is verslaafd. Zijn zaak ging failliet. Een vriendin vertelde mij dat ze overwoog drugs te gaan verkopen in clubs om financieel te overleven. Ze vroeg mij wat ik ervan vond. Ik zei nee. Niet uit morele superioriteit, maar uit angst. Angst dat ook zij opgeslokt zou worden door een economie van wanhoop. Hoe moet ik dan aan de kost komen?, zei ze. Die vraag bleef hangen.
Aangehouden door politie Want misschien is dat het grootste verschil tussen West-Europa en Sierra Leone: hier leren mensen mogelijkheden zien, daar leren mensen vooral overleven tussen onmogelijkheden. Wanneer een samenleving jarenlang geen perspectief biedt, sterft niet alleen de economie af, ook de verbeelding.
Afgelopen maand vertrok ik vroeg uit Sierra Leone naar Conakry voor mijn vlucht naar Nederland. Onderweg werden we aangehouden door de politie. Eén passagier bleek drugs in zijn tas te hebben. Hij werd gearresteerd, net als de chauffeur. Ik vervolgde mijn reis met ander vervoer.
Terug in Nederland hoorde ik over een enorme drugsvangst in Spanje: een schip vol cocaïne uit Sierra Leone, de grootste vangst ooit in het land. Kort daarna kwam het nieuws over een poging om de Nederlandse Bolle Jos aan te houden, een van ’s werelds meest gezochte drugsbaronnen, vermoedelijk wonend in Sierra Leone. Natuurlijk dacht ik.
Nederland kan meer doen Drugs volgen vandaag dezelfde routes als geld, handel en migratie. Wat in Freetown begint, eindigt vroeg of laat in Rotterdam, Antwerpen of Amsterdam. De wereld is geen eiland.
Ik leef tussen twee werelden: een Nederland met jarenlange ervaring in drugsbeleid, verslavingszorg en preventie, en een Sierra Leone dat nauwelijks weet hoe ze deze nieuwe golf van verslaving moet bestrijden.
Nederland kan meer doen. Niet met militaire interventies of opgeheven vingertjes, maar met kennis, preventie, onderwijs en mentale zorg. Ook uit eigenbelang. Want als Sierra Leone afglijdt naar een narcostaat, zal Europa dat uiteindelijk voelen.
Misschien is echte internationale samenwerking simpelweg dit: landen die hebben geleerd met een probleem om te gaan, helpen andere landen voordat dat probleem een generatie vernietigt.