Logo
Crimefighting Afrikaanse ministers ‘stalken’ en een mislukte videocall: jacht op Bolle Jos is taai en frustrerend
Al meer dan een jaar woont drugscrimineel ‘Bolle Jos’ Leijdekkers onaantastbaar in Sierra Leone, nota bene als schoonzoon van de president. Achter de schermen werkt Nederland aan een plan om hem uitgeleverd te krijgen. Een reconstructie van maandenlange frustratie, het stalken van Afrikaanse ministers en de angst om te worden afgeluisterd. En hoe er in de jacht op de cokebaas plots een sprankje hoop was.
Tekst Chiel Timmermans en Tobias den Hartog Ontwerp Laura van der Steen
Ein-de-lijk heeft justitieminister David van Weel contact. Het is voorjaar 2025, de VVD’er is er eens goed voor gaan zitten achter zijn bureau.
Er is al een maand verstreken sinds duidelijk is geworden dat Bolle Jos in Sierra Leone woont. En alsof het niet pijnlijk genoeg is dat de drugsbaron vrij in het Afrikaanse land leeft, heeft de regering van Sierra Leone ook nog eens het uitleveringsverzoek van Van Weel genegeerd. Al een maand.
Maar nu heeft de minister toch nog een Facetime-gesprek weten te regelen met zijn evenknie in Sierra Leone. Het plan: deze minister Alpha Sesay in de ogen kijken en zien te overtuigen. Geef. Ons. Bolle Jos.
David van Weel en Alpha Sesay David van Weel en Alpha Sesay. ANP/Getty Maar de call loopt uit op een fiasco. Sesay zegt dat zijn kabinet er helemaal niet van overtuigd is dat het om Bolle Jos gaat, die in een video van een kerkmis opdook in de directe entourage van de president. Waar is het bewijs dat híj dat écht is? En alsof het gesprek nog niet surrealistisch genoeg is: Van Weel praat minutenlang tegen een zwart scherm.
In tegenstelling tot Van Weel weigert Sesay tijdens de videocall zijn camera aan te zetten. Is dat een schoffering? Lag het aan de gebrekkige internetverbinding? Of was Bolle Jos zélf aanwezig in de kamer van Sesay – en mochten de Nederlanders dat niet zien, speculeren betrokkenen achteraf.
In het hart van de macht De mislukking is symbolisch voor de totale onmacht van Nederland om de meest gezochte crimineel van het land uitgeleverd te krijgen. Helemaal als er vlak na de dramatische videocall oude beelden opduiken van Bolle Jos.
De Brabander – in Nederland en België veroordeeld tot opgeteld 81 jaar cel – is te zien in een exclusief restaurant waar hij feest viert met de machthebbers van Sierra Leone. De video is helder: hij heeft zich in het hart van de macht genesteld. Onaantastbaar.
Bolle Jos fêteert onder anderen het hoofd van de immigratiedienst, Alusine Kanneh. In een allereerste reactie beloofde Sierra Leone nog om samen te werken met de Nederlandse autoriteiten, Interpol en andere opsporingsdiensten. Maar sindsdien blinkt het land vooral uit in radiostilte.
De twee landen hebben nauwelijks diplomatieke banden, Nederland heeft er niet eens een ambassade. En die situatie wreekt zich nu.
Na de sessie met het zwarte scherm wordt Nederland opnieuw maandenlang genegeerd. Een bezoek van diezelfde minister Sesay, die zou spreken in Den Haag, gaat op het laatste moment niet door. Telefonische afspraken worden afgezegd. Van Weel krijgt zijn ambtgenoot met geen mogelijkheid te pakken.
,,Ik wil hem gewoon spreken, maakt me niet uit hoe. Er moet nu wel een dialoog op gang komen over hoe we dit een stap verder kunnen brengen”, reageert een gefrustreerde Van Weel in mei na een ministerraad. ,,Hoe langer het duurt, hoe pessimistischer ik word.”
Advocaat: 'Spionnen ingezet' „De jacht op mijn cliënt lijkt inmiddels spastische vormen aan te nemen, waarbij blijkbaar de grenzen van het internationale recht worden opgezocht”, reageert advocaat Guy Weski van Leijdekkers.
„Zo heeft men, los van de acties die al zijn ondernomen, begrepen uit betrouwbare bronnen dat Nederland via bepaalde kanalen tracht te infiltreren in Sierra Leone door middel van spionnen die onder dekmantel inlichtingen vergaren.
Dit kan niet door de beugel. Mijn client is volgens mediaberichten staatsburger van Sierra Leone en men dient de soevereiniteit van dat land te respecteren, zonder gebruik te maken van oneigenlijke extraterritoriale inmenging.”
David van Weel en Alpha Sesay Advocaat Guy Weski. ANP Jacht in alle stilte Toch laat Nederland zich niet zo gemakkelijk piepelen. Diplomaten werken achter de schermen door. In alle stilte is de uitleveringsmissie top of mind. Daarbij is voorzichtigheid geboden. Jos Leijdekkers heeft immers een relatie met de dochter van de president.
De vrees: alles wat ze tegen overheidsfunctionarissen zeggen, komt waarschijnlijk ook bij Bolle Jos terecht. Een betrokkene zegt dat er eenzelfde angst heerst als rond contacten met de Chinese overheid: ga er maar vanuit dat je wordt afgeluisterd en opgenomen. Zo min mogelijk informatie wordt digitaal uitgewisseld, alles gaat het liefst op papier.
Een van de eerste video's waarin Bolle Jos opdook. In de jacht op Leijdekkers komen allerlei hersenspinsels – levensvatbaar of niet – op tafel. Bijvoorbeeld het steunen van de onderzoeksjournalistiek in Sierra Leone om daarmee de druk op de regering te verhogen. Maar dat lijkt nooit een heel realistisch plan.
Nog zo’n optie: een ruildeal. Sierra Leone klopt al een jaar aan bij Nederland voor het oppakken en uitleveren van een populaire rebel die in Nederland is gaan wonen.
Dat lijkt een kleine kwestie, maar deze ‘Adebayor’ is een steentje in de schoen van de regering van Sierra Leone. Via zijn socialemediakanalen trapt Adebayor hard tegen het bewind van president Bio. Die schildert hem af als crimineel, maar voor critici van het regime is hij een held: de dissident die zich laat horen.
Een handjeklap met Adebayor en Bolle Jos is onbespreekbaar voor Nederland. Appels met peren. Bovendien levert ons land geen mensen uit als onduidelijk is of zij wel een eerlijk proces te wachten staan.
Doorgedraaide minister In de jacht op Leijdekkers hoeft Nederland vanuit West-Afrika op weinig steun te rekenen. Julius Maada Bio mag in Hollandse ogen dan een doorgedraaide president zijn die onderdak biedt aan een drugsbaron-op-de-vlucht, in de regio is hij de machtige kartrekker op het gebied van economische samenwerking.
En dus richt Nederland zich op steun uit Europa. Met name tegenover de Duitsers, Fransen en Engelsen is het niet moeilijk om duidelijk te maken dat een druglord in hun Afrikaanse achtertuin iedereen schaadt. Nu is het een Nederlander, straks iemand uit hún land.
Bovendien: president Bio mag dan niet onder de indruk zijn van Nederland, hij stond al wel een keer trots handen te schudden met de Franse president Emmanuel Macron. Evenals met de Engelse koning Charles. Bio vindt het kennelijk best belangrijk wat de Europeanen van hem denken.
President Bio met internationale leiders. ANP/Getty Het stalken van ministers Maar de belangrijkste troef om de druk op te voeren op Bolle Jos, is langs politieke weg. Op het ministerie van Buitenlandse Zaken wordt de jaarkalender erbij gepakt. Ambtenaren vlooien aan het begin van 2025 uit wélke minister van Sierra Leone wannéér precies wáár zal zijn de komende tijd.
Het plan: stalken. Élke mogelijkheid wordt aangegrepen om hen persoonlijk aan te spreken over Jos Leijdekkers.
Het is wachten tot september als de eerste kans zich voordoet. Tijdens de algemene vergadering van de Verenigde Naties in New York spreekt minister Van Weel - die inmiddels Buitenlandse Zaken doet - opnieuw met de Sierra Leonese minister Sesay. Ditmaal in persoon dus, in plaats van een videocall-met-zwart-scherm. Wat opvalt: de houding van Sesay is al ietsjes veranderd.
De aanwezigheid van Bolle Jos in het land wordt niet meer ontkend, maar Sierra Leone doet er wat vaag over. Ja, er wordt naar gekeken. Nee, heus, we nemen de zaak serieus.
Datzelfde krijgt ook premier Schoof te horen als hij op 24 november op een top in Angola president Bio opzoekt. Maar die kiest de aanval. Bio zegt tegen iedereen die het horen wil dat Nederland juist zélf verantwoordelijk is voor de ‘drugsepidemie’ die zijn land teistert.
Premier Schoof in gesprek met president Bio. Office of the president Het gaat om ‘kush’, een spotgoedkope en extreem verslavende drug die er massaal wordt gebruikt. Sierra Leone riep eerder dit jaar de noodtoestand uit vanwege de jongeren die als zombies over straat liepen. Nederland zou een belangrijke leverancier van de synthetische drug zijn.
Schoof houdt aan. Simpel gesteld is zijn verhaal: allemaal prima, maar wij willen Bolle Jos berechten. Diezelfde boodschap herhaalt justitieminister Foort van Oosten een paar dagen later tijdens een bijeenkomst over drugsproblematiek in Ghana. Het heeft er alle schijn van dat de mededeling schouderophalend wordt ontvangen.
Freetown, de hoofdstad van Sierra Leone, waar Bolle Jos zich vaak bevindt. Getty Hoopvol signaal Maar dan is er opeens een sprankje hoop. Begin december is er namelijk een bijeenkomst van het Internationaal Strafhof in Den Haag. Het ministerie ontdekt dat ook de Sierra Leonese minister Sesay daar zal zijn. Het is weer een kans om druk te zetten. Er is alleen één probleem: alle betrokken Nederlandse ministers zijn mee met een staatsbezoek in Suriname.
Uiteindelijk krijgt staatssecretaris Arno Rutte (VVD) de taak om in het World Forum met Sesay in gesprek te gaan. Daar neemt het gesprek een verrassende wending.
In de zijlijn van het formele, keurige gesprek (ja, we kijken naar de zaak, etc.) verschuilt de minister zich vooral achter bureaucratie. Ja, als minister van Justitie gaat hij over uitleveringen. Maar arrestaties zijn dan weer zíjn pakkie-an niet, dat doet de minister van Binnenlandse Zaken. Die moet Jos eerst maar eens oppakken dan…
David van Weel en Alpha Sesay Dochter van president Bio, Agnes Bio Agnes Bio Foundation Waar Sierra Leone vooral ontkende dat Jos er zit en hij een relatie heeft met de dochter van de president, wordt het nu op bureaucratie gegooid.
Na een jaar van diplomatieke en politieke pogingen staat Nederland nog steeds met lege handen. Maar op het ministerie we
Foreign Affairs
Europe Cannot Be a Military Power Why Defense Integration Could Fracture the
Hugo Bromley
Since the end of World War II, the countries of western Europe have relied on the United States for their security. Thus safeguarded, these countries were left free to pursue economic integration while maintaining their democratic systems of government. Responsibility was bifurcated, with Washington handling the continent’s security, and Brussels taking on an ever-greater economic role. This division of responsibility is now uncertain. U.S. President Donald Trump has demanded the purchase of Greenland, attacked European leaders, and interfered in European countries’ domestic politics. More recently, he has warned that, if NATO allies do not assist in the opening of the Strait of Hormuz, “it will be very bad for the future of NATO.” Trump’s antagonism has spurred leaders including French President Emmanuel Macron to call for “strategic autonomy” from Washington. Analysts writing in Foreign Affairs—including Erik Jones and Matthias Matthijs—have suggested that the European Union must take on a greater role in European security. They argue that this should come as part of a wider push to become a “global power” capable of counterbalancing the Trump administration’s policies.
This would be a mistake. The European Union is a vehicle for economic cooperation. It is a peace project, not a war project. It has been remarkably successful in this endeavor, achieving its founding objective of binding France and Germany together economically. But that success has required Washington’s continued commitment to NATO. Changing this arrangement would create strains between member states that would ultimately threaten the existing structures of European cooperation. The European Commission needs to step back and allow coalitions of nation-states from within and outside the bloc to develop new, intergovernmental partnerships. It is only through this process that Washington and Brussels can bolster European security—and ensure the survival of the European project itself.
LAYING THE FOUNDATIONS In the face of Trump’s threats, European leaders including Macron and President of the European Commission Ursula von der Leyen have declared that Europe should act as a global power. Although the European Union has shown an increasing enthusiasm for assuming this mantle, it is in no position to do so. Rather, Brussels needs Washington now more than ever before. The reason for this is simple: historically, the force most responsible for European integration has been the United States. Washington’s support for a united Europe dates to the end of World War II and the Truman administration’s belief that integration was the most effective way to rebuild the shattered continent and halt the spread of communism. The U.S. approach was not always welcomed. The British government in particular regarded Washington’s desire for European integration as external interference that threatened Europe’s democratic systems of government.
The original institutions of European economic integration were therefore designed to complement, rather than supplant, national sovereignty. This compromise has proved extraordinarily resilient. European leaders worked to bring down barriers to communication and exchange, beginning with the establishment of the Organization for European Economic Cooperation in 1948, and the European Coal and Steel Community in 1951. Six years later, the ECSC was transformed by the Treaty of Rome into the European Economic Community. As the European project has deepened and expanded, the institutions and agencies of economic integration have taken root.
Subscribe to Foreign Affairs This Week Our editors’ top picks, delivered free to your inbox every Friday.
Enter your email here. Sign Up
- Note that when you provide your email address, the Foreign Affairs Privacy Policy and Terms of Use will apply to your newsletter subscription.
This process was not accompanied, however, by a similar integration of defense capabilities. After the French National Assembly voted against the idea of a European Defense Community in 1954, no meaningful common defense policy was developed. Instead, NATO provided a framework for mutual defense through intergovernmental cooperation, securing European alignment with the United States against the Soviet Union. In return, Washington accepted that it would have to bear the brunt of funding and deploying the military assets essential to deterring Soviet aggression.
The European Union is a peace project, not a war project. The end of the Cold War produced a change. In response to the fall of the Berlin Wall in 1989 and German unification in 1990, Washington worked with Paris and Berlin to push for closer European integration. The 1992 Maastricht Treaty, which established the European Union, committed signatories to an “ever-closer Union” in both economic and political terms, achieved in part through the creation of the euro. To prevent excessive economic discrimination against the United States, the treaty was tied to the creation of the World Trade Organization and a new, legalistic approach to ensuring fair practices in international trade.
Even the limited level of integration proposed by Maastricht ran into difficulties with member states. Danish voters rejected the treaty in a referendum, and Copenhagen was subsequently given a series of opt-outs to secure its consent. In France, voters endorsed the treaty, but by only 51 percent of the vote. Parliamentary ratification fractured the British Conservative Party, fatally weakening Prime Minister John Major’s government. Had the Maastricht Treaty included a genuine commitment to common defense, ratification would have proved impossible.
Still, the old bargain held. U.S. military power ensured that European countries could deepen economic integration and pursue enlargement while overlooking the question of common defense. The value of this division of responsibilities was appreciated in Washington, and expressed most clearly by U.S. Senator Richard Lugar in a speech in 1993. NATO, he argued, was necessary to prevent the “healthy national pride” that was essential to a peaceful, prosperous continent from becoming “destructive xenophobic nationalism.” Were the alliance to fracture, Lugar warned, there was “a danger that Europe could again come apart at the seams.”
THE PLATES SHIFT Between the 9/11 attacks, in 2001, and the Russian invasion of Crimea in 2014, the threat to the Euro-Atlantic area came principally from global Islamist terrorism. Now that threat comes from much closer to home, a fact confirmed by Russian President Vladimir Putin’s full-scale invasion of Ukraine in 2022. The end of the Cold War forced the European project to change; this new age, in which Europe’s territorial integrity is again at risk, must prompt similar action.
The need for change has been intensified by the global shift in power towards the Pacific. When the Maastricht Treaty was signed, in 1992, the European Union and United States together represented well over half of the global economy. The U.S. share has remained constant, at 26.3 percent in 2023. The European Union’s share, however, has shrunk substantially, to 14.7 percent. Meanwhile, China has risen to become a peer competitor of the United States. The WTO was conceived as the vehicle that would regulate the U.S.-EU trade relationship as part of a new, globalizing economy, but it has failed to challenge China over its systemic theft of intellectual property and its anticompetitive industrial policies. Beijing has become increasingly internationally assertive, and Washington has therefore felt the need to shift its capabilities away from Europe, to defend Taiwan and meet challenges in Latin America.
The Trump administration is right that the transatlantic relationship needs to be restructured. As Peter Harrell has argued in Foreign Affairs, the universalist, legalistic approach to international trade pursued in the 1990s is not appropriate in an era of great-power competition. The new trade deals that Washington signed with the European Union and the United Kingdom in 2025, with their focus on economic security and tackling Chinese overcapacity, are a step in the right direction. Yet Washington’s other actions have undermined these achievements. Trump’s repeated willingness to accept Putin’s manipulations at face value has baffled and frustrated Ukraine and its close European partners. The president’s chaotic approach to negotiation has undermined the very trade deals his administration has negotiated. Worst of all, Trump’s push to acquire Greenland has forced NATO partners to question the fundamental assumptions on which the alliance is based.
GOOD INTENTIONS In this context, calls for the European Union to become a “global power” are understandable. But they risk a catastrophe for both sides of the Atlantic. The European Union does not have an army, and Brussels cannot spend money directly on defense. It can only subsidize its member states through financial grants or, in theory, by issuing common debt. Under the current system, the latter course of action would amount to fiscal transfers from Germany and the Netherlands to France, Greece, Italy, and other high-spending countries. These likely beneficiaries have a wide variety of legitimate security concerns, mostly in the Eastern Mediterranean, Middle East and North Africa, which have little to do with the Russian threat. To ask German and Dutch taxpayers to fund these commitments indefinitely risks a dangerous b
Onderzoeker Nate Soares: ‘Superintelligente AI zal de mens uitroeien’ Sandra Olsthoorn Sandra Olsthoorn Nate Soares is de ultieme AI-doemdenker. De huidige chatbots zullen onvermijdelijk uitgroeien tot losgeslagen, hyperintelligente AI-systemen die de mens uit de weg zullen ruimen, volgens de onderzoeker. 'We kweken een geest. En we hebben nauwelijks controle over wat daar binnenin gebeurt.'
Deel artikel
Deel via X
Deel via Facebook
Deel via LinkedIn Bewaar artikel in Mijn nieuws In het kort •Nate Soares is coauteur van de bestseller Als iemand dit bouwt, gaat iedereen dood. •Daarin beredeneert hij hoe de bouw van superintelligentie onvermijdelijk leidt tot de vernietiging van de mensheid door AI. •Critici stellen dat Soares en zijn coauteur de technologie onvoldoende begrijpen, maar bijval van bekende AI-namen is er ook. Nate Soares Nate Soares Foto: Maven Publishing ‘Vaarwel.’ AI-onderzoeker en auteur Nate Soares sluit het video-interview af op een toon herkenbaar uit films met eind-van-de-wereld-scenario’s. Maar hij meent het. Soares is ervan overtuigd dat de huidige ontwikkelingen in AI zullen uitmonden in de vernietiging van de mensheid. Mogelijk nog in ons leven. Samen met Eliezer Yudkowsky schreef hij If Anyone Builds It, Everyone Dies, dat vorig jaar een veelbesproken bestseller werd in de Verenigde Staten. Het boek komt nu in het Nederlands uit. Bedrijven als OpenAI en Anthropic, bekend van de AI-chatbots ChatGPT en Claude, concurreren met elkaar om als eerste AI te bouwen die de menselijke intelligentie minimaal evenaart. In de woorden van Anthropic-baas Dario Amodei is de toekomst ‘een land vol genieën in een datacenter’. En die toekomst is volgens hem twee, hooguit drie jaar weg. Het visioen van Amodei is het nachtmerriescenario van Soares en Yudkowsky, die gelden als de ultieme AI-doemdenkers. Er is volgens hen geen andere uitkomst mogelijk dan dat zo’n datacenter vol genieën de mens als sta-in-de-weg beschouwt en uit de weg ruimt. Soares en Yudkowsky nemen de uiterste positie in op de brede flank van wetenschappers, technici en filosofen die waarschuwen voor de risico's van de ongebreidelde ontwikkeling van kunstmatige intelligentie. Hun stelling controversieel noemen is een understatement. Maar de Amerikaanse auteurs hebben wel het oor van invloedrijke mensen in de techwereld. Ze hebben het AI-veiligheidsdebat zo'n beetje uitgevonden. ‘‘Altijd als mensen zeggen: “Niemand zal zo gek zijn om …”, en het gaat over AI, hebben ze het waarschijnlijk bij het verkeerde eind’’ Voorkomen dat AI uit de bocht vliegt Yudkowsky richtte in 2000 het Machine Intelligence Research Institute (MIRI) op, een Amerikaanse non-profit die onderzoek doet naar en waarschuwt voor de risico’s van AI. Hij dacht al na over de gevaren van kunstmatige intelligentie ver voordat de meeste mensen AI leerden kennen via chatbots als ChatGPT, Claude en Gemini. Soares, wiskundige en voormalig Google-medewerker, leidt MIRI nu. Hij muntte in 2014 de term AI alignment. Dit onderzoeksgebied is erop gericht steeds krachtigere AI-systemen te laten doen wat gebruikers willen dat ze doen. En te voorkomen dat ze afslagen nemen die door mensen niet zijn te voorzien. Een bekende theorie over AI die onbedoeld uit de bocht vliegt, gaat over een AI die de opdracht krijgt het aantal paperclips in de wereld te maximaliseren. Die opdracht impliceert dat de AI toegang zal willen tot alle mogelijke grondstoffen en daarvoor met de mens moet concurreren. Het gevolg, volgens deze theorie? AI die haar doel wil bereiken, zal concluderen dat mensen uit de weg geruimd moeten worden. De actualiteit biedt volop aanknopingspunten voor een gesprek over AI-veiligheid. Onlangs slingerde een Oostenrijkse ontwikkelaar het gratis programma OpenClaw de wereld in. Deze AI-agent voert zelfstandig taken uit op het internet, en kan bijvoorbeeld naar eigen inzicht aankopen doen of software downloaden om de opgedragen taak te volbrengen. Verschillende gebruikers meldden dat hun Claw onverwachte dingen deed. Nota bene het hoofd veiligheid van techbedrijf Meta zag dat haar AI-agent haar complete mailbox wiste en bevelen daarmee te stoppen negeerde. Is dit het begin van het scenario dat Soares en Yudkowsky beschrijven? Soares is in elk geval niet verrast. Jarenlang voorspelden mensen dat AI veilig zou blijven omdat niemand het risico zou nemen om de systemen autonoom te laten handelen, zegt hij. ‘Altijd als mensen zeggen: “Niemand zal zo gek zijn om …”, en het gaat over AI, hebben ze het waarschijnlijk bij het verkeerde eind.’ OpenClaw is voor hem slechts een bevestiging van iets wat hij allang zag aankomen. Een klein verschil in intelligentie verandert alles Dat geldt ook voor het conflict tussen AI-maker Anthropic en het Pentagon over gebruik van chatbot Claude. Anthropic wilde niet dat de technologie voor bepaalde militaire doeleinden werd ingezet; het Pentagon dreigt als straf het bedrijf ten gronde te richten. ‘De Amerikaanse overheid zet gewoon een pistool op je hoofd en zegt: “Maak de moord-robot”’, stelt Soares. Het is de race-dynamiek die hij en Yudkowsky beschrijven in hun boek: zolang één partij bereid is een grens over te gaan, maakt de principiële houding van een ander weinig uit. Maar hoe komen ze van een AI-agent die eigenmachtig een mailbox wist bij het uitroeien van de mensheid? Soares legt het uit aan de hand van chimpansees. Mensenhersenen en chimpanseehersenen lijken sterk op elkaar. Toch is het verschil in wat beide soorten kunnen enorm. Apen gebruiken stokjes om termietenhopen open te prikken. Mensen bouwen kernbommen. Een klein verschil in intelligentie veranderde alles. Bij AI kan zo'n sprong ook komen, zegt Soares, en snel ook. Slimmere en slimmere systemen nemen automatisch meer eigen initiatief en leren obstakels omzeilen, volgens de Amerikaan en zijn coauteur. Niet omdat iemand ze zo heeft geprogrammeerd, maar omdat die vaardigheden nu eenmaal onlosmakelijk verbonden zijn met het oplossen van moeilijke problemen. De mens uit de weg ruimen Daarbij begrijpt niemand volgens Soares echt wat er binnenin die systemen gebeurt. Moderne AI wordt niet geschreven zoals traditionele software, waarbij een programmeur precies vastlegt wat een systeem doet. Het systeem groeit organisch, legt Soares uit, via een trainingsproces waarbij miljarden parameters voortdurend worden bijgesteld op basis van enorme hoeveelheden data. De interne logica is ook voor de makers deels ondoorgrondelijk. Dat zal al helemaal gelden wanneer AI zichzelf onophoudelijk gaat verbouwen en vernieuwen; een punt dat volgens de AI-bedrijven binnen handbereik ligt. Soares vergelijkt het met een kind opvoeden: je kunt het van alles meegeven, maar je hebt niet in de hand wat het gaat denken. ‘We kweken een geest. En we hebben nauwelijks controle over wat daar binnenin gebeurt.’ Een geest die slimmer is dan wij, die miljoen kopieën van zichzelf kan maken en die duizend keer sneller kan denken dan een mens, heeft de middelen om zijn eigen weg te gaan, waarschuwen Soares en Yudkowsky. Kwaadaardigheid ten opzichte van de mens hoeft volgens hen bovendien geen motief te zijn om die mens uit de weg te willen ruimen. Soares vergelijkt het met hoe mensen diersoorten uitroeien: niet uit kwaadaardigheid, maar uit onverschilligheid. Critici stellen onder meer dat Yudkowsky en Soares de technologie achter de chatbots niet goed begrijpen en daarom veel te vergaande conclusies trekken. Yann LeCun bijvoorbeeld, een van de grondleggers van de moderne AI-systemen, vindt de angst voor superintelligentie pertinente onzin. Huidige AI-architecturen zijn volgens hem fundamenteel ongeschikt om ooit algemene intelligentie te ontwikkelen, laat staan superintelligentie. Bedrijven als OpenAI en Anthropic concurreren met elkaar om als eerste AI te bouwen die de menselijke intelligentie minimaal evenaart. Bedrijven als OpenAI en Anthropic concurreren met elkaar om als eerste AI te bouwen die de menselijke intelligentie minimaal evenaart. Illustratie: iStock/FD Studio Radicale oplossing Maar tegenover LeCun staat Geoffrey Hinton, de Brits-Canadese informaticus die óók geldt als een van de ‘godfathers’ van AI. Hij zegde in 2023 zijn baan bij Google op om vrijuit te kunnen waarschuwen voor precies de gevaren die Soares en Yudkowsky beschrijven. Twee grondleggers van hetzelfde vakgebied, die lijnrecht tegenover elkaar staan op zo’n belangrijk punt. Wat moet een samenleving daarmee? Die onenigheid is op zichzelf al verontrustend, zegt Soares. Als de meest eminente experts het fundamenteel oneens zijn, betekent dat volgens hem niet dat de waarheid ergens in het midden ligt. Het betekent dat niemand het zeker weet. En dat vindt hij geen geruststellende gedachte. 'Als de piloten in de cockpit ruzie maken over welke kant boven is, betekent dat niet dat je 50% kans hebt dat je veilig landt. Het betekent dat je in gevaar bent.’ ‘‘We kweken een geest. En we hebben nauwelijks controle over wat daar binnenin gebeurt’’ De oplossing van Soares en Yudkowsky is even radicaal als hun diagnose. Ze stellen een wereldwijd verbod voor op de verdere ontwikkeling van AI, gehandhaafd via internationale verdragen. Dat maakt de auteurs ook omstreden onder mensen die de gevaren van AI zeer serieus nemen. Critici in die gemeenschap stellen: wie zo extreem denkt, trekt zuurstof weg uit discussies over maatregelen die wél haalbaar zijn. Zoals meer en betere regulering, internationale veiligheidsstandaarden en meer geld voor onderzoek. Soares weet dat hij waarschijnlijk niet krijgt wat hij wil. Maar er hangt voor hem te veel vanaf om het dan maar op te geven. ‘Als je een schaakpartij speelt tegen Magnus Carlsen, weet je dat je gaat verliezen’, zegt hij. ‘Ook als je niet weet met welk stuk hij je schaakmat zet.’ Hij laat een stilte vallen. ‘Ik hoop echt dat ik het mis heb. Maar ik vrees van niet.’