Direct naar artikelinhoud Website logo
Home Krant Net binnen Luister Rubrieken Opinie Opinie: Gymnasiumleerlingen zijn een gevaar voor de samenleving Leerlingen op het gymnasium worden klaargestoomd voor invloedrijke posities, zonder dat ze leren wat die verantwoordelijkheid werkelijk betekent. Dat is potentieel heel gevaarlijk, stelt Yasmina Ahamiane.
Een gymzaal van het Murmellius Gymnasium wordt ingericht voor de centrale eindexamens.Bron Koen van Weel / ANP Dit artikel is geschreven doorYasmina AhamianeGepubliceerd op 23 mei 2026, 09:00
Bewaren Delen ‘Jullie zitten op het vwo, dus gedraag je daarnaar.’ ‘Als je geen zin hebt, ga je maar tomaten verkopen op de markt.’
Mis nooit meer het laatste nieuws
Krijg een melding bij belangrijk nieuws over Columns & Opinie.
Het waren zinnen die geregeld vielen in de klas. Bedoeld om te motiveren, maar ze bevestigden vooral iets anders: een hiërarchie. Alsof het vwo naast een schoolniveau ook een bewijs van superioriteit was. Alsof ander werk, en daarmee andere levens, minder waard waren.
Op het gymnasium zat ik tussen kinderen die niet per se slimmer waren, maar wel meer toegang hadden tot hulpmiddelen: ouders met geld, tijd en invloed. Huiswerk werd uit handen genomen. Bijles stond klaar. Netwerken lagen al vast voordat erom werd gevraagd. Het systeem werkte in hun voordeel, en dat werd zelden ter discussie gesteld.
Over de auteur
Yasmina Ahamiane is auteur.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Bubbel Toch werd dat voordeel vaak verward met intelligentie. Klasgenoten konden moeiteloos Latijnse spreuken citeren, maar wisten weinig over actuele maatschappelijke thema’s. Gesprekken bleven hangen in abstracties, losgezongen van de wereld daarbuiten. Het gymnasium vormde een bubbel. Een bubbel waarin leerlingen leerden hoe ze zich moesten bewegen binnen bestaande structuren van macht en status. Dezelfde structuren waarin ze later zouden werken.
Tegelijkertijd waren diezelfde leerlingen zelden zo onaantastbaar als ze leken. Veel van hen waren juist ongelukkig. Faalangst zat diep. Onvoldoendes leidden tot tranen. Achter de schermen speelden andere dingen: gescheiden ouders, drukke levens, weinig tijd. Aandacht werd soms vervangen door spullen. Ze kregen de nieuwste telefoon, merkkleding, alles viel binnen handbereik. Ondertussen werd er in de tussenuren gedronken of geblowd, in de hoop dat dat de druk even kon dempen.
In die zin zijn deze leerlingen niet alleen dragers van het systeem, maar ook producten ervan. Ze leren al vroeg dat hun waarde afhangt van prestaties. Dat ze moeten voldoen aan verwachtingen waar ze niet zelf voor hebben gekozen. De bubbel beschermt, maar verstikt ook. En dat maakt het beeld complexer. Want het probleem zit niet in die individuele leerlingen, maar in de omgeving die hen vormt. Een omgeving die privileges normaliseert, maar tegelijkertijd enorme druk oplegt. Die kansen biedt, maar weinig ruimte laat om te falen of af te wijken.
Dezelfde blinde vlekken Onderzoek van de Onderwijsinspectie en het Centraal Bureau voor de Statistiek laat al langer zien dat kinderen van hoger opgeleide ouders veel vaker op het vwo en het gymnasium terechtkomen, zelfs bij vergelijkbare prestaties. Het onderwijs reproduceert dus bestaande ongelijkheid. Dat maakt de bubbel hardnekkig. Want wie er eenmaal in zit, blijft er vaak in. Van gymnasium naar universiteit, van universiteit naar prestigieuze banen. Onderweg komen ze vooral mensen tegen die op hen lijken. Met dezelfde referentiekaders, dezelfde aannames, dezelfde blinde vlekken.
En juist daarin schuilt het maatschappelijke risico. Omdat ze, gevormd in een relatief homogene omgeving, later beslissingen nemen over een samenleving die ze nauwelijks kennen. Dat zag ik later zelf opnieuw terug, op de Universiteit van Amsterdam. Veel mensen wisten precies hoe ze moesten overkomen, maar minder goed hoe ze echt moesten luisteren. Het ging vaak om prestaties, cv’s en indruk maken. Minder om het toelaten van andere werkelijkheden.
Pas in het hbo, bij een deeltijdopleiding tussen volwassenen, viel er iets van me af. De oudste student was een vrouw van 63 jaar. Mensen kwamen daar om iets toe te voegen aan hun leven. Gesprekken hadden gewicht. Nieuwsgierigheid was oprecht. Urgentie en betrokkenheid waren voelbaar. Dat contrast bleef hangen.
Vermoeiend Wat mij het meest is bijgebleven van het gymnasium is hoe vermoeiend het is om met geprivilegieerde kinderen in de klas te zitten met een armmoedige kijk op de wereld, maar die wel steeds denken ‘gelijk’ te hebben. Zoals een wijze Dave ooit rapte (die zelf een keer is gestopt met zijn studie rechten in Leicester om zich compleet op muziek te focussen):
I don’t know your picture, can you paint it for me?
And can you tell me where you batch of friends is taking you?
And can you tell me what your aspirations are, your dreams?
Forget the money brother, tell me what makes you you?
Can you tell me why you wake up, what makes you tick?
What makes you smile, what makes you laugh, what makes you sick?
Can you tell me why you’re on this earth?
Die vragen beantwoorden leer je helemaal niet op het gymnasium. Zolang dat niet gebeurt, blijft het een plek waar privileges worden bevestigd in plaats van bevraagd. Waar leerlingen worden klaargestoomd voor invloedrijke posities, zonder dat ze leren wat die verantwoordelijkheid werkelijk betekent. Dat is heel gevaarlijk.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar [email protected] of een brief (maximaal 200 woorden) naar [email protected]
Help ons door uw ervaring te delen: Feedback geven Lees ook Geselecteerd door de redactie
Spijt Het leven hangt niet van perfecte beslissingen aan elkaar: ‘Ik was boos op mezelf, spijt is een boze emotie’
Opiniemaker op zondag Ingrid Robeyns Hoe krijgen we mensen met veel privileges en mensen met veel pech en kwetsbaarheden weer bij elkaar?
Column Doortje Smithuijsen Net als de gymnasia weten corpora: als ze echt inclusief worden, zijn ze niet meer zo populair
Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant? Tip hier onze journalisten Algemeen Contact met de redactie Contact met de klantenservice Privacystatement Abonnementsvoorwaarden Gebruiksvoorwaarden Toegankelijkheidsverklaring Cookiebeleid Privacy-instellingen Auteursrecht Service Klantenservice Bezorgklacht indienen Bezorging pauzeren Bezorging wijzigen (Bezorg)adres wijzigen Adverteren Losse verkoop Zakelijk abonnement Meer de Volkskrant Over ons Colofon Abonneren Nieuwsbrieven Krant Puzzels Android apps iOS apps Webwinkel Volg de Volkskrant RSS-feeds LinkedIn Bluesky Instagram Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar [email protected].
Sigmund De Volkskrant is onderdeel van DPG Media.
KvK Nummer: 34172906 | BTW Nummer: NL810828662B01
© 2026 DPG Media B.V. Alle rechten voorbehouden
De “asielcrisis” is een crisis van onze ziel Alain Verheij Blog 21 mei 2026asiel, media, vluchtelingen “Vervloekt is eenieder die de rechten van vreemdelingen, weduwen en wezen schendt.” Dan antwoordt heel het volk: “Amen.” (Deut. 27:19)
Als de Bijbel vandaag zou worden geschreven, was de hoofdpersoon een vluchteling. Dat zeg ik niet vanuit een of ander links-romantisch sentiment, maar als theoloog. De Bijbel is een migrantenboek. Het woord ‘Hebreeër’ betekent zoiets als ‘oversteker’. Het eerste woord dat God tegen Abram zegt in de Bijbel is ‘Ga’, waarna een levenslange reis begint, op zoek naar een beter land om te wonen. Jezus heeft op zijn twaalfde al op drie verschillende plekken gewoond: een gedwongen geboorteplaats, een vlucht naar een ander land en een vlucht naar een andere provincie. Jozef is de eerste vreemdeling die gezinshereniging aanvraagt (en krijgt daarvoor toestemming!)
Verspreid door de Bijbel zijn er af en toe periodes van enkele tientallen jaren waarin er vrede of zelfs voorspoed is. In alle andere verhalen zijn/worden de hoofdpersonen gedeporteerd naar andere landen, belegerd en bedreigd en bezet, of zwerven ze rond op zoek naar een plek om zich te vestigen. Een contrast met de gemiddelde westerse christen, die het heilige boek leest in een samenleving die langdurige vrede, stabiliteit en macht geniet. Een hedendaagse Nederlander die de Bijbel wil begrijpen, zal zich moeten leren inleven in de situatie van volken en individuen die geen veilig land kennen.
**
Dat gaat niet vanzelf. Zoals mijn hond blaft naar elke vreemde voorbijganger, zo is een deel van ons voorgeprogrammeerd om ‘de ander’ te wantrouwen. Je beschermt de leden van je eigen groep en ontbloot je tanden richting leden van de andere groep. Een overgeërfd overlevingsmechanisme dat de basis vormt voor vreemdelingenhaat zoals we die zien in Loosdrecht, bij Markuszower en in het hele ‘AZC, weg ermee’ genre.
De Bijbel herhaalt niet voor niets tientallen keren dat we gastvrij en zorgzaam moeten zijn voor de vreemdeling. Het is geen vanzelfsprekendheid, het is iets wat we onszelf moeten blijven inprenten. Omdat we niets beter zijn dan die vreemdeling, omdat we, als we onszelf tenminste goed verstaan, ten diepste zelf ook vreemdelingen zijn.
Het zal de komende jaren steeds urgenter worden om deze boodschap te herhalen. Het laagje beschaving dat over de xenofobie heen ligt, wordt dunner. Nu zegt Markuszower nog dat we alleen Palestijnse vluchtelingen met geweld moeten verdrijven, straks zal iemand het breder trekken. Alle vluchtelingen, alle moslims, alle mensen van kleur, er zal steeds minder terughoudendheid zijn. George Orwell begint zijn beroemde boek 1984 met een bioscoopfilm waarin je vluchtelingen ziet verdrinken in de Middellandse Zee. Het hele publiek zit uitgelaten te lachen en juichen. Dat is het eindstation; een eindstation dat we overigens al vaker hebben gezien in de geschiedenis.
Er is namelijk niets nieuws onder de zon.
De verdachtmaking dat die buitenlanders onze vrouwen komen aanranden? Zo oud als het verhaal van Jozef en mevrouw Potifar: “Moet je nou zien! Hij moest zo nodig een Hebreeër in huis halen – zeker om zich met ons te kunnen vermaken! Die man is bij me gekomen en wilde bij me liggen, maar ik begon luid te roepen.”
Intussen is het Jozef, de vreemdeling, die zélf wordt aangerand. En ditzelfde gebeurt met Dina als haar familie bij Sichem komt wonen. Indirect met Sara als ze in Egypte komt wonen. Met de vreemdelingen in Sodom en in Gibea.
De verdachtmaking dat die buitenlanders ons komen omvolken? Zo oud als het verhaal van de farao van Egypte. Hij zei tegen zijn volk: “De Israëlieten zijn te sterk voor ons en te talrijk. Laten we verstandig handelen en voorkomen dat dit volk nog groter wordt.”
Intussen wordt dit volk, bestaande uit economische vluchtelingen, uitgebuit door dwangarbeid. Ze kunnen toch geen kant op. Ze zijn zeer productief voor het land waar ze te gast zijn. Maar zelf gaan ze er fysiek en mentaal aan ten onder.
De verdachtmaking dat die buitenlanders als parasieten van onze economie komen profiteren? Zo oud als het verhaal van de koning van Moab: “Die horde vreet hier de hele streek nog kaal, als een rund dat een veld afgraast.”
Eerst ontmenselijk je ze, daarna kun je ze alleen nog als ongedierte behandelen, als een plaag. Terwijl het gaat om medemensen die net als jij alleen maar naar een dak boven hun hoofd verlangen, een gevulde maag, een plek om zich veilig te vestigen, te bidden, werken en musiceren. Hun kinderen te zien opgroeien.
In zijn geliefde verhaal over de Barmhartige Samaritaan leert Jezus ons wat hij bedoelt met die naastenliefde waarover hij zo graag spreekt. Het is het verhaal van een man die onderweg wordt beroofd, verwond en ontkleed. Een priester komt voorbij en loopt met een boog om hem heen, een leviet (die ook dienst deed in de tempel) doet hetzelfde. Dan komt er een Samaritaan voorbij, iemand met een ander geloof, andere afkomst, andere cultuur. Hij verzorgt de gewonde man.
Nou, zo werkt naastenliefde dus, zegt Jezus. Als eerste les kun je daaruit halen: de naaste die je moet liefhebben, is iemand die op jouw pad komt en jouw hulp nodig heeft.
Maar er is meer aan de hand. In deze gelijkenis is de vreemdeling niet degene die gered moet worden, maar degene die redt. Wat als je op een dag zelf voor pampus ligt en dringend hulp nodig hebt? Weet je zeker dat jouw soort mens je komt redden? Of heb je elk soort mens nodig? Kan de vreemdeling jou ook redden, op een dag? Jezus identificeert zich met de Samaritaan, met de ánder, met de vreemdeling.
Zoals hij dat elders ook expliciet doet: “Want Ik had honger en jullie gaven Mij te eten, Ik had dorst en jullie gaven Mij te drinken. Ik was een vreemdeling en jullie namen Mij op, Ik was naakt en jullie kleedden Mij. Ik was ziek en jullie bezochten Mij, Ik zat gevangen en jullie kwamen naar Mij toe.”
Het is van het grootste belang dat christenen deze rode draad in de Bijbel collectief herontdekken. Niet in de laatste plaats in Den Haag, waar van de SGP tot nu toe niets goeds te verwachten viel op dit gebied. Het CDA zelden betrouwbaar is gebleken. De ChristenUnie nu ook weer begint te spinnen richting een strenger asielbeleid. Kijk toch uit wat je doet, allemaal. Zie je niet welke kant het op gaat in ons land? Laat je weer raken door het profetische geluid, laat je weer raken door de nood van de medemens, laat je weer leiden door het perspectief dat de Bijbel je verhaal na verhaal onvermoeibaar blijft voorspiegelen. Het perspectief van de ander die jou nodig heeft, van de ander die jij nodig hebt.
Laat liever het recht stromen als water, en de gerechtigheid als een altijd voortvloeiende beek. Amos 5
(Je mag dit stuk gratis lezen en delen. Wil je mijn koffie betalen, dan kan dat! Doneer hier een paar euro, of koop een boek van me)