Een nucleaire paraplu voor Jetten Het kabinet-Jetten is het eerste sinds de Koude Oorlog dat niet afwijzend spreekt over kernwapens, ondanks smeekbedes van ex-ministers, wereldberoemde natuurkundigen en artsen.
Coen van de Ven
28 april 2026 – verschenen in nr. 18
Luisteren
Cadeau geven
Delen
Leeslijst
Premier Rob Jetten tijdens een kennismakingsbezoek aan president Emmanuel Macron van Frankrijk. In het Élysée wordt onder meer gesproken over samenwerking op het gebied van veiligheid en defensie. Parijs, 11 maart © Ramon van Flymen / ANP Heel kort lonkte een kernwapenvrije wereld. Barack Obama stapte in 2009, kort na zijn verkiezing tot president, op een podium in Praag en sprak daar als ‘enige kernmacht die ooit een kernwapen heeft gebruikt’. Hij had het over ‘de gevaarlijkste erfenis van de Koude Oorlog’ en hoe ‘generaties leefden met de kennis dat hun wereld in één lichtflits kon worden weggevaagd’.
Aan zijn zijde liep een eigengereide adviseur van Nederlandse huize mee, de politicoloog en diplomaat Ivo Daalder. ‘Wij hadden al tijdens de campagne betoogd dat het bestel van Amerika moest worden gericht op een kernwapenvrije wereld’, zegt hij telefonisch vanuit Boston. ‘Daarna kwam al snel de vraag: wat betekent dit voor de Navo?’
Obama belast hem met precies die taak. Daalder wordt zijn Navo-ambassadeur en moet daar de geesten rijp maken voor een versnelling van de vermindering van het aantal kernwapens. Ze moeten zelfs volledig de wereld uit. ‘Maar Frankrijk lag altijd dwars, dat geloofde niet in een volledig nucleaire vrije wereld. Ook Oost-Europa dacht er zo over. Zij vreesden nog altijd Rusland, dat ze nog wel had.’
Tijdens een top in Lissabon past de Navo in 2010 haar strategische doctrine aan en komt tot een zin die je nu nog altijd kunt terugvinden in officiële statements en speeches: ‘Zolang er kernwapens bestaan, zal de Navo een nucleair bondgenootschap blijven.’ Maar cruciaal is het woordje ‘zolang’, het streven om er op een dag van af te zijn is verankerd.
Jaren verstrijken, Obama wordt herkozen en Daalder verlaat in 2013 zijn post als diplomaat, al laten de kernwapens hem niet los. Hij trekt samen op met Madeleine Albright, de voormalige Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken. Zij leidt op dat moment een groep van experts die zich voor de Navo buigt over een nieuwe relatie met Rusland. Daalder overtuigt haar ervan dat het vraagstuk van kernwapens in Europa én Rusland onderdeel moet worden van die zoektocht.
Samen met Albright belegt hij in februari 2014 een bijeenkomst in München waarop ze hoge militairen en tal van Europese ex-ministers van Buitenlandse Zaken uitnodigen. ‘Het was meteen onze enige en laatste bijeenkomst’, lacht Ivo Daalder. Terwijl de zaal zich vult met optimisme over hoe het aantal kernwapens in Europa en de wereld teruggebracht kan worden, kantelt de wereld daarbuiten. Zo’n drie weken later annexeert Rusland de Krim, vijf maanden later wordt vlucht MH17 uit de lucht geschoten.
‘Heel even dachten wij: dit is hét moment, wij kunnen het initiatief nemen tot minder kernwapens. In ieder geval in Europa’, zegt Maxime Verhagen, die als ex-minister van Buitenlandse Zaken bij de bijeenkomst was. ‘Maar na die gebeurtenissen bloedde het hele initiatief dood, het had geen schijn van kans meer.’
En nu, meer dan een decennium later, lijkt het kortstondige idealisme van toen heel ver weg. De wereld is aan het herbewapenen, ook nucleair. Vladimir Poetin dreigt met de inzet van kernwapens. Wanneer Donald Trump spreekt over het vernietigen van een volledige beschaving gonzen er geruchten door de wereld dat de Amerikaanse president de nucleaire codes wil inzetten. Nu Europa de hete adem van oorlog voelt, worden ook hier oude lessen vergeten. Zelfs in Nederland. Het kabinet-Jetten is het eerste sinds 1989 dat zich een voorzichtige voorstander van kernwapens toont.
Toch was de bijeenkomst van Albright en Daalder niet betekenisloos. Verhagen bleef doordrongen van de noodzaak om kernwapens uit te bannen. Als buitenlandminister had hij er weinig mee te maken gehad. En als het er al over ging, dan behelsde het ‘allemaal verdragen over reductie’ en bijeenkomsten waar ‘we samen met de Navo en Rusland aan tafel zaten’. Veel drukker was Verhagen met het uitbannen van clusterbommen. Over kernwapens had hij een gematigd standpunt gehad. ‘Je moet ze nooit gebruiken natuurlijk, maar ik geloofde wel dat je ze nodig had voor afschrikking’, zegt hij. ‘Nu denk ik dat al heel lang niet meer, daar zijn andere middelen voor.’
Een half jaar na de bijeenkomst in München is er in september 2014 een bonte verzameling ontstaan van vredesactivisten, kerken en artsen. Samen met bekende Nederlanders zoals Katja Schuurman, Jan Mulder, Abdelkader Benali en Henny Vrienten verzamelen ze genoeg handtekeningen om een nationaal verbod voor kernwapens op de agenda van de Tweede Kamer te krijgen. Het kabinet reageert dat zoiets ‘alleen in Navo-verband’ kan.
Als dat debat twee jaar later pas op de agenda verschijnt, kan buitenlandminister Bert Koenders (PvdA) de activisten niet helemaal tegemoetkomen. ‘Dat stond op gespannen voet met ons Navo-lidmaatschap’, appt Koenders als antwoord op vragen. Wat hij wel doet: terwijl alle Navo-landen tegen een nieuwe VN-resolutie stemmen voor een algeheel verbod, onthoudt Nederland zich als enige van stemming.
Kort daarna gaat Nederland opnieuw als enige Navo-land naar een VN-conferentie om mee te onderhandelen over het Verdrag inzake het verbod op kernwapens. Nederland meldt zich aan als ‘waarnemer’, wat betekent dat het zal toezien op naleving van het anti-kernwapenverdrag. ‘Dat laatste was nogal controversieel’, aldus Koenders. Opnieuw omdat alle andere Navo-landen erop tegen waren.
Binnen de anti-kernwapenbeweging juichen ze. ‘Wat Bert daar deed was een master stroke’, zegt Jan Hoekema. Hoekema werkte in de jaren negentig jarenlang op Buitenlandse Zaken en hield zich daar bezig met ontwapening. Later werd hij Kamerlid voor D66, burgemeester in meerdere plaatsen en in 2019 voorzitter van de Nederlandse tak van Pugwash, een genootschap dat ooit in het Canadese plaatsje Pugwash door Albert Einstein en Bertrand Russell was opgericht om de wereld te ontwapenen. ‘Nederland toonde zich een bruggenbouwer, wij staken toen echt onze nek uit.’ Opeenvolgende kabinetten zetten deze koers voort. In het coalitieakkoord van het derde Rutte-kabinet staat zelfs dat het zich ‘actief’ in zal zetten voor een ‘kernwapenvrije wereld’.
‘Tot onze stomme verbazing’, zegt de arts Peter Buijs in zijn appartement aan de Amsterdamse Amstel. Hij is een belangrijke strijdmakker van Jan Hoekema. Na zijn pensioen was hij jarenlang voorzitter van de Nederlandse tak van Artsen voor Vrede. Inmiddels leidt hij het Balieberaad voor een kernwapenvrije wereld, waar kerken, vredesbewegingen en tal van andere organisaties bij aangesloten zijn.
Als je de mannen vraagt waarom hun zinnen in het coalitieakkoord belandden, wijzen ze direct naar ChristenUnie en D66. Het zullen ook geen dode letters blijken. D66-Kamerlid Sjoerd Sjoerdsma, nu minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, stelt in 2018 per motie dat ‘de inzet op nucleaire ontwapening van essentieel belang blijft’ en roept op om in te blijven zetten tot ‘wereldwijde nucleaire ontwapening’. Kamerleden van coalitiepartijen ChristenUnie en CDA zetten ook hun namen onder de motie.
VVD-buitenlandminister Stef Blok, niet echt het type vredesduif, schrijft in een brief aan het parlement dat Nederland zich ‘conform het regeerakkoord’ actief inzet ‘voor een kernwapenvrije wereld’. Ook als Blok een advies van de Adviesraad Internationale Vraagstukken op zijn bureau krijgt, reageert hij zeer voortvarend. ‘De enige manier waarop de inzet van kernwapens volledig kan worden uitgesloten is de complete uitbanning ervan’, schrijft hij.
De geest van Obama waart dan nog altijd door de Nederlandse politiek, van links tot rechts. Rutte IV neemt de anti-kernwapenzin uit het vorige coalitieakkoord over. ‘Wij hadden een kraakheldere zin in ons coalitieakkoord staan over kernwapens de wereld uit’, zegt toenmalig onderwijsminister en natuurkundige Robbert Dijkgraaf (D66). ‘Maar toen wij net een maand bezig waren werd Oekraïne binnengevallen en was er een actieve discussie over de mogelijkheid van een kernaanval door Rusland. Al snel bevonden wij ons in een debat: wat bedoelt Poetin precies?’
Kranten wereldwijd stelden die vraag. Wat als Poetin een kernbom inzet? Wat als hij die óók inzet tegen het Westen? Als een Russisch parlementslid speculeert over de haven van Rotterdam als doelwit, slaan sommige Nederlanders jodiumpillen in.
Het is inmiddels 2022 en volgens Ivo Daalder, die zich vanaf de andere kant van de oceaan nog altijd bezighoudt met de strijd tegen kernwapens, is dat jaar met ‘de taal van Rusland’ het belangrijkste kantelpunt. Tel daarbij op ‘dat de Navo uit elkaar valt’ en ‘Trump het bondgenootschap een papieren tijger noemt’, zegt de voormalige Amerikaanse Navo-ambassadeur. Sinds 1945 hebben Amerikaanse presidenten altijd beloofd dat Europeanen veilig zouden zijn onder het nucleaire schild van de Verenigde Staten, maar waar Daalder in die tijd ook komt in Europa, overal ziet hij leiders en diplomaten hardop twijfelen of die belofte nog wel staat.
Nederland wordt inmiddels bestuurd door het kabinet-Schoof, dat in zijn akkoord met geen woord rept over nucleaire wapens. Als dat populistische avontuur vroegtijdig eindigt, zien Hoekema en Buijs weer kansen voor hun anti-kernwapenargumenten. Deze keer blijkt hun strijd taaier. Vorig jaar zomer bestoken zij de commissies die zich buigen over verkiezingsprogramma’s. Soms lukt dat nog, bij bijvoorbeeld GroenLinks-PvdA, maar ze stuiten ook op weerstand. Vooral D66 valt op. Dat kent vanaf Hans van Mierlo een lange traditie van pleidooien tegen kernwapens en het is nog zeer kortgeleden dat Sjoerd Sjoerdsma in de Tweede Kamer opriep tot uitgesproken steun aan non-proliferatie. In het partijprogramma uit 202