Al 25.000 edities lezen Wim en Co de krant: ‘Trouw is niet links. Ik zou eerder zeggen sociaal’
Wim en Co de Smalen zijn Trouw-lezers van het eerste uur. Zij brachten als kleine jongens de illegale krant rond in Amsterdam-Noord. De geschiedenis van deze jubilerende krant is ook hun geschiedenis. De krant veranderde en de broers veranderden mee.
Dorien Pels
4 mei 2026
Wim (links) en Co de Smalen. Foto Maartje Geels
Co weet nog dat Wim buiten op een tuinhekje zat, openlijk de illegale Trouw te lezen. Hoe oud zou hij geweest zijn? Elf, twaalf jaar? “Een vriend van onze ouders heeft je toen op je kop gegeven. Dat was gevaarlijk: recht tegenover ons woonde een NSB’er.”
De twee broers hebben leren lezen met Trouw, vertellen ze. 89 (Co) en 92 jaar (Wim) zijn ze nu. Voor hen is dit ook een jubileum. Van de eerste tot de 25.000ste editie zijn ze abonnee.
Overigens kan Wim zich dat voorval met de boze buurman totaal niet herinneren, maar wel dat Trouw in het begin ‘een vodje’ was, ‘niet meer dan een paar stencils’.
Droge humor
Ze moesten ook allebei het krantje rondbrengen in Amsterdam-Noord, zo jong als ze waren. Co: “Ik was een jaar of zes. Ik had maar twee adressen. Wim had een hele wijk. Met een pak kaas uit de winkel, met Trouw eronder verstopt, rende ik het huis binnen via de tuin, liet de kranten vallen en rende via de voordeur weer naar buiten.”
Nog altijd zijn Wim en Co trouwe lezers van de krant. Tussen hen in zat nog Karel, maar die is in 2020 overleden. Ze missen hun middelste broer, vooral zijn droge humor. Zijn hele werkzame leven gaf Karel les op een middelbare school in Amsterdam-Noord; hij ging op de brommer heen en weer vanuit zijn woonplaats Purmerend.
De twee overgebleven broers zijn allebei getrouwd met hun jeugdliefdes Jeanne en Janny, die ook allebei nog fit en gezond zijn. Respectievelijk 60 en 67 jaar getrouwd zijn ze nu.
‘Trouw lezen voor ons huis op straat was gevaarlijk. Recht tegenover ons woonde een NSB’er.’ Foto Maartje Geels
Ook hebben ze nog een jongere broer, een baby tijdens de oorlog en een zusje van na de bevrijding. De vele kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen komen allemaal graag op bezoek bij Wim en Jannie in de flat in Amsterdam-Noord en bij Co en Jeanne in Amstelveen.
Geen lid meer van de kerk
Zowel Wim als Co zijn na de oorlog actief geworden in de politiek, eerst bij de Anti-Revolutionaire Partij (ARP), opgericht door theoloog Abraham Kuyper, grondlegger van de Gereformeerde Kerken, nu onderdeel van de Protestantse Kerk in Nederland (PKN). Toen de ARP opging in het CDA, werden ze na enige omzwervingen in 1990 allebei lid van het pas opgerichte GroenLinks.
Vanaf links: Andrée van Es, Ria Beckers (voorgrond), Paul Rosenmöller en Ina Brouwer in de beginperiode van GroenLinks, eind jaren tachtig. Foto Rob Croes, Anefo / Nationaal Archief
Ze zijn geen lid meer van een kerkgenootschap, maar kijken via de livestream nog wel graag naar dominee Herman Koetsveld in de Westerkerk op zondagochtend, die erom bekendstaat de wereldgebeurtenissen in zijn preken te verwerken. Wim: “Zelf zijn we wel streng kerkelijk opgevoed. Maar dat hebben we na de oorlog losgelaten. We hebben onze kinderen altijd vrij gelaten.” Co: “Misschien iets te vrij. Laatst belde mijn dochter, die lerares is, met de vraag: Pa, wat gebeurde er ook alweer precies met Pasen?”
Zeer te spreken zijn ze over de koers die Trouw vaart de laatste jaren. Co: “Ik ben blij dat Trouw niet de spreekbuis van het CDA is, zoals de krant vroeger weleens is geweest. Op dit moment waait er een veel te rechtse wind in die partij.” Vreselijk vindt hij het dat fractievoorzitter Henri Bontenbal zijn oren heeft laten hangen naar VVD’er Dilan Yesilgöz en met zijn CDA in het kabinet van Rob Jetten is gestapt.
Sportuitslagen
Wim mist de sportuitslagen in de krant en Co de afgeschafte beurspagina. Over het verdiepende karakter van de krant in zijn geheel zijn ze tevreden. En ook over de columnisten. Co: “Jamal Ouariachi vind ik hartstikke goed. En ook Kelli van der Waals legt heel vaak de vinger op de zere plek.”
Mei 1945, kort na de bevrijding. De etalage van de kruidenierswinkel van de familie De Smalen is speciaal ingericht voor het bevrijdingsfeest.
Ze merken allebei dat de laatste jaren de oorlog weer terug is in hun herinnering. Misschien door de spanningen in de wereld, misschien is het ook gewoon de leeftijd. De familie De Smalen had een kruidenierswinkel, aan het Spreeuwenpark in de Vogelbuurt. Ze woonden in de bezettingstijd met z’n allen achter de winkel. De bovenste etages waren verhuurd.
Honger hadden ze niet, dankzij de winkel. Maar het was wel een angstige tijd. In juli 1943 bombardeerden de geallieerden – Amerikanen, Engelsen en Fransen – in het stadsdeel drie keer fabrieken die leverden aan de Duitsers, waaronder Fokker. Zo’n 200 burgers vonden de dood door afzwaaiers. Wim: “Ik stond voor het raam en zag het bommengordijn uit de vliegtuigen naar beneden komen. Doodeng.”
Amsterdam-Noord, kort na het bombardement van 17 juli 1943. Foto Niod
De knokploeg van Johannes Post
Vader en moeder De Smalen waren zogenoemde onderverspreiders van Trouw. Vader haalde met de transportfiets een stapeltje op bij de veerpont om verder rond te brengen in Noord. Co: “Kranten in de bak, kleedje erover, lege flessen erop en weer terug naar de winkel. Zo ging dat.”
Op de zolder logeerden regelmatig leden van de knokploegen van het verzet, weten Co en Wim nog uit de verhalen. “Jonge jongens allemaal. Ze kwamen dan een paar nachtjes om even bij te komen. Ze maakten nogal wat herrie, voetbalden in de kamer. Na de oorlog ontdekten we een grote barst in de albasten lampenkap aan het plafond. De lamp heb ik altijd bewaard. Mijn zoon, die erg geïnteresseerd is in de verhalen over de oorlog, heeft hem nu thuis hangen.”
Kennemerduinen
In de herinnering van de broers zaten ook enkele leden van de knokploeg van de beroemde verzetsstrijder Johannes Post op zolder, aan de vooravond van de mislukte overval aan de Weteringschans in Amsterdam in 1944. Post, die betrokken was bij de Trouw-groep, wilde verzetsmensen bevrijden die gevangen zaten in het huis van bewaring. Maar ze werden verraden en door de Duitsers gearresteerd. Co: “Mijn vader werd erover gebeld. Hij was daar helemaal kapot van.”
De Eerebegraafplaats Bloemendaal. Foto Marcel Antonisse, ANP
Wim en zijn vrouw hebben er hun hele leven een gewoonte van gemaakt om regelmatig door de Kennemerduinen te fietsen, de plek waar de verzetsmensen, inclusief Post, daags na de mislukte overval zijn gefusilleerd.
Hun ouders dachten er geen twee keer over na om zich aan te sluiten bij het verzet tegen de Duitse bezetter. Wim: “Dat zat in hun theologische systeem. Je moet gehoorzaam zijn aan het gezag en je moet je verzetten tegen de vijand. Zo was het gewoon voor ze. Ze waren er ook niet trots op of zo. Na de oorlog gingen ze gewoon verder met hun leven.”
De Dam op 7 mei 1945, waar Duitsers twee dagen na de bevrijding het vuur openden op een menigte. Foto ANP / Nederlands Fotomuseum
Hun jeugd was lang een sterk verhaal. De drie broers waren erbij toen een laatste groep aanwezige Duitsers twee dagen na de bevrijding, op 7 mei, vanaf het balkon van De Groote Club het vuur opende op de menigte op de Dam. Er vielen tientallen doden. Ze hebben gerend voor hun leven, terug naar Noord, naar huis. Wim: “De pont voer niet wegens gebrek aan brandstof. De gemeente had alle veerboten achter elkaar gelegd zodat je er overheen kon.” Rennen dus. In hun geval op hun ‘houten kleppers’, een soort klompen, want schoenen waren er ook niet meer.
Koningin Wilhelmina
Vlak na de oorlog weten ze nog dat koningin Wilhelmina regelmatig in de Sixhaven, de jachthaven in Noord, aanlegde met het koninklijke schip De Piet Hein. De kruidenierswinkel leverde bestellingen aan de plezierjachten. Zo roken de kleine Co en Wim voor het eerst bacon en kaviaar. De bestelling voor de Piet Hein bestond uit schoonmaakmiddelen en de broers mochten het brengen.
Co: “Een vrouw, hoofd van de huishouding, wees de koningin aan op de achterplecht. En toen vroeg koningin Wilhelmina ‘of de jonge heren een kopje thee lustten’. Wij waren vrij opgevoed, wij durfden dat wel. Ze vroeg hoe de oorlog was geweest voor ons en hoe het met onze ouders ging.
“Wilhelmina herinner ik me als een keurige mevrouw zoals je ze ook op straat zag in die tijd, met een gewone jurk. Ze had mijn oma kunnen zijn.”
Wim en Co hadden amper school gehad tijdens de oorlogsjaren, veelal halve dagen, en het laatste oorlogsjaar helemaal niet meer. Studeren ging moeizaam na de oorlog.
Co: “Tot ik een jaar of 35 was, was het zien, horen, zwijgen. Dat was je ingepeperd. Pas daarna ben ik over de oorlog gaan praten.” Co ging op zijn zestiende werken en haalde zijn middelbareschooldiploma via de avondschool. Hij kreeg een baan bij een logistiek havenbedrijf in Noord en studeerde daarnaast bouwkunde in Delft.
'Trouw lezen voor ons huis op straat was gevaarlijk. Recht tegenover ons woonde een NSB'er.'
Co de Smalen
Met een certificaat bouwfysica op zak werd Co adviseur woningisolatie. Op zijn 56ste werd het bedrijf, waar hij inmiddels compagnon was, verkocht aan een grote beheermaatschappij. “Het ging alleen nog maar om winst maken. Ik vond het niet meer leuk.” Co legde zich toe op zijn werk als raadslid voor GroenLinks in de gemeente Amstelveen, acht jaar lang.
Voor Co was wat hem is overkomen het begin van een nieuwe economische realiteit in Nederland. “Bedrijven werden massaal opgekocht of gingen naar de beurs. Het gaat de top van zulke bedrijven niet om hun mensen, het gaat om de winsten die ze kunnen maken. Dat is toen begonnen en nu nog steeds aan de hand. Als ze een jonger, goedkoper iemand kunnen krijgen, aarzelen ze niet.”
Huisje in de duinen bij Egmond
Wim ging naar de hbs, maar dat ging niet goed. Hij kwam te werken bij de British Tobacco Company, vanaf de jaren vijftig een grote werkgever in Noord en later in Amstelveen. Het grote geluk was dat het b