Logo RTV Utrecht Kruispunt in Abcoude waar Mila (10) werd aangereden gaat na petitie op de schop
10 maart 2021, 19:00 • 2 minuten leestijd ABCOUDE - Drie maanden geleden kreeg Josine van Asch van Wijck nog de schrik van haar leven toen ze hoorde dat haar dochtertje door een vrachtwagen was aangereden. Het kruispunt in Abcoude waar dat gebeurde wordt nu na een petitie aangepakt door de gemeente. "Dat het nu al gebeurt, vind ik onvoorstelbaar", zegt ze. Eind november fietst haar 10-jarige dochter Mila over het Ruwelsepad. Op de kruising met de Nieuwe Amsterdamseweg wil ze naar het voorsorteervak toe, als plotseling de verkeerslichten op groen springen. Een optrekkende vrachtwagenchauffeur ziet haar niet en rijdt over haar heen. Wonder boven wonder komt ze er relatief goed vanaf. Hoewel de bandensporen op haar been staan, heeft Mila alleen een zwaar gekneusde voet met een dikke snee. Het bewuste kruispunt. Vlnr.: Michael Woerden (gemeente), moeder Josine, wethouder Alberta Schuurs en Marcel Fouchier (aannemer). Het bewuste kruispunt. Vlnr.: Michael Woerden (gemeente), moeder Josine, wethouder Alberta Schuurs en Marcel Fouchier (aannemer). © Kristien Siemons Petitie Het is een ongeluk waar niemand iets aan kan doen, want zowel de vrachtwagenchauffeur als Mila hield zich aan de verkeersregels. Om te voorkomen dat er nog meer slachtoffers vallen, start moeder Josine direct een petitie. Die wordt in korte tijd ruim achthonderd keer getekend. Lees ook: Meisje overreden door vrachtwagen, Abcoude eist herinrichting kruispunt Wethouder Alberta Schuurs (VVD) van De Ronde Venen komt na het ongeluk kijken en ziet met eigen ogen dat de kruising inderdaad niet veilig is. Afgesproken wordt om de verkeerssituatie te veranderen. Ambtenaren maken nieuwe tekeningen en Josine wordt op de hoogte gehouden van de vorderingen. Apart fietspad Maandag beginnen de voorbereidende werkzaamheden, waarna de aannemer waarschijnlijk vanaf dinsdag of woensdag nog twee weken nodig heeft om de klus af te maken. Met zowel de snelheid als de oplossing is Josine erg tevreden. "Ze gaan nu een apart fietspad maken. Dat gaat voor een deel door de berm heen. Het fietspad maakt dan een lus en komt uit op de Nieuwe Amsterdamseweg. Daardoor worden alle fietsers gescheiden van de auto's en vrachtwagens." Fietsers hoeven daardoor niet meer voor te sorteren, waardoor een ongeluk zoals met haar dochter niet meer kan gebeuren. Met Mila gaat het ondertussen weer helemaal goed, zegt Josine. "Daar zijn we intens dankbaar voor. Ze wil alleen nog niet langs dat punt naar huis fietsen. Ze fietst nu een stuk om. Ik ben heel benieuwd of ze straks zegt: nou mam, nu wil ik er wel weer langs!" Bekijk hier de reportage die we in november maakten over het kruispunt: Heb je een tip of opmerking? Stuur ons je nieuws of foto via WhatsApp of mail.
Bekijk op RTV Utrecht © 2026 RTV Utrecht
Nederlands Dagblad 26-09-2024
Twee gereformeerde kerkjes fuseren. ‘Als jij denkt dat je niet in de ware kerk zit, moet je wegwezen’ - Nederlands Dagblad. De kwaliteitskrant van christelijk Nederland
Twee gereformeerde kerkjes fuseren. ‘Als jij denkt dat je niet in de ware kerk zit, moet je wegwezen’
Interview Twee kleine gereformeerde kerkverbanden die vijftien jaar geleden uit elkaar gingen, staan op het punt van samengaan. De stellige taal uit de vrijgemaakt-gereformeerde wereld van weleer is springlevend bij deze kerkhereniging op miniformaat. ‘Ik ben ervan overtuigd dat wij de ware kerk zijn. Maar ik zeg niet dat er geen andere ware kerken zijn.’
Hilbert Meijer donderdag 26 september 2024 om 10:46aangepast12:05 De dominees Rob Visser en Corneel Koster. 'Dat het tot een kerkvereniging komt, maakt me dankbaar', zegt Koster. 'En het is helend, ook voor mezelf.’beeld: Dick Vos ‘Ik vind het persoonlijk echt wel emotioneel’, zegt Corneel Koster (37), dominee in De Gereformeerde Kerken. Hij was begin twintig toen zijn kerkelijke gemeente in Zwolle, gevormd door verontruste voormalig vrijgemaakt-gereformeerden, in 2009 door een conflict scheurde. De volgende zondag was de kerk halfleeg. ‘Dat heb ik als heel ingrijpend ervaren, haast traumatisch. Het gaf groot verdriet dat je samen optrekt en dan zo uit elkaar wordt geslagen. Dat het nu tot vereniging komt, maakt me dankbaar. En het is helend, ook voor mezelf.’
Tegenover hem zit Rob Visser (67), predikant in de Gereformeerde Kerken Nederland, het kerkverband dat ontstond als gevolg van dat conflict. Visser zit er minder emotioneel in: op het moment van scheuring was hij nog predikant in de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt. Maar dat de twee kleine kerkverbanden vijftien jaar na de breuk weer samen verder gaan, noemt hij ‘geweldig’. ‘We hebben bij het samenspreken bewust ervoor gekozen niet precies uit te pluizen wat er allemaal gebeurd is.’ Dat het om een kerkfusie op de vierkante millimeter gaat - nog geen 3500 leden verdeeld over zo’n dertig gemeenten - doet daar wat hem betreft niets aan af. Wat telt, zegt Visser, is dat de kerken de Bijbel zuiver naspreken - precies de reden waarom in de voorbije twintig jaar honderden mensen de vrijgemaakte kerken verlieten. ‘In de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt kwam in de jaren negentig schriftkritiek op en werd er steeds vrijblijvender omgegaan met Gods Woord’, schetst Visser. ‘Mensen zochten elkaar op en zeiden: zo kan het niet langer.’ Koster knikt: ‘Het Woord van de Here werd daar gerelativeerd of tijdgebonden verklaard. En daarom begonnen ze De Gereformeerde Kerken.’ Maar na een jaar of vijf ging het fout. Koster: ‘Ja, toen is het uit elkaar gegaan, met Zwolle en Hardenberg als de twee grootste pijnplekken.’ Waar zat dat op vast? Koster: ‘Het is lastig daar iets over te zeggen, omdat iedereen daar een eigen visie op heeft. Mensen met sterke overtuigingen, die samen een nieuw kerkverband hadden gevormd, waren op zoek naar balans en identiteit. Dat gaf spanning, die uitmondde in verwijdering, ruzie en onmin.’ Visser: ‘Ik was er zelf niet bij betrokken, maar er zat veel menselijk gedoe bij, denk ik. We hebben bij het samenspreken bewust ervoor gekozen niet precies uit te pluizen wat er allemaal gebeurd is. De enige vraag die telt is: zijn wij één in geloof?’ ‘Het is de duivel gelukt ons uit elkaar te jagen.’ Als je weet wat er is misgegaan, kun je voorkomen dat je nogmaals in die valkuil trapt. Koster: ‘Het had deels te maken met de zoektocht welke dingen je landelijk moet vastleggen en in hoeverre je verschillen tussen plaatselijke kerken kunt dulden. Een gemeente wilde in die tijd zelf een kerk met ambtsdragers beginnen, zonder dat de classis daar toestemming voor had gegeven. De onenigheid daarover liep zo hoog op dat de wegen uiteen gingen.’ Niet het meest principiële punt in de kerk. Koster: ‘Nee, klopt. Het ging niet om een leerverschil. Gelukkig niet, want dat maakt de toenadering ook makkelijker.’ Was het een kerkscheuring waard? Visser: ‘Als je er op een afstand naar gaat kijken, dan zeg ik: nee. Maar dat is achteraf makkelijk praten; er speelden omstandigheden mee die je niet kunt uitwissen.’ Koster: ‘Het past mij niet daar iets over te zeggen, het maakt mij in ieder geval heel nederig. Het is de duivel gelukt ons uit elkaar te jagen.’ Dat is nu vijftien jaar geleden. Hoe gevoelig ligt het nog? Visser: ‘Er zullen mensen zijn die er hun eigen gevoelens bij hebben. In alle plaatselijke kerken is gezegd: als er broeders of zusters zijn die vanuit het verleden moeite hebben met de hereniging, dan kan hulp vanuit het kerkverband geboden worden.’ Koster: ‘In sommige situaties is er destijds een schorsing uitgesproken over ambtsdragers. Die schorsingen zijn allemaal van tafel.’ Er wordt al sinds 2016 gepraat. Waarom vergde het zoveel tijd om elkaar weer te vinden? Koster: ‘Voor een groot deel had dat te maken met persoonlijke verhoudingen. We hebben echt niet zo heel lang over inhoudelijke kwesties gesproken - zoals de vraag of vrouwen mogen stemmen bij de verkiezing van ambtsdragers en of bepaalde liederen gezongen mogen worden. Het kost tijd om elkaar weer te leren vertrouwen. Dat kun je niet volgas doen. Anders sta je over een tijdje weer bij de puinhopen.’ ‘Er waren over en weer beelden van elkaar ontstaan. Nou, dan moet je met elkaar in gesprek.’ Ik las in DGK-blad De Bazuin dat er over nare zaken gesproken is en dat er een intense worsteling heeft plaatsgevonden. Visser: ‘Er waren over en weer beelden van elkaar ontstaan. Nou, dan moet je met elkaar in gesprek. En dan kom je er achter dat die beelden voor een groot deel niet kloppen.’ Koster: ‘Ja, alleen al dat woordje ‘Dé’ van Dé Gereformeerde Kerken kan voor een karikatuur zorgen.’ Visser: ‘Wat de toenadering makkelijker maakte, is dat er de laatste vier, vijf jaar behoorlijk wat leden uit de GKv naar beide kerkverbanden zijn overgekomen die zich aangetrokken voelen tot de prediking en geen weet hebben van de geschiedenis. Dat relativeert de scherpe kantjes.’ ‘Een ware kerk zijn is voor ons: kerk van de Here Jezus zijn. Dat heeft niks te maken met een warekerkideologie ofzoiets.’ Jullie hebben elkaar erkend als ‘ware kerken van Christus’. Dat doet sterk denken aan het oude vrijgemaakte warekerkdenken. Waarom kiezen jullie uitgerekend voor die uitdrukking? Visser: ‘Heel simpel: omdat er in de belijdenis over de ware kerk wordt gesproken. Een ware kerk zijn is voor ons: kerk van de Here Jezus zijn. Dat heeft niks te maken met een warekerkideologie ofzoiets.’ Koster: ‘Het is niet onze bedoeling daarmee andere kerken te veroordelen. We zijn niet voor niets ook in gesprek met de Christelijke Gereformeerde kerken en de Hersteld Hervormde Kerk.’ Visser: ‘Als een catechisant aan mij vraagt: ‘Dominee, zijn wij ware kerk?’, dan zal ik zeggen: ‘Als jij ervan overtuigd bent dat wij geen ware kerk zijn, moet je er heel snel wegwezen en je je ergens anders bij voegen’.’ Maar terminologie doet er toe. Dat ‘ware kerken’ straalt uit: wij zijn het en anderen niet. Visser: ‘Ik ben sinds ik als jongere lid werd van de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt, nooit iemand tegengekomen die heeft gezegd: wij zijn de ware kerk en de anderen zijn het dus niet.’ In andere kerken is het zo wel beleefd. Er werden grapjes gemaakt over vrijgemaakten die dachten dat alleen zij in de hemel waren. Visser: ‘Klopt ja. Toen ik dominee werd op Urk, kreeg ik daarover ook vragen van een lokale krant. Ik ben er altijd duidelijk over geweest: ik ben ervan overtuigd dat wij de ware kerk zijn, maar ik zeg niet dat er geen andere ware kerken zijn.’ Maar jullie erkennen alleen elkaar als ware kerken en geen andere kerkverbanden. Visser: ‘Omdat dat nodig is om een kerkverband te vormen. Je herkent elkaar als ware kerk en daarom word je één.’ In de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt was het idee dat iedereen zich bij die ware kerk moest voegen. Zie jullie dat ook zo? Visser: ‘Nee, natuurlijk niet. Bij een vereniging met een gemeente die echt kerk van de Here Jezus is, komen zij niet bij ons of wij bij hen. Nee, dan verénigen we. Zo’n gemeente wordt niet pas kerk van Christus als ze zich bij ons voegen.’ Koster: ‘Ons past ook wel enige bescheidenheid. We hebben maar 3500 leden.’ Is het niet juist daarom wijs voorzichtig te zijn met spreken over de ware kerk? Koster: ‘We geven daarmee een mate van verbondenheid aan. Je kietelt ons een beetje hè, met je vragen.’ Het is oprechte nieuwsgierigheid. Koster: ‘Ik denk echt wel dat in andere kerken ook uitverkoren kinderen van God zijn. Tegelijkertijd moet je niet te snel zeggen dat al die andere kerken ook allemaal ware kerken van de Here zijn.’ ‘We willen trouw aan het Woord van God zijn en de Here Jezus volgen. In die zin zijn we niet uniek.’ Er ligt een voorstel om de herenigde kerk Gereformeerde Kerken te noemen. Hoe is dat kerkverband te karakteriseren? Koster: ‘We willen trouw aan het Woord van God zijn en de Here Jezus volgen. In die zin zijn we niet uniek. En we voelen ons van harte verbonden met ieder die de Here wil volgen. We hebben ook niet de behoefte ons af te zetten tegen andere kerken.’ Visser: ‘De naam maakt duidelijk dat we niet uit zijn op een heel eigen identiteit. Wij willen heel gewoon een gereformeerde kerk zijn. Meer niet. Niks bijzonders, niks speciaals.’ Koster: ‘Bij mij is het besef gegroeid dat we in een geseculariseerde maatschappij leven en een roeping hebben in deze wereld. De kerkelijke breuk kostte bakken energie. En de vereniging net zo goed. Ik hoop en bid dat de Here ons nu weer mogelijkheden geeft om naar buiten te kijken: hoe breng je de boodschap van het evangelie zo dat die niet alleen voor je eigen kerkleden verstaanbaar is, maar ook voor mensen die te gast zijn?’ DGK en GKN vormen een minizuil, met classes, synodes, eigen aanvullend theologisch onderwijs, een eigen blad, zelfs een eigen particuliere basisschool. Zo richt je de blik toch niet naar buiten? Koster: ‘Een kerkverband helpt om je voortbestaan te bewake
Populisme en het christendom Het zaadje dat Jezus plantte De democratie is niet zomaar een handige organisatievorm, ze is gebouwd op een moreel fundament: het christendom. Is dat de reden dat we, na onze massale uittocht uit de kerk, nu terugkeren?
Yvonne Zonderop beeld Milo
17 december 2025 – verschenen in nr. 51-52
Cadeau geven
Delen
Leeslijst
Ook al zag je nog nooit een kerk vanbinnen en heb je geen idee wat er in de bijbel staat, dan nog sta je als inwoner van Nederland in een cultuur met christelijke fundering. Dit inzicht is in Nederland amper gemeengoed, want het begrip ‘christelijk’ was decennialang nauwelijks in gebruik. Het land was verzuild in rooms-katholiek, hervormd, gereformeerd en ongelovig. Elke zuil had zijn eigen media, zijn eigen onderwijs en dus een eigen versie van de geschiedenis. Niemand drong erop aan om de lange lijnen van de geschiedenis te bezien in een meer algemeen christelijk licht. Terwijl zo’n benadering voor niet-gelovigen logischer zou zijn: een religieuze beweging die al vijftienhonderd jaar aanwezig is, laat diepe sporen na in onze cultuur en in onze mentaliteit – ongeacht de uiteenlopende stromingen daarbinnen.
De laatste jaren komt hier voorzichtig verandering in. Ook dat is verklaarbaar. We zijn klaar, na vijftig jaar wegpoetsen van de invloed van religie op ons dagelijks leven. De ontzuiling heeft haar werk gedaan. De nadelen en kwalijke effecten van religie zijn ruimschoots uitgemeten. Het kerkbezoek is op een dieptepunt beland. Er kan nu met een koeler oog worden gekeken naar de doorwerking van het christendom in onze cultuur. Die invloed strekt verder – en is aanzienlijk interessanter – dan de vraag of we nog Kerstmis en Pasen vieren, en de ‘joods-christelijke traditie’ waar rechtse politici steeds maar op hameren.
Een afstandelijker blik en een bredere scope bieden ruimte voor een meer onthecht verhaal, dat ook relevant is voor niet- of andersgelovigen. Hoe kon de subversieve ideologie van een klein groepje gelovigen tweeduizend jaar geleden uitgroeien tot een waardenpatroon dat gemeengoed werd in de westerse wereld? Welke mensen, welke ideeën en welke ontwikkelingen speelden daarbij een rol?
De nieuwe Ongelooflijke geschiedenis-podcast van de EO heeft dit als thema. Als spin-off van de populaire Ongelooflijke podcast duiken historicus Beatrice de Graaf en theoloog Stefan Paas in de religieuze geschiedenis van Nederland en haar doorwerking tot nu. Beide wetenschappers zijn gelovig, maar hun benadering is populair-historisch, verteld aan de hand van locaties en personen en gericht op een algemeen publiek.
Ze laten zich inspireren door een trend die een jaar of wat geleden ontstond in het Verenigd Koninkrijk. Diverse auteurs begonnen te betogen hoe bijzonder en vormend het christendom eigenlijk is geweest en hoe belangrijk het is om dat te begrijpen, ook al zegt het geloof je persoonlijk weinig.
Een voorbeeld is Tom Holland, auteur van beeldende, veelgeprezen boeken over de Romeinse en vroegmiddeleeuwse oudheid. In 2019 publiceerde hij Dominion: The Making of the Western Mind (Heerschappij in de Nederlandse vertaling). Het boek beschrijft de opkomst van het christendom vanaf de Romeinse tijd als een persistente revolutie van have-nots, van vrouwen, slaven en zwakkeren, die hun geloof stelden in een timmermanszoon die een schaamtevolle dood stierf aan het kruis, in plaats van in de machtige, imposante en veelal wrede keizers in Rome. Het christendom, aldus Holland, maakte van zwakte een kracht, en van een god een mens. Dat was een revolutionaire beweging. Met haar nadruk op de waardigheid van de mens legde ze uiteindelijk de basis voor ons denken over democratie.
Politiek filosoof Larry Siedentop (1936-2024) verraste in 2014 met een soortgelijke stelling in zijn boek Inventing the Individual. Hij beweert dat de liberale samenleving voortkomt uit het christendom. Een prikkelende bewering, want juist liberalen waren altijd de felste bestrijders van kerkelijke invloed op het publieke leven – denk aan homoseksualiteit, abortus of euthanasie. Maar Siedentop maakt met voorbeelden toch tamelijk aannemelijk dat concepten als ‘de vrije wil’ en de erkenning van ‘het individu’ al ver voor de Verlichting opgeld deden bij christelijke heersers. De vroegste bron hiervan was apostel Paulus, die in 60 na Christus een mix van oorspronkelijk joodse, Griekse en nieuw christelijke ideeën propageerde als de leer van het christendom.
Een kerngedachte die Paulus uitdroeg was: voor God zijn alle mensen gelijk aan elkaar. Dat was een volstrekt nieuwe, subversieve opvatting, die dwars inging tegen het heersende patriarchaat, waarin de pater familias in alle opzichten vanzelfsprekend de baas was. Paulus schreef aan de Korintiërs: ‘Er zijn geen joden of Grieken meer, slaven of vrijen, mannen of vrouwen – u bent allen een in Christus Jezus.’
Hier werd een zaadje geplant voor de claim dat mensen gelijkwaardig zijn ondanks hun verschillen. Het bracht uiteindelijk de emancipatie van het individu op gang, langzaam maar zeker, met grote terugslagen en tegenwerking, ook van kerken, maar uiteindelijk niet te stuiten. Bij Paulus begon een lijn van denken die mensen afzonderlijk status gaf, los van familie, groep of stam. Deze benadering van het individu is een cultureel kenmerk dat ‘het Westen’ nog steeds onderscheidt van andere culturen, aldus Siedentop.
Zelfs de invloedrijke Britse rabbijn Jonathan Sacks (1948-2020) erkende dat er zonder christendom geen Verlichting zou zijn geweest. Sachs legde in allerlei boeken relaties tussen het jodendom en de moderne tijd. Hij had geen moeite met het begrip ‘joods-christelijk’ en wees er juist op dat het christendom had voortgebouwd op joodse principes, zoals menselijke waardigheid en het belang van scheiding van machten, waar ze vervolgens hun eigen draai aan hadden gegeven.
Het resultaat – dat christendom – laat zich niet zo eenvoudig definiëren. Het is een religie met veel gezichten. Zijn geschiedenis is bezaaid met afsplitsingen en interpretatieverschillen, tot oorlogen aan toe. Nog steeds kunnen christenen heel verschillend kijken naar de wereld en naar wat God van ze vraagt. Op dit moment staan bijvoorbeeld de Nederlandse Christelijke Gereformeerde Kerken op scheuren vanwege een meningsverschil over de posities van de vrouw en homoseksuelen in de kerk.
Het christendom heeft geen enkelvoudige leer die geldt voor alle gelovigen, maar wel typerende kenmerken en uitgangspunten. Het beschouwt zichzelf als universeel: de religie is er voor alle mensen, niet voor een enkel volk. Het is doordrenkt van meervoudigheid en pluriformiteit. Zelfs God is niet eenduidig, maar bestaat uit een drie-eenheid: de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Het evangelie van Jezus wordt in de bijbel vier keer beschreven door verschillende auteurs. Het christendom stelt de mens boven het systeem of de ideologie. Daaruit volgt onder meer dat de menselijke intentie (ik bedoelde het goed) zwaarder kan wegen dan het naleven van regels (maar het mag niet, punt uit).
Met horten en stoten heeft dit wendbare en beweeglijke stelsel een democratische samenleving voortgebracht. Het is geen toeval dat de democratische rechtsstaat vanzelf spreekt in landen met een christelijke geschiedenis. Zoals de Amerikaanse schrijfster Marilynne Robinson zei: ‘Een werkelijk menselijke samenleving, en ook de democratie, is gebaseerd op de waarde van elk mens als zodanig.’
Zo bezien is het op z’n minst ironisch dat rechts-populistische krachten al een tijd een claim leggen op de joods-christelijke traditie met een verhaal van uitsluiting, van discriminatie, van groepsdenken, van absolute gehoorzaamheid aan een leider, en van democratie als een kwestie van de meeste stemmen tellen en de meerderheid wint. De term joods-christelijk is zo beladen geworden dat de van oorsprong protestants-christelijke krant Trouw in een hoofdredactioneel commentaar schrijft: wie dit gebruikt, heeft iets uit te leggen – ook al is de schatplichtigheid van het christendom aan het jodendom evident.
De rechts-populisten zijn erin geslaagd een woordvoerderschap op te eisen van een beweging waar ze persoonlijk vaak niet eens in geloven. Niet alleen in Nederland, maar in veel Europese landen zetten ze de toon met nationalistische, veelal xenofobische standpunten, waarmee ze zich agressief afzetten tegen de islam en moslims. Ze schilderen het christendom af als onverdraagzaam en monomaan, niet als divers, pluriform en menselijk. Hun invulling staat haaks op de kenmerken die Tom Holland, Larry Siedentop of Jonathan Sachs recentelijk bezongen. En het slaat – dat moet gezegd worden – overal aan.
Hoe heeft dit kunnen gebeuren? De Belgische journalist en voormalig woordvoerder van het bisdom Brugge Mark Van de Voorde maakt in zijn essay Niet in onze naam (2025) een boze analyse. Juist omdat de meeste mensen niet meer gelovig en kerkelijk zijn, juist omdat ze zich er niet meer persoonlijk toe hoeven te verhouden, en ook omdat religieuze organisaties zich amper verzetten tegen de claims van populisten, lag de christelijke erfenis voor het grijpen. De kapers konden kapitaliseren op de nostalgische aantrekkingskracht van gemeenschap, overzicht, herkenbaarheid, voorspelbaarheid – begrippen waarvoor burgers massaal de neus ophaalden toen ze de kerk verlieten, maar die illuster zijn geworden in de technocratische, lege publieke ruimte van de afgelopen jaren.
Van de Voorde schrijft: ‘Het afscheid van kerk en geloof was niets anders dan een religieuze, spirituele, levensbeschouwelijke en filosofische geheelonthouding.’ Diep in het hart van veel mensen sluimert nog steeds een transcendent verlangen, dat in beangstigende tijden kan worden opgediept. Radicaal-rechtse politici wekken die religieuze honger bekwaam op. ‘Maar’, zo schrijft hij, ‘dan wel met een banket van haat, wraak, eer, glorie en superioriteit.’
Van de Voorde vindt dat de kerk zich actiever zou moeten verzetten tegen deze kaping van haar gedachtegoed. Om de democratie te r
Minister Veldkamp woest over lekken reis naar Israël Nieuws Minister Caspar Veldkamp (Buitenlandse Zaken) is woest over een gelekte reis van hem naar Israël en de Palestijnse gebieden. "Dit neem ik zeer ernstig op", zei hij tijdens de behandeling van zijn begroting in de Tweede Kamer. "Ik kan op deze manier niet functioneren als minister van Buitenlandse Zaken." Het lekken zou gevolgen kunnen hebben voor zijn veiligheid. ANP donderdag 21 november 2024, 15:12 Afbeelding beeld: anp Veldkamp reageerde op Kati Piri (GroenLinks-PvdA) die refereerde aan een bezoek van hem maandag aan Israël en de Palestijnse gebieden. Hij wilde direct opheldering van Piri hoe zij aan die informatie kwam. Dat ging andere partijen te ver. Eric van der Burg (VVD) zei dat Kamerleden soms iets horen in het kader van hun werkzaamheden en dat zij "niet ter discussie" stond. Derk Boswijk (CDA) zei de "frustratie" van de minister te begrijpen, maar vond ook dat Piri "hier geen rekenschap hoeft af te leggen". Piri verklaarde dat nog nooit ambtenaren informatie naar haar hebben gelekt.
Een duidelijk boze Veldkamp benadrukte dat hij op zijn ministerie nadrukkelijk de instructie had gegeven de reis geheim te houden. D66'er Jan Paternotte wees erop dat een paar dagen geleden in de NRC ook al werd gerefereerd aan het bezoek. Van der Burg zei dat de minister hierover niet de Kamer moet aanspreken, maar zijn ambtenaren.
Eerder op de ochtend kwam RTL Nieuws ook al met een verhaal op basis van vertrouwelijke stukken van Buitenlandse Zaken. Dat ging onder meer over onderhandelingen in de EU over sancties tegen Israël. Veldkamp zei dat het lekken gevolgen kan hebben voor de Nederlandse relatie met andere EU-lidstaten. "Dit schaadt onze diplomatieke slagkracht."