Ga direct naar inhoud Met een trekker over de snelweg rijden is strafbaar, maar de politie Oost-Brabant beloofde een oogje dicht te knijpen
Nieuws Dodelijk ongeluk De aankondiging van de politie Oost-Brabant om het verbod voor trekkers op de snelweg niet te handhaven, leidt tot onbegrip. „Vrijheid van demonstreren is geen vrijbrief om strafbare feiten te plegen. Allesbehalve.”
Boris BouwmanBoris Bouwman Boris Bouwman
Boris Bouwman Gepubliceerd op 14 augustus 2026 om 18:38 Leestijd 3 minuten
Boeren rijden over de A2 bij Waardenburg naar Den Bosch. FOTO JEROEN JUMELET/ANP
Politiek Den Haag, experts en burgers zijn niet te spreken over het optreden van de politie Oost-Brabant. De eenheid liet donderdag weten dat het niet zou ingrijpen als boeren per trekker de snelweg zouden betreden om bij een protest in Den Bosch te geraken. Volgens de Wegenverkeerswet is dat strikt verboden, maar de politie Oost-Brabant liet aan persbureau ANP weten dat het alleen zou ingrijpen bij blokkades of geweld. Ook het afplakken van kentekens zou worden gedoogd.
Omdat de trekkers maar ongeveer veertig kilometer per uur kunnen rijden, ontstond er vrijdagochtend een file op de A59 bij Heesch. In de staart van die file botsten vrijdagochtend vier auto’s op elkaar, waardoor een 71-jarige man en een 72-jarige vrouw overleden. Zes mensen raakten gewond. De politie doet nog onderzoek naar de exacte toedracht.
Er ging donderdag „wat ongelukkige berichtgeving naar buiten”, zegt een woordvoerder van het Openbaar Ministerie in Oost-Brabant. „Het is nooit zo dat trekkers op de snelweg mogen, dus ook bij deze demonstraties niet.” Tegelijkertijd zegt de woordvoerder dat er binnen de lokale driehoek (gemeente Den Bosch, politie en OM Oost-Brabant) afspraken zijn gemaakt over wat acceptabel werd geacht bij het protest. Over die afspraken wil ze niet in detail treden.
De politie Oost-Brabant wijst juist naar het OM, als sociale mediagebruikers kritiek leveren op de handhaving. „We begrijpen het gevoel. Het is ook een complexe situatie als het om wetgeving gaat. Wij gaan niet over wat wij moeten handhaven. Dat is aan het Openbaar Ministerie en lokaal gezag”, schrijft de politie op X.
De gemeente Den Bosch stelt in een schriftelijke reactie dat vrijdagochtend- en middag „is getracht” om tractoren te weren van de snelweg. „Echter met de vele aanrijroutes en de vele op- en afritten van de snelwegen is dat niet volledig voorkomen.” De overtreders kunnen strafrechtelijk worden aangepakt, aldus de gemeente.
‘Demonstratierecht is geen vrijbrief’ Jan Brouwer, emeritus hoogleraar recht en samenleving, vindt de manier waarop de autoriteiten met het protest zijn omgesprongen „onbegrijpelijk”. Hij begrijpt niet dat men het idee heeft gehad dat de aankondiging van de politie zou moeten kunnen. Het Openbaar Ministerie doet nu een poging om een verkeerde inschatting goed te praten, stelt hij.
De lokale autoriteiten weten „bliksemsgoed” dat rijden met een trekker op de snelweg niet onder het demonstratierecht valt, vervolgt hij. „De vrijheid van demonstreren is geen vrijbrief om strafbare feiten te plegen. Allesbehalve.”
Volgens Brouwer is de Wegenverkeerswet kraakhelder. „Om het verkeer niet in gevaar te brengen zijn trekkers op de snelweg in de wegenverkeerswet strafbaar gesteld. Dat de politie plotseling maar zegt: we gaan niet vervolgen, niet handhaven. Écht volstrekt misplaatst.”
De emeritus hoogleraar vindt het merkwaardig dat de politie „de boel van tevoren al heeft weggegeven”. Tot januari 2021 hadden de autoriteiten nog enigszins een argument om niet te handhaven, vindt hij, omdat het toen „buitengewoon lastig” was. Trekkers stonden toen niet op naam. Maar door Europese regelgeving heeft Nederland nieuwe wetgeving moeten invoeren, waardoor iedere trekker traceerbaar is naar de eigenaar. „De politie had boeren kunnen afschrikken met flitsboetes, waarmee ik niet wil zeggen dat daarmee het ongeluk voorkomen had kunnen worden.”
Brouwer vindt het vreemd dat de politie bij snelwegblokkades van klimaatactivisten van tevoren aankondigt: wij gaan handhaven en indien noodzakelijk hardhandig optreden. Maar in het geval van het boerenprotest zegt: we gaan níet handhaven. „Het is uiterst merkwaardig en niet te verkopen. Het lijkt erop dat de overheid zich bemoeit met de inhoud van de demonstratie, zo van: dit vinden we wel een legitiem doel. Dat staat haaks op wat in wetten en regelgeving is vastgelegd. Daarin staat expliciet dat de overheid neutraal moet zijn.”
Tijdens de wekelijkse persconferentie na de ministerraad stelde premier Rob Jetten dat de politie Oost-Brabant „geen goed signaal” afgaf met de vrijbrief. Hij wil dat de politie, het Openbaar Ministerie en burgemeester Jack Mikkers (VVD) „nabespreken” hoe het mis kon gaan.
Minister van Binnenlandse Zaken Pieter Heerma noemt demonstreren op de snelweg „onbegrijpelijk en levensgevaarlijk”. Hij roept boeren op om in het vervolg niet meer met trekkers over de snelweg te rijden. Niet alle boeren gaven gehoor aan die oproep. Op de A2 bij Empel en op de A1 bij Markelo reden vrijdagmiddag weer tientallen boeren met trekkers.
Geef cadeau
Deel
Mail de redactie Verkeer en infrastructuur Hoe Big Tech driftig datacenters bouwt en zijn schulden inventief verbergt 2 uur geleden
Route 66 verenigde de VS – en doet dat honderd jaar later nog steeds 3 uur geleden
Aanbevolen voor jou Elk jaar bezoeken ruim 15.000 Nederlanders het Hongaarse festival Sziget: wat zoeken ze daar? ‘Je moet hier eens in je leven geweest zijn’ 5 uur geleden
Maar liefst dertien tropische nachten méér: dit zijn de heetste regio's van Nederland 13 uur geleden
Mislukte aanslag op Oekraïens vrachtvliegtuig in Leipzig vormt nieuwe stap in hybride oorlogvoering: ‘Dit was de eerste gewapende aanval met een drone in Duitsland’ 1 dag geleden
Carola Schouten en Els van Doesburg: ‘Een groot deel van burgemeester zijn is knuffelen’ 8 uur geleden
Drie keer zo groot, abstracter, andere kleuren – en toch herkennen we in dit werk van Helen Frankenthaler het beroemde puttertje 10 augustus 2026
Ga naar hoofdinhoud. Sla menu over, ga naar het artikel
Mijn ND
Abonneer
Nieuws
Geloof
Opinie
Mensen
Cultuur
VacaturesNieuws Krant Podcasts Puzzels Mijn nieuws Nederlandse hulpbisschop waarschuwt paus voor ‘protestantisering’ van de Katholieke Kerk Nieuws De onder paus Franciscus gestarte kerkhervormingssynode luistert te veel naar gewone gelovigen en geeft te weinig aandacht aan de onderwijzende rol van de bisschoppen. Dat schrijft de hulpbisschop van Den Bosch, Rob Mutsaerts, in een opmerkelijke open brief aan paus Leo XIV. De bisschop van Den Bosch, Gerard de Korte, reageert kritisch op de actie van zijn hulpbisschop.
Hendro Munsterman Hendro Munsterman vrijdag 14 augustus 2026, 16:19 Hulpbischop Rob Mutsaerts (links) tijdens de presentatie van Gerard de Korte als zijn nieuwe bisschop van Den Bosch in 2016. Hulpbischop Rob Mutsaerts (links) tijdens de presentatie van Gerard de Korte als zijn nieuwe bisschop van Den Bosch in 2016. beeld: ANP / ANP
Zie meer zoekresultaten van ND op Google Voeg ons toe als voorkeursbron
Rome
Vanuit zijn zorg ‘voor het heil van de zielen’ schreef Rob Mutsaerts paus Leo XIV een open brief, die hij donderdag in het Engels en Nederlands op zijn weblog heeft gepubliceerd.
‘Christus heeft geen discussiegroep opgericht. Hij riep apostelen. Hij gaf hun gezag’, schrijft Mutsaerts aan de paus. ‘Het geloof ontstaat niet doordat de Kerk eerst inventariseert wat mensen geloven en vervolgens uit al die ervaringen een gemeenschappelijke overtuiging destilleert.’ ND Katholiek Meld u aan voor de nieuwsbrief ND Katholiek en lees dit artikel gratis E-mailadres Heeft u al een account? Log in Bij het aanmelden gaat u akkoord met onze privacyverklaring en de algemene voorwaarden . Advertentie Lees ook Johannes van het Kruis. 8
Achtergrond Het werk van de driehonderd jaar heilige Johannes van het Kruis biedt een ‘landkaart van de ziel’ Bestaan buitenaardse wezens? En zo ja, wat betekent dit dan voor het christelijk denken over de mensheid als kroon op de schepping? 10
Analyse Kan het christendom het idee van buitenaardse wezens aan? ‘Misschien wel superieur aan mensen’ Voor de zomerserie 'Aan de ketting' neemt redacteur Rogier Boogers een kijkje in het Museum voor Heiligenbeelden in Kranenburg. 20
Reportage Zo’n 75 vrijwilligers houden in Kranenburg het Museum voor Heiligenbeelden draaiende. Wat drijft hen? Paus Leo XIV tijdens de eucharistieviering bij het kleine kerkje dat Franciscus van Assisi in 1209 eigenhandig restaureerde en waar in de 16e en 17e eeuw de grote basiliek van Santa Maria degli Angeli overheen gebouw is. 10
Nieuws Paus roept jongeren op radicaal voor armoede te kiezen. ‘De wereld zoekt naar nieuwe heiligen’ Op het uitshirt van Fortuna Sittard is een afbeelding te zien van Rosa van Lima, beschermheilige van Sittard. 9
Nieuws Voetbalclub Fortuna Sittard zet katholieke heilige Rosa van Lima op ‘heel populair’ uitshirt Een van de nieuwe euromunten 3
Nieuws De paus is na tien jaar terug op Vaticaanse euromunten. En er komen munten met Franciscus van Assisi Paus Leo XIV gaf woensdag een interview aan twee Amerikaanse televisiezenders in het pauselijk vakantieverblijf Castel Gandolfo. 5
Nieuws Leo XIV: ‘Ik ben een paus die toevallig Amerikaans is, maar voor een universele kerk’ Het Mariabeeld op de 'heuvel van de verschijningen' is in de nacht van maandag op dinsdag beklad. 9
Nieuws Poolse man (31) bekladt Mariabeeld in pelgrimsoord Medjugorje. ‘Ze zijn oplichters, ik heb bewijs’ Nederlands Dagblad
Over ons
Werken bij
ContactService
Klantenservice
Bezorging
Verhuizing
Vakantie
Losse verkoop
Zakelijk adverteren
Familieberichten
Veelgestelde vragenKennismakingsabonnementen
Digitaal Basis
Digitaal Plus
Digitaal + PapierAbonnement nemen Toon alle abonnementsvormen Op alle artikelen, foto's en illustraties van het Nederlands Dagblad rust copyright. Daarom mag niets van ND.nl worden overgenomen, gekopieerd of opgeslagen voor commercieel, niet persoonlijk gebruik zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever van het Nederlands Dagblad. Meer informatie vindt u in onze algemene voorwaarden en bij de veelgestelde vragen.
Sitemap
Privacy & cookies
Algemene voorwaarden0 Nederlands Dagblad app Nederlands Dagblad BV DOWNLOAD - In Google Play Bekijk
1989 haben sie die Freiheit erkämpft – warum setzen wir sie heute aufs Spiel?
Bei meinen Lesungen wird mir in letzter Zeit immer häufiger eine Frage gestellt, auf die ich keine einfache Antwort habe und die mich gerade deshalb zunehmend beschäftigt: Warum wenden sich ausgerechnet in Ostdeutschland so viele Menschen einer Partei zu, in der rechtsextreme, nationalistische und demokratiefeindliche Kräfte eine erhebliche Rolle spielen? Warum geschieht das in einem Teil Deutschlands, in dem Hunderttausende Menschen vor knapp vier Jahrzehnten auf die Straße gegangen sind, weil sie genug hatten von Bevormundung, staatlicher Kontrolle und einer Partei, die für sich beanspruchte, allein zu wissen, was für das Volk richtig ist? Wie kann es sein, dass Menschen, die damals selbst für Freiheit und Demokratie gekämpft haben oder deren Eltern dies getan haben, heute bereit sind, politischen Kräften ihre Stimme zu geben, die wesentliche Grundlagen unserer freiheitlichen Demokratie infrage stellen?
Dieser Widerspruch lässt mich nicht los, vielleicht auch deshalb, weil die DDR und ihr Ende für mich keine Geschichte aus dem Schulbuch sind. Ich habe dieses Land als westdeutscher Journalist über viele Jahre erlebt, bin immer wieder über die Grenze gefahren, habe die bedrückende Atmosphäre gespürt und wusste gleichzeitig, dass ich nach einigen Tagen wieder zurückfahren konnte. Ich habe an der innerdeutschen Grenze gestanden, die Wachtürme gesehen, die Zäune und Minenfelder, und ich wusste von Menschen, die ihr Leben riskierten, nur weil sie von Deutschland nach Deutschland wollten. Später habe ich erfahren, dass auch ich von der Staatssicherheit beobachtet worden war, und irgendwann lagen rund 400 Seiten meiner Stasi-Akte vor mir, auf denen dokumentiert war, wie ein Staat versucht hatte, einen Journalisten einzuschätzen, zu kontrollieren und Informationen über ihn zu sammeln.
Gerade deshalb habe ich den Herbst 1989 als etwas ungeheuer Großes empfunden. Menschen, die jahrzehntelang gelernt hatten, besser vorsichtig zu sein, verloren plötzlich ihre Angst oder überwanden sie zumindest für einige Stunden. Sie gingen auf die Straße, obwohl niemand wissen konnte, wie die Staatsmacht reagieren würde, und verlangten keine neue Obrigkeit und keinen stärkeren Staat, sondern genau das Gegenteil: Freiheit, freie Wahlen, Reisefreiheit, Meinungsfreiheit und das Recht, selbst über ihr Leben zu bestimmen.
Wenn ich heute höre, wie leichtfertig manchmal über unsere Demokratie gesprochen wird, frage ich mich deshalb: Haben wir vergessen, was damals erkämpft wurde?
Aber mit dieser Frage allein darf ich es mir nicht zu einfach machen, denn natürlich sind die Menschen im Osten nicht plötzlich und kollektiv zu Feinden der Demokratie geworden. Es gibt „die Ostdeutschen“ genauso wenig wie „die Westdeutschen“, und Millionen Menschen in Sachsen, Thüringen, Brandenburg, Sachsen-Anhalt und Mecklenburg-Vorpommern engagieren sich jeden Tag für unsere Gesellschaft, in Vereinen und Kirchen, in Kommunalparlamenten und Feuerwehren, in Schulen, Bürgerinitiativen und demokratischen Parteien. Gerade diese Menschen haben es nicht verdient, dass wir vom „rechten Osten“ sprechen und damit eine ganze Region abstempeln.
Trotzdem dürfen wir auch nicht wegsehen. Wenn eine Partei in Teilen Ostdeutschlands Ergebnisse von weit über 30 Prozent erreicht, dann genügt irgendwann die beruhigende Erklärung nicht mehr, das seien eben Protestwähler, die der Politik einen Denkzettel verpassen wollten. Eine Proteststimme ist schließlich keine unverbindliche Meinungsäußerung, sondern eine Stimme, die politische Macht verleiht, und deshalb müssen wir uns fragen, woher diese enorme Entfremdung kommt.
Ich glaube, dass wir dafür noch einmal in die Jahre 1989 und 1990 zurückgehen müssen. Damals waren die Erwartungen riesig, und natürlich ging es den Menschen nicht nur darum, endlich nach Mallorca fahren zu können oder Westprodukte zu kaufen. Sie wollten Freiheit und Wohlstand, Sicherheit und Anerkennung, eine gute Zukunft für ihre Kinder und endlich die Möglichkeiten, die sie jahrzehntelang auf der anderen Seite der Grenze gesehen hatten. Viele glaubten vermutlich, dass nach dem Ende der Diktatur nun relativ schnell ein besseres Leben beginnen würde.
Dann kam die deutsche Einheit, und mit ihr begann für Millionen Menschen eine Veränderung von einer Dimension, die wir Westdeutschen nach meiner Überzeugung lange unterschätzt haben. Für mich änderte sich 1990 vergleichsweise wenig. Mein Arbeitgeber blieb mein Arbeitgeber, mein Beruf blieb mein Beruf, meine Ausbildung und meine berufliche Erfahrung wurden nicht infrage gestellt, das politische und wirtschaftliche System, in dem ich lebte, bestand weiter. Natürlich war die Wiedervereinigung auch für mich ein historisches Ereignis, aber mein persönliches Leben wurde dadurch nicht auf den Kopf gestellt.
Für die Menschen im Osten war das völlig anders, denn innerhalb weniger Jahre veränderte sich nahezu alles gleichzeitig. Der Staat, in dem sie geboren und aufgewachsen waren, verschwand, die Währung verschwand, Behörden und Institutionen wurden aufgelöst oder völlig neu organisiert, Betriebe wurden verkauft oder geschlossen und Millionen Menschen mussten sich beruflich neu orientieren. Wer gestern noch Meister, Ingenieurin, Facharbeiter, Wissenschaftlerin oder Betriebsleiter gewesen war, konnte plötzlich erleben, dass andere darüber entschieden, ob seine Qualifikation und seine Erfahrung im neuen System überhaupt noch gebraucht wurden.
Natürlich darf man dabei die DDR-Wirtschaft nicht romantisieren. Viele Betriebe waren nicht konkurrenzfähig, Maschinen und Produktionsverfahren waren veraltet und die ökologischen Schäden teilweise erschreckend. Eine grundlegende Veränderung war unvermeidbar. Aber wirtschaftliche Notwendigkeit und menschliche Erfahrung sind zwei verschiedene Dinge, denn ein Betrieb, der in einer volkswirtschaftlichen Bilanz nur rote Zahlen produziert, kann für einen Menschen trotzdem ein wichtiger Teil seines Lebens sein. Dort hat er gelernt, dort hat er gearbeitet, dort kannte er seine Kollegen, dort hatte er Anerkennung und wusste, wer er war. Wenn all das innerhalb weniger Monate verschwindet, verschwindet eben manchmal nicht nur ein Arbeitsplatz, sondern auch ein Stück Identität.
Vielleicht haben wir Westdeutschen diese Verletzung zu wenig verstanden. Wir haben mit Recht darauf hingewiesen, was nach 1990 alles entstanden ist: sanierte Städte, neue Straßen, moderne Infrastruktur, restaurierte Häuser, neue Unternehmen und insgesamt ein materieller Wohlstand, von dem die Menschen in der DDR nur träumen konnten. Aber Menschen leben nicht nur von sanierten Fassaden und neuen Autobahnen, sondern sie wollen auch erleben, dass ihre Lebensleistung respektiert wird.
Vielleicht hätten wir damals weniger erklären und mehr fragen sollen. Vielleicht hätten wir häufiger sagen sollen: Erzählt uns, was ihr könnt, was ihr erlebt habt, was ihr in dieses gemeinsame Deutschland mitbringt und was wir möglicherweise sogar von euch lernen können. Stattdessen entstand bei manchen der Eindruck, dass nun die Westdeutschen kommen und ihnen erklären, wie Wirtschaft funktioniert, wie Verwaltung funktioniert, wie Demokratie funktioniert und vielleicht sogar, wie das richtige Leben funktioniert.
Ob dieses Gefühl in jedem einzelnen Fall berechtigt war, ist für mich gar nicht entscheidend, denn Gefühle werden politisch wirksam, auch wenn man sie nicht vollständig mit Statistiken belegen kann. Man kann Straßen asphaltieren und Häuser sanieren, aber man kann verletzte Biografien nicht einfach mitsanieren.
Dazu kam die enorme Abwanderung. Gerade viele junge und gut ausgebildete Menschen verließen ihre Heimat, weil sie anderswo bessere berufliche Chancen sahen, und damit verloren manche Regionen nicht nur Einwohner, sondern einen Teil ihrer Zukunft. Eltern blieben zurück, Familien wurden auseinandergerissen, Geschäfte schlossen, Schulen verschwanden und manche Dörfer erlebten über Jahre hinweg vor allem eines: dass die Jungen gingen und die Zukunft offenbar immer irgendwo anders stattfand.
Wenn man solchen Menschen dann sagt, die deutsche Einheit sei doch eine großartige Erfolgsgeschichte, kann beides gleichzeitig wahr sein: Die deutsche Einheit kann historisch und insgesamt eine großartige Erfolgsgeschichte sein, und trotzdem kann ein einzelner Mensch sie in seiner eigenen Biografie als Verlust erlebt haben. Vielleicht hätten wir diesen Widerspruch früher ernst nehmen müssen.
Genau in solche Verletzungen stoßen heute Populisten hinein, denn sie bieten etwas an, was eine demokratische Gesellschaft kaum bieten kann: einfache Antworten auf komplizierte Fragen. Demokratie bedeutet Interessenausgleich, Kompromisse, Koalitionen, Parlamente, Gerichte, Föderalismus und manchmal jahrelange Diskussionen, und am Ende entsteht häufig eine Lösung, mit der niemand vollkommen zufrieden ist. Das ist mühsam, manchmal frustrierend und gelegentlich tatsächlich schwer auszuhalten.
Populisten machen es einfacher, indem sie den Menschen sagen, dass sie genau wissen, wer schuld ist. Mal ist es die Regierung, mal sind es die etablierten Parteien, die Medien, die Europäische Union, Migranten, Eliten oder „der Westen“, und irgendwann wird aus nahezu jedem gesellschaftlichen Problem die Geschichte von „uns hier unten“ gegen „die da oben“.
Das kann für Menschen verführerisch sein, die das Gefühl haben, die Kontrolle über ihr eigenes Leben verloren zu haben. Wenn mir jemand sagt, dass meine Probleme komplizierte wirtschaftliche, demografische und gesellschaftliche Ursachen haben, ist das wenig befriedigend. Wenn mir dagegen jemand sagt: „Ich weiß, wer dir das angetan hat“, bekomme ich einen Schuldigen geliefert, und aus Enttäuschung kann Wut und aus Wut schließlich Hass werden.
Genau dort endet für mich das Verständnis.
Ich möchte verstehen, warum jemand enttäuscht ist, aber Enttäuschung rechtfertigt keinen Rassismus. Ich möchte verstehen, warum jemand Politikern misstraut, abe