Bouwstenen versnelde realisatie aanvullende vormen van huisvesting.pdf
Bron: https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/brieven_regering/detail?id=2026Z15730&did=2026D35263
Dit document beschrijft de bouwstenen voor bestuurlijke afspraken die in het najaar van 2026 moeten worden gemaakt tussen het Rijk, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), Aedes (woningcorporaties) en het Interprovinciaal Overleg (IPO). Het doel is het versnellen en opschalen van aanvullende vormen van huisvesting.
Hieronder volgt een overzicht van de belangrijkste punten uit de notitie:
1. Aanleiding en Urgentie
- Woningtekort: Bijna 400.000 huishoudens zochten in 2025 een woning. Dit treft vooral lage- en middeninkomens, starters, statushouders, daklozen en kwetsbare groepen.
- Druk op asielketen: Achterstanden bij het huisvesten van statushouders veroorzaken grote druk op de asielopvang van het COA.
- Noodzaak: Reguliere woningbouw duurt te lang. Aanvullende, snel te realiseren woonvormen zijn nodig voor een brede groep woningzoekenden én om de uitstroom van statushouders te versnellen.
2. Ambities en Doelstellingen
- Brede doelgroepbenadering: Projecten richten zich op een mix van doelgroepen (zoals starters, lokale spoedzoekers en statushouders) om lokaal draagvlak en de leefbaarheid te vergroten.
- Behalen van taakstellingen: Gemeenten gaan opgelopen achterstanden in de huisvesting van statushouders binnen drie taakstellingsperiodes wegwerken.
- 20%-indicatie: De richtambitie is dat 20% van de te huisvesten statushouders wordt ondergebracht via aanvullende huisvesting (mits er locaties, capaciteit en middelen zijn).
3. Definitie van 'Aanvullende Vormen van Huisvesting'
Het gaat om woonplekken (geen opvang) die voldoen aan het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) en afwijken van permanente nieuwbouwwoningen:
- Verplaatsbare woningen (bijv. flexwoningen).
- Transformatiewoningen (bijv. voormalige kantoren of zorgpanden).
- Woningdelen in de bestaande sociale huurvoorraad.
- Onzelfstandige woonruimten.
4. Rollen en Verantwoordelijkheden
- Gemeenten & Corporaties: Maken lokale of regionale werkprogramma's. Hierin brengen ze kansrijke locaties, doelgroepenmixen, knelpunten (financieel/ruimtelijk) en benodigde ondersteuning in kaart.
- Provincies: Bieden actieve ondersteuning bij projectrealisatie en kennis; vervullen hun rol in ruimtelijke regie en treden op als interbestuurlijk toezichthouder (IBT) op de taakstellingen.
- Het Rijk: Biedt ondersteuning via locaties, ruimtelijke regelgeving (bijv. experimenten in de omgevingswet) en financiële regelingen. Tevens verkent het Rijksvastgoedbedrijf de mogelijkheid van centrale aanbesteding voor flexwoningen.
- Financiële Instrumenten: Bestaande regelingen zoals de Stimuleringsregeling Flex- en Transformatiewoningen (SFT) en de Doelgroep Flexibele Regeling (DFR) kunnen (gecombineerd) worden ingezet.
5. Afstemming, Monitoring en Vervolg
- Stuurgroep BZK: Er komt een stuurgroep onder leiding van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) die de voortgang bewaakt.
- Minimale regeldruk: De monitoring sluit zo veel mogelijk aan bij bestaande overleg- en rapportagestructuren om extra administratieve lasten te vermijden.
- Traject naar Najaar 2026: In de aanloop naar het definitieve bestuurlijke akkoord worden vervolgafspraken gemaakt over onder meer governance, kwaliteitseisen, aansluiting bij de Wet versterking regie volkshuisvesting en de financieringsvoorwaarden. Ondertussen blijven gemeenten met achterstanden direct ondersteund worden.