Ga naar hoofdinhoud. Sla menu over, ga naar het artikel
Mijn ND Abonneer Nieuws Geloof Opinie Mensen Cultuur Vacatures
Nieuws Krant Podcasts Puzzels Mijn nieuws
Terug naar de digitale krant
Luisteren Schuilen in Beiroet: ‘Zelfs al houdt Hezbollah op te bestaan, dan nog zal Israël altijd blijven bombarderen’ Reportage Terwijl de bommen vallen, zoeken mensen in Libanon een veilig heenkomen. Bij de middelbare school van Ras Beiroet hebben zich maandagmiddag zo’n vijfhonderd mensen aangemeld. Bij de voordeur staan gezinnen te tieren en te dringen. Jenne Jan Holtland / VK maandag 2 maart 2026, 20:56 Een gezin uit Beiroet dat gevlucht is voor de Israëlische aanvallen. Een gezin uit Beiroet dat gevlucht is voor de Israëlische aanvallen. beeld: ANP Beiroet
Aan alles kun je wennen, ook aan oorlog. Dat is althans wat Tima Qassem breed lachend volhoudt, staand in westelijk Beiroet. Aan haar guitige blik is het niet af te zien, maar de 23-jarige heeft nauwelijks geslapen, nadat Israëls oorlog tegen Hezbollah maandag een nieuwe, vernietigende ronde is ingegaan. Met haar vader is ze halsoverkop haar dorp ontvlucht, niet ver van de grens met Israël. Uren later pas is ze hier aangekomen, bij een middelbare school die als tijdelijke opvang fungeert.
Als gezegd: alles went. Toch? Iedereen schrikt als er een explosie klinkt die de lucht doet trillen. Boemmmmm. Tima krimpt ineen, haar vuisten gebald van de schrik. Weg is haar bravoure. Haar ogen staan groot. Oorlog is veel dingen tegelijk, ook een onderhandeling met je eigen zenuwen.
Tekst loopt door onder de advertentie In de menigte klinkt het vermoeden dat Israël verderop in de stad een vestiging van al-Qard al-Hassan heeft geraakt, het omstreden bedrijf (in Amerika op de sanctielijst) dat als bank fungeert voor de militante beweging Hezbollah en zijn achterban.
Overal in de Libanese hoofdstad is de ontreddering voelbaar. Duizenden mensen zijn door Israëls bombardementen uit hun huizen gejaagd, op zoek naar een veiliger heenkomen. Zeker 31 mensen werden gedood, onder wie – volgens Israël althans – een handvol kopstukken van de militie.
Wie niets heeft, spoelt als vanzelf aan bij een van de scholen die worden ingezet als tijdelijke opvanglocaties. Dit alles volgde op een reeks (ogenschijnlijk symbolische) luchtaanvallen van Hezbollah, dat zei zich te willen wreken voor de moord op Ali Khamenei, Irans Opperste Leider. Wat begon als een oorlog tegen het Iraanse bewind, laat 1.500 kilometer verderop diepe rimpelingen na. De bommencampagne zal doorgaan, bezwoer Israëls legerleiding, tot Hezbollah is ‘geëlimineerd.’
Aanspoelen Wie maandag mazzel heeft, kan in Beiroet bij familie of kennissen terecht. Wie een beetje geld heeft, huurt een hotelkamer of leegstaand appartement. Wie niets heeft, spoelt als vanzelf aan bij een van de scholen die worden ingezet als tijdelijke opvanglocaties. Bij de middelbare school van Ras Beiroet, op loopafstand van de Middellandse Zee, hebben zich maandagmiddag zo’n vijfhonderd mensen aangemeld.
Bij de voordeur staan gezinnen te tieren en te dringen. ‘We kunnen nog niet naar binnen’, moppert Salwa Darwish (62), de kettingrokende oma van Tima. ‘Ze wachten nog op groen licht van het ministerie van Onderwijs.’
‘We kunnen niet stilzitten terwijl we gebombardeerd worden.’ Verderop in de wijk, in Midtown Hotel (volgens de website voorzien van ‘inspirerend meubilair’), zitten de geluksvogels, al zou de 65-jarige Abu Ali zichzelf nooit zo noemen. ‘Het geld groeit niet aan de bomen’, sputtert de getatoeëerde krachtpatser, in het dagelijks leven bodyguard. Voor de eerste doorwaakte nacht heeft hij dik 40 euro neergeteld, om vervolgens de kamer te moeten delen met zes familieleden.
De anderen deelden het matras, hijzelf sliep in een stoel. Zijn gezicht staat bezorgd. ‘Als de oorlog nog weken duurt, is mijn geld straks op. Waar moet ik dan heen?’
In de lobby achter hem is het een komen en gaan van families, sommigen vergezeld door hun Ethiopische huishoudelijke hulp. Een enkeling heeft in de gauwigheid wat ondergoed meegenomen of een handtas, terwijl anderen met lege handen aankomen. Abu Ali somt zijn bezittingen op: zijn ID-kaart, een telefoon en een bril. O, en het handwapen aan zijn riem natuurlijk, bodyguard blijf je ook in oorlogstijd.
Geen kwaad woord over ‘verzet’ Zoals meer sjiitische Libanezen (Hezbollahs traditionele achterban) zul je van hem geen kwaad woord horen over het zelfbenoemde ‘verzet’. De Libanese regering, gesteund door Amerika, wil dat de groepering zijn wapens inlevert, en deed Hezbollahs militaire activiteiten maandag in de ban. Onzin, vindt Abu Ali, die met zijn witte gezichtshaar en tomaatvormige spierballen het midden houdt tussen Ernest Hemingway en Popeye. ‘We kunnen niet stilzitten terwijl we gebombardeerd worden.’ Als dat meer verwoesting betekent, dan zij het zo. ‘Onze waardigheid’, citeert hij de omgekomen Hezbollah-leider Hassan Nasrallah, ‘schuilt in martelaarschap’.
Toch is ook hier te merken dat Hezbollah als thema een splijtzwam is. Een groeiend aantal Libanezen is het zat om door de groepering gegijzeld te worden. Als de Volkskrant op het hotelterras een praatje aanknoopt met een handvol ontheemden, willen ze niet ingaan op vragen over de groepering – je weet nooit wie er een paar tafeltjes verderop meeluistert.
Bij de receptie van het hotel moet Lina Zamar (56) nieuw gearriveerde families teleurstellen: alle honderd kamers van Midtown Hotel zitten vol, een vertienvoudiging ten opzichte van de situatie voor de oorlog. De eigenaar doet goede zaken, al haast Zamar zich dat te nuanceren. Ontheemde families, zegt ze, betalen de helft van wat gewone hotelgasten moeten ophoesten.
Zamar is katholiek, een levende herinnering aan Libanons grote verscheidenheid (het land telt zeventien religieuze groepen). Veel christenen willen dat Hezbollah de wapens inlevert, maar daar hoort de receptioniste niet bij. ‘In het Midden-Oosten blijft Israël hét probleem’, zegt ze vurig. ‘Zelfs al houdt Hezbollah op te bestaan, dan nog zal Israël altijd blijven bombarderen. Weet je waarom? Omdat ze een Groot-Israël willen, inclusief Jordanië, Libanon, Syrië, alles. Je ziet toch wat ze met Palestina doen?’
Ze vertelt over haar geboortedorp, dat op dit punt verdeeld is. ‘De mensen die weleens een geschiedenisboek lezen, steunen het ‘verzet’. De naïevelingen doen dat niet.’ Zo bezien is haar dorp een microkosmos van het hele land. Oorlogen komen en gaan. Wat blijft, is de verdeeldheid.