Berlijnse kinderopvangmedewerkers voeren al jaren actie voor betere werkomstandigheden. Ze kampen met een personeelstekort en hoge werkdruk, net als in Amsterdam. Het grote verschil: in Berlijn is de kinderopvang deels in handen van de gemeente.
door Roxane Soudagar 23 juni 2026, 03:00
‘Kinderopvang bezwijkt onder werkdruk en personeelstekort.’ Het had net zo goed een nieuwskop uit Duitsland kunnen zijn, maar het ging hier over Nederland. In december 2025 vroeg de FNV aandacht voor de ‘ongekend hoge’ werkdruk in de kinderopvang. De sector komt 7200 pedagogische professionals tekort, aldus de vakbond. Dat leidt tot hoge werkdruk en minder aandacht voor de kinderen zelf. Dat probleem zal alleen maar groter worden, vreest de FNV, als de kinderopvang vanaf 2029 zo goed als gratis wordt voor alle ouders.
Misschien kunnen we voor die tijd iets leren van onze oosterburen. In Duitsland is de kinderopvang allang volledig gesubsidieerd, ouders betalen er niets voor. Ook is een deel van de opvanglocaties in handen van de lokale overheid of de federale overheid: in hoofdstad Berlijn gaat het om 20 procent van de kinderdagverblijven. De rest is in handen van stichtingen, commerciële aanbieders zijn er bijna niet. Nederland kent zowel non-profit- als commerciële kinderdagverblijven, maar niets is in publieke handen.
Is de opvang in Berlijn daarmee perfect geregeld? Blijkbaar niet, want juist hier wordt al jarenlang actie gevoerd door medewerkers van de gemeentelijke kinderopvang (in de volksmond ‘kita’, kort voor Kindertagesstätte). Ze protesteerden en staakten, tot de Berlijnse deelstaat dat in 2024 verbood. Onlangs wonnen ze een rechtszaak daarover: ze gaan dus weer van start en ook een staking voor onbepaalde tijd ligt op tafel, aldus Kalle Kunkel, woordvoerder van vakbond Ver.di, die samen met onderwijsvakbond GEW de campagne leidt.
Compensatie bij personeelstekort Duitsland kampt met dezelfde personeelstekorten als omliggende landen, zegt Kunkel. “Het aantal kinderen dat naar de opvang ging, is enorm gestegen, maar het personeelsbestand steeg niet mee. Dat geldt in het hele land, maar vooral in Berlijn is de sector goed georganiseerd.”
De eis is een collectieve arbeidsovereenkomst over ‘pedagogische kwaliteit en werkdrukvermindering’. “Het was voor de werknemers heel belangrijk dat we ook de kwaliteit meenemen. Ze willen namelijk goede opvang bieden, maar dat kan nu niet door overvolle groepen. Ook moeten ze vaak ouders bellen om te zeggen dat de opvang vanwege personeelstekorten eerder sluit. Ze hebben het gevoel dat ze hun werk niet goed doen, wat bijdraagt aan de kans op een burn-out. De gemiddelde kita-werknemer in Berlijn is meer dan dertig dagen per jaar ziek.”
De beweging haalt inspiratie uit een succesvolle campagne van ziekenhuismedewerkers, legt Kunkel uit. Na jaren actievoeren tegen personeelstekorten werd in hun contract vastgelegd dat er per type patiënt een bepaald aantal medewerkers in dienst moet zijn. Wordt daar niet aan voldaan, dan wordt het personeel gecompenseerd voor elke vijf tot zeven dagen dat ze in die omstandigheden werken; vaak met een vrije dag. De kita-medewerkers hopen hetzelfde voor elkaar te krijgen, vooralsnog zonder succes.
De Berlijnse regering houdt vol dat er simpelweg niet genoeg personeel is om de tekorten aan te vullen. Volgens Kunkel verliest dat argument aan kracht nu het aantal kinderen in de opvang de laatste twee jaar weer aan het dalen is. “Dit is het moment om vooral hetzelfde aantal werknemers in dienst te houden. Maar dat doen ze niet: er worden al lokale kinderopvangcentra gesloten.”
Wel tekorten, geen stakingen Voorlopig gaan Nederlandse steden de kinderopvang niet in eigen handen nemen. Dat zou een te grote stap zijn, vermoedt Ruben Fukkink, bijzonder hoogleraar kinderopvang aan de Universiteit van Amsterdam. “Publiek organiseren betekent ook niet per se dat alles beter wordt. Nederland kent al heel lang een hybridemodel van non-profit en commerciële aanbieders. Daarmee zijn de kwaliteit én kwantiteit van de opvang er hard op vooruitgegaan.”
Die verbetering kwam vooral op gang na 2005, toen in de wet werd vastgelegd dat kinderopvang niet alleen een dienst is voor werkende ouders, maar ook voor hun kind. “De framing van opvang is terecht minder negatief geworden. Ouders brengen hun kinderen naar de opvang zodat ze leren spelen met anderen, zich pedagogisch ontwikkelen en worden voorbereid op de kleuterklas. Kinderopvang hoort erbij voor het kind, de ouders en de stad.”
Dat heeft wel geleid tot een grotere vraag naar opvang en daarmee tot hetzelfde personeelstekort als in Berlijn. Het is in Amsterdam lastiger om daar gezamenlijk tegen op te treden omdat elke locatie zijn eigen contracten heeft.
Gebrek aan ruimte Gemeentelijke kinderopvang heeft nog een voordeel, ziet Fukkink. “Als je in Berlijn aan stadsplanning wilt doen en locaties voor kinderopvang wilt aanwijzen, dan gaat de gemeente dat regelen. Die is de baas. Als je in Amsterdam een kinderopvang wil beginnen, moet je eerst een gebouw vinden en daar de marktprijs voor betalen. Daardoor raakt kinderopvang in de verdrukking. Dat zie je aan het gebrek aan opvang in dure wijken zoals het centrum, maar ook in hard groeiende gebieden als Weesp.”
Verder blijft het opvallend dat Nederland veel parttimers kent. “Als moeder parttime werkt en vader fulltime, krijg je een soort lappendeken in de opvoeding: je hebt mamadag, héél soms papadag, twee dagen opvang en een dagje opa en oma. Daardoor hebben Nederlandse kinderdagverblijven niet één gedeeld programma voor elk kind. In Duitsland pakken ze meer controle. En in Scandinavië hebben ouders weliswaar een jaar lang verlof, maar daarna gaan kinderen ook fulltime naar de opvang. Het is heel ongebruikelijk om dat parttime te doen.”
Nederland zou volgens Fukkink best iets meer die kant op kunnen bewegen. “Op dit moment houdt het ouderschapsverlof na drie maanden op. Veel ouders zijn er dan nog niet aan toe om het kind naar de opvang te sturen. Bovendien heeft een jonge baby veel meer aandacht nodig dan oudere kinderen, dus dat kost meer personeel. Met het personeelstekort in het achterhoofd zou het goed zijn om dat ouderschapsverlof iets op te rekken.”
Hamburg, Wenen en Brussel Naast Berlijn bieden ook steden als Wenen en Brussel gemeentelijke kinderdagverblijven aan naast particuliere aanbieders. In de meeste Scandinavische steden is de opvang volledig publiek geregeld. Toch zou Fukkink deze landen niet als voorbeeld nemen. “Zij hebben dat model al sinds de jaren zeventig en organiseren álles publiekelijk. We kunnen beter kijken naar de voorbeelden waar we direct lessen uit kunnen meenemen.”
Zo heeft Hamburg een integraal model ontwikkeld voor jonge kinderen, van kinderopvang tot onderwijs, inclusief aandacht voor kinderen met extra behoeften. “Daar zouden wij eens naar moeten kijken. Ook Estland en Slovenië hebben een mooie doorlopende ontwikkellijn van dreumes naar peuter en kleuter. Het is allemaal veel meer op elkaar afgestemd dan in Nederland. Amsterdam is nu wel hard bezig om meer met integrale kindcentra te gaan werken.”
© 2026 DPG Media B.V. Alle rechten voorbehouden
Direct naar artikelinhoud Website logo
Nieuws Krant Net binnen Luister Rubrieken Nieuws VUmc houdt op te bestaan als ziekenhuis; alle zorgtaken op termijn overgeheveld naar AMC Alle zorgtaken van het VUmc worden overgeheveld naar het AMC. Dat heeft de raad van bestuur van Amsterdam UMC dinsdag bekendgemaakt. Het ‘voorgenomen besluit’ betekent dat het VUmc op termijn ophoudt te bestaan als ziekenhuis.
Het VUmc fungeert nu nog als ziekenhuis.Bron foto Berlinda van Dam/ANP BasSoetenhorstMalikaSevil Dit artikel is geschreven door Bas Soetenhorst en Malika Sevil Gepubliceerd op 23 juni 2026, 14:26
Bewaren Delen Het AMC en VUmc fuseerden in 2018 tot Amsterdam UMC. Destijds werden specialismen opgeknipt en verdeeld over de beide gebouwen. Amsterdam UMC heeft met die twee locaties ‘te veel vierkante meters’, zegt bestuurder Yvonne Koppelman in een video waarin het besluit wordt toegelicht. “Dat is niet duurzaam en het is te duur. Denk aan het onderhoud van al die meters, maar ook de energierekening.”
Elke dag het belangrijkste nieuws vanuit Amsterdam. E-mail Ook kan het lastig zijn als een patiënt door meerdere artsen met verschillende specialismen moet worden behandeld. Moet hij of zij dan in het AMC of het VUmc worden opgenomen?
Daarom wil de raad van bestuur ‘in de periode tot aan 2040’ alle zorg gaan concentreren in het AMC. VUmc aan de Boelelaan zal alleen nog worden gebruikt voor zaken als onderzoek, onderwijs en opleiden.
“We begrijpen dat deze boodschap voor veel mensen in onze organisatie moeilijk is om te horen,” aldus de voorzitter van de raad van bestuur, Hans van Goudoever, in het filmpje. “Toch denken wij dat het voor onze patiënten en zorgverleners beter is om op één locatie te zitten.”
Eerdere berichten ontkend Het gaat nog om een voorgenomen besluit. Dat betekent dat de medezeggenschapsorganen eerst een reactie kunnen geven voordat de raad van bestuur een definitief besluit neemt. In de tussentijd geeft de raad van bestuur geen interviews over het onderwerp, aldus een woordvoerder.
Eind vorig jaar berichtte Follow the Money al over een plan om het VUmc voor 2035 te sluiten. Een woordvoerder van Amsterdam UMC stelde toen dat dat ‘niet aan de orde’ was en benadrukte dat de afgelopen jaren juist fors is geïnvesteerd in locatie VUmc.
Een woordvoerder meldt nu dat in de nieuwe situatie patiënten minder vaak hoeven te reizen tussen locaties of zich op wisselende locaties moeten melden. “Dit geeft duidelijkheid en verkleint de kans dat afspraken worden gemist.”
Van meet af aan voorspeld De in 2011 in gang gezette fusie zou leiden tot zorg van hogere kwaliteit, werd destijds verzekerd. Hoe meer artsen zich kunnen toeleggen op één gespecialiseerde handeling, hoe hoger de kwaliteit en hoe beter de patiëntenzorg, luidde de redenering. Ook zou efficiënter gebruik kunnen worden gemaakt van onder meer operatiekamers.
Het opdoeken van het ziekenhuis is koren op de molen van critici, die van meet af aan (de fusie werd al in 2011 in gang gezet) voorzagen dat het VUmc het onderspit zou delven. Armand Girbes, tot 2023 hoofd van de intensive care van locatie VUmc, is de meest uitgesproken criticaster. In een interview met Het Parool bij zijn afscheid als hoogleraar intensivecaregeneeskunde vorige maand noemde hij de fusie ‘een heel ingewikkelde manier om een ziekenhuis te sluiten’.
Verdrietig dat het zo gaat In het voorgenomen besluit van dinsdag ziet hij zijn gelijk bevestigd. Intern bekritiseerde hij de fusie omdat het ziekenhuis bleef voortbestaan op twéé locaties. Hij vindt dat je voor een optimale zorg voor een patiënt alle specialismen onder één dak moet hebben. “Een patiënt is geen pakketje. Je kan niet zeggen: dit behandelen we in het ene gebouw en dat in het andere. Deze argumenten van mij werden altijd weggewoven door de hele bestuurlijke elite van AMC en VUmc. En nu hoor ik het de voorzitter van de raad van bestuur zelf in een filmpje zeggen.”
Girbes denkt dat sluiting van het VUmc van meet af aan het plan is geweest. Hij vermoedt dat het sneller zal gaan dan die vijftien jaar die de raad van bestuur nu noemt. Nu dit op straat ligt, zullen ook collega’s op locatie VUmc elders werk gaan zoeken, voorspelt hij. “Als het bericht komt van ja, wij gaan sluiten. Dan krijg je een heel hoog selffulfillingprophecygehalte.”
Girbes noemt het verdrietig voor de patiënten. “Ik vind het heel erg verdrietig dat dit zo gaat en dat er dus ja, een hele ingewikkelde weg is bewandeld om het VUmc te sluiten.”
Over de auteurs: Bas Soetenhorst maakt voor Het Parool geregeld onderzoeksverhalen en schrijft over uiteenlopende onderwerpen, van Ajax tot onderwijs. Eerder deed hij verslag van de landelijke en Amsterdamse politiek, waarover hij ook enkele boeken schreef. Malika Sevil werkt 25 jaar voor Het Parool. Ze schreef veel over gezondheidszorg, ook deed ze verslag van de coronacrisis. Sinds 2022 schrijft ze over kansenongelijkheid, armoede en de kloof.
Mis niets van wat in Amsterdam gebeurt Blijf 24/7 op de hoogte van het Amsterdamse nieuws: download hier de mobiele app van Het Parool voor Android of iOS.
Lees ook Geselecteerd door de redactie
Nieuws Huisartsenpost VUmc gesloten: patiënten met spoed moeten uitwijken naar andere locaties
Nieuws Spoedeisende hulp VUmc vanaf volgende week ’s nachts dicht: te weinig personeel
Uitleg Waarom het traumacentrum van VUmc sluit
Wilt u belangrijke informatie delen met het Parool? Tip hier onze journalisten Algemeen Contact met de redactie Tiplijn Contact met de klantenservice Privacystatement Abonnementsvoorwaarden Gebruiksvoorwaarden Toegankelijkheidsverklaring Cookiebeleid Privacy-instellingen Auteursrecht Service Klantenservice Bezorgklacht indienen Bezorging pauzeren Bezorging wijzigen (Bezorg)adres wijzigen Adverteren Losse verkoop Zakelijk abonnement Meer het Parool Over ons Colofon Abonneren Nieuwsbrieven Krant Puzzels Android apps iOS apps Webwinkel Volg het Parool Instagram Facebook Youtube LinkedIn Bluesky Op alle verhalen van het Parool rust uiteraard copyright. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar [email protected].
Het Parool is onderdeel van DPG Media.
KvK Nummer: 34172906 | BTW Nummer: NL810828662B01
© 2026 DPG Media B.V. Alle rechten voorbehouden
VUmc houdt op te bestaan als ziekenhuis; alle zorgtaken op termijn overgeheveld naar AMC | Het Parool