C2026

2069 bookmarks
Newest
De “asielcrisis” is een crisis van onze ziel
De “asielcrisis” is een crisis van onze ziel

De “asielcrisis” is een crisis van onze ziel Alain Verheij Blog 21 mei 2026asiel, media, vluchtelingen “Vervloekt is eenieder die de rechten van vreemdelingen, weduwen en wezen schendt.” Dan antwoordt heel het volk: “Amen.” (Deut. 27:19)

Als de Bijbel vandaag zou worden geschreven, was de hoofdpersoon een vluchteling. Dat zeg ik niet vanuit een of ander links-romantisch sentiment, maar als theoloog. De Bijbel is een migrantenboek. Het woord ‘Hebreeër’ betekent zoiets als ‘oversteker’. Het eerste woord dat God tegen Abram zegt in de Bijbel is ‘Ga’, waarna een levenslange reis begint, op zoek naar een beter land om te wonen. Jezus heeft op zijn twaalfde al op drie verschillende plekken gewoond: een gedwongen geboorteplaats, een vlucht naar een ander land en een vlucht naar een andere provincie. Jozef is de eerste vreemdeling die gezinshereniging aanvraagt (en krijgt daarvoor toestemming!)

*

Verspreid door de Bijbel zijn er af en toe periodes van enkele tientallen jaren waarin er vrede of zelfs voorspoed is. In alle andere verhalen zijn/worden de hoofdpersonen gedeporteerd naar andere landen, belegerd en bedreigd en bezet, of zwerven ze rond op zoek naar een plek om zich te vestigen. Een contrast met de gemiddelde westerse christen, die het heilige boek leest in een samenleving die langdurige vrede, stabiliteit en macht geniet. Een hedendaagse Nederlander die de Bijbel wil begrijpen, zal zich moeten leren inleven in de situatie van volken en individuen die geen veilig land kennen.

**

Dat gaat niet vanzelf. Zoals mijn hond blaft naar elke vreemde voorbijganger, zo is een deel van ons voorgeprogrammeerd om ‘de ander’ te wantrouwen. Je beschermt de leden van je eigen groep en ontbloot je tanden richting leden van de andere groep. Een overgeërfd overlevingsmechanisme dat de basis vormt voor vreemdelingenhaat zoals we die zien in Loosdrecht, bij Markuszower en in het hele ‘AZC, weg ermee’ genre.

De Bijbel herhaalt niet voor niets tientallen keren dat we gastvrij en zorgzaam moeten zijn voor de vreemdeling. Het is geen vanzelfsprekendheid, het is iets wat we onszelf moeten blijven inprenten. Omdat we niets beter zijn dan die vreemdeling, omdat we, als we onszelf tenminste goed verstaan, ten diepste zelf ook vreemdelingen zijn.


Het zal de komende jaren steeds urgenter worden om deze boodschap te herhalen. Het laagje beschaving dat over de xenofobie heen ligt, wordt dunner. Nu zegt Markuszower nog dat we alleen Palestijnse vluchtelingen met geweld moeten verdrijven, straks zal iemand het breder trekken. Alle vluchtelingen, alle moslims, alle mensen van kleur, er zal steeds minder terughoudendheid zijn. George Orwell begint zijn beroemde boek 1984 met een bioscoopfilm waarin je vluchtelingen ziet verdrinken in de Middellandse Zee. Het hele publiek zit uitgelaten te lachen en juichen. Dat is het eindstation; een eindstation dat we overigens al vaker hebben gezien in de geschiedenis.


Er is namelijk niets nieuws onder de zon.

De verdachtmaking dat die buitenlanders onze vrouwen komen aanranden? Zo oud als het verhaal van Jozef en mevrouw Potifar: “Moet je nou zien! Hij moest zo nodig een Hebreeër in huis halen – zeker om zich met ons te kunnen vermaken! Die man is bij me gekomen en wilde bij me liggen, maar ik begon luid te roepen.”

Intussen is het Jozef, de vreemdeling, die zélf wordt aangerand. En ditzelfde gebeurt met Dina als haar familie bij Sichem komt wonen. Indirect met Sara als ze in Egypte komt wonen. Met de vreemdelingen in Sodom en in Gibea.

De verdachtmaking dat die buitenlanders ons komen omvolken? Zo oud als het verhaal van de farao van Egypte. Hij zei tegen zijn volk: “De Israëlieten zijn te sterk voor ons en te talrijk. Laten we verstandig handelen en voorkomen dat dit volk nog groter wordt.”

Intussen wordt dit volk, bestaande uit economische vluchtelingen, uitgebuit door dwangarbeid. Ze kunnen toch geen kant op. Ze zijn zeer productief voor het land waar ze te gast zijn. Maar zelf gaan ze er fysiek en mentaal aan ten onder.

De verdachtmaking dat die buitenlanders als parasieten van onze economie komen profiteren? Zo oud als het verhaal van de koning van Moab: “Die horde vreet hier de hele streek nog kaal, als een rund dat een veld afgraast.”

Eerst ontmenselijk je ze, daarna kun je ze alleen nog als ongedierte behandelen, als een plaag. Terwijl het gaat om medemensen die net als jij alleen maar naar een dak boven hun hoofd verlangen, een gevulde maag, een plek om zich veilig te vestigen, te bidden, werken en musiceren. Hun kinderen te zien opgroeien.


In zijn geliefde verhaal over de Barmhartige Samaritaan leert Jezus ons wat hij bedoelt met die naastenliefde waarover hij zo graag spreekt. Het is het verhaal van een man die onderweg wordt beroofd, verwond en ontkleed. Een priester komt voorbij en loopt met een boog om hem heen, een leviet (die ook dienst deed in de tempel) doet hetzelfde. Dan komt er een Samaritaan voorbij, iemand met een ander geloof, andere afkomst, andere cultuur. Hij verzorgt de gewonde man.

Nou, zo werkt naastenliefde dus, zegt Jezus. Als eerste les kun je daaruit halen: de naaste die je moet liefhebben, is iemand die op jouw pad komt en jouw hulp nodig heeft.

Maar er is meer aan de hand. In deze gelijkenis is de vreemdeling niet degene die gered moet worden, maar degene die redt. Wat als je op een dag zelf voor pampus ligt en dringend hulp nodig hebt? Weet je zeker dat jouw soort mens je komt redden? Of heb je elk soort mens nodig? Kan de vreemdeling jou ook redden, op een dag? Jezus identificeert zich met de Samaritaan, met de ánder, met de vreemdeling.

Zoals hij dat elders ook expliciet doet: “Want Ik had honger en jullie gaven Mij te eten, Ik had dorst en jullie gaven Mij te drinken. Ik was een vreemdeling en jullie namen Mij op, Ik was naakt en jullie kleedden Mij. Ik was ziek en jullie bezochten Mij, Ik zat gevangen en jullie kwamen naar Mij toe.”


Het is van het grootste belang dat christenen deze rode draad in de Bijbel collectief herontdekken. Niet in de laatste plaats in Den Haag, waar van de SGP tot nu toe niets goeds te verwachten viel op dit gebied. Het CDA zelden betrouwbaar is gebleken. De ChristenUnie nu ook weer begint te spinnen richting een strenger asielbeleid. Kijk toch uit wat je doet, allemaal. Zie je niet welke kant het op gaat in ons land? Laat je weer raken door het profetische geluid, laat je weer raken door de nood van de medemens, laat je weer leiden door het perspectief dat de Bijbel je verhaal na verhaal onvermoeibaar blijft voorspiegelen. Het perspectief van de ander die jou nodig heeft, van de ander die jij nodig hebt.

Laat liever het recht stromen als water, en de gerechtigheid als een altijd voortvloeiende beek. Amos 5

(Je mag dit stuk gratis lezen en delen. Wil je mijn koffie betalen, dan kan dat! Doneer hier een paar euro, of koop een boek van me)

De “asielcrisis” is een crisis van onze ziel Alain Verheij Blog 21 mei 2026asiel, media, vluchtelingen “Vervloekt is eenieder die de rechten van vreemdelingen, weduwen en wezen schendt.” Dan antwoordt heel het volk: “Amen.” (Deut. 27:19) Als de Bijbel vandaag zou worden geschreven, was de hoofdpersoon een vluchteling. Dat zeg ik niet vanuit een of ander links-romantisch sentiment, maar als theoloog. De Bijbel is een migrantenboek. Het woord ‘Hebreeër’ betekent zoiets als ‘oversteker’. Het eerste woord dat God tegen Abram zegt in de Bijbel is ‘Ga’, waarna een levenslange reis begint, op zoek naar een beter land om te wonen. Jezus heeft op zijn twaalfde al op drie verschillende plekken gewoond: een gedwongen geboorteplaats, een vlucht naar een ander land en een vlucht naar een andere provincie. Jozef is de eerste vreemdeling die gezinshereniging aanvraagt (en krijgt daarvoor toestemming!) * Verspreid door de Bijbel zijn er af en toe periodes van enkele tientallen jaren waarin er vrede of zelfs voorspoed is. In alle andere verhalen zijn/worden de hoofdpersonen gedeporteerd naar andere landen, belegerd en bedreigd en bezet, of zwerven ze rond op zoek naar een plek om zich te vestigen. Een contrast met de gemiddelde westerse christen, die het heilige boek leest in een samenleving die langdurige vrede, stabiliteit en macht geniet. Een hedendaagse Nederlander die de Bijbel wil begrijpen, zal zich moeten leren inleven in de situatie van volken en individuen die geen veilig land kennen. ** Dat gaat niet vanzelf. Zoals mijn hond blaft naar elke vreemde voorbijganger, zo is een deel van ons voorgeprogrammeerd om ‘de ander’ te wantrouwen. Je beschermt de leden van je eigen groep en ontbloot je tanden richting leden van de andere groep. Een overgeërfd overlevingsmechanisme dat de basis vormt voor vreemdelingenhaat zoals we die zien in Loosdrecht, bij Markuszower en in het hele ‘AZC, weg ermee’ genre. De Bijbel herhaalt niet voor niets tientallen keren dat we gastvrij en zorgzaam moeten zijn voor de vreemdeling. Het is geen vanzelfsprekendheid, het is iets wat we onszelf moeten blijven inprenten. Omdat we niets beter zijn dan die vreemdeling, omdat we, als we onszelf tenminste goed verstaan, ten diepste zelf ook vreemdelingen zijn. *** Het zal de komende jaren steeds urgenter worden om deze boodschap te herhalen. Het laagje beschaving dat over de xenofobie heen ligt, wordt dunner. Nu zegt Markuszower nog dat we alleen Palestijnse vluchtelingen met geweld moeten verdrijven, straks zal iemand het breder trekken. Alle vluchtelingen, alle moslims, alle mensen van kleur, er zal steeds minder terughoudendheid zijn. George Orwell begint zijn beroemde boek 1984 met een bioscoopfilm waarin je vluchtelingen ziet verdrinken in de Middellandse Zee. Het hele publiek zit uitgelaten te lachen en juichen. Dat is het eindstation; een eindstation dat we overigens al vaker hebben gezien in de geschiedenis. **** Er is namelijk niets nieuws onder de zon. De verdachtmaking dat die buitenlanders onze vrouwen komen aanranden? Zo oud als het verhaal van Jozef en mevrouw Potifar: “Moet je nou zien! Hij moest zo nodig een Hebreeër in huis halen – zeker om zich met ons te kunnen vermaken! Die man is bij me gekomen en wilde bij me liggen, maar ik begon luid te roepen.” Intussen is het Jozef, de vreemdeling, die zélf wordt aangerand. En ditzelfde gebeurt met Dina als haar familie bij Sichem komt wonen. Indirect met Sara als ze in Egypte komt wonen. Met de vreemdelingen in Sodom en in Gibea. De verdachtmaking dat die buitenlanders ons komen omvolken? Zo oud als het verhaal van de farao van Egypte. Hij zei tegen zijn volk: “De Israëlieten zijn te sterk voor ons en te talrijk. Laten we verstandig handelen en voorkomen dat dit volk nog groter wordt.” Intussen wordt dit volk, bestaande uit economische vluchtelingen, uitgebuit door dwangarbeid. Ze kunnen toch geen kant op. Ze zijn zeer productief voor het land waar ze te gast zijn. Maar zelf gaan ze er fysiek en mentaal aan ten onder. De verdachtmaking dat die buitenlanders als parasieten van onze economie komen profiteren? Zo oud als het verhaal van de koning van Moab: “Die horde vreet hier de hele streek nog kaal, als een rund dat een veld afgraast.” Eerst ontmenselijk je ze, daarna kun je ze alleen nog als ongedierte behandelen, als een plaag. Terwijl het gaat om medemensen die net als jij alleen maar naar een dak boven hun hoofd verlangen, een gevulde maag, een plek om zich veilig te vestigen, te bidden, werken en musiceren. Hun kinderen te zien opgroeien. ***** In zijn geliefde verhaal over de Barmhartige Samaritaan leert Jezus ons wat hij bedoelt met die naastenliefde waarover hij zo graag spreekt. Het is het verhaal van een man die onderweg wordt beroofd, verwond en ontkleed. Een priester komt voorbij en loopt met een boog om hem heen, een leviet (die ook dienst deed in de tempel) doet hetzelfde. Dan komt er een Samaritaan voorbij, iemand met een ander geloof, andere afkomst,
·alainverheij.nl·
De “asielcrisis” is een crisis van onze ziel
Vreemd maar waar: de meest plausibele verklaring voor de opkomst van radicaal-rechts is ook de minst populaire - De Correspondent
Vreemd maar waar: de meest plausibele verklaring voor de opkomst van radicaal-rechts is ook de minst populaire - De Correspondent

Spring naar Content Hoofdmenu

Home Gebruikersmenu

Je krijgt dit verhaal cadeau van Jesse Frederik, Correspondent Economie

Word ook lid 21.05.26 Analyse 14-19 min Vreemd maar waar: de meest plausibele verklaring voor de opkomst van radicaal-rechts is ook de minst populaire

Jesse Frederik Correspondent Economie

Illustraties door Kimberly Elliott (voor De Correspondent) Vraag een PVV-kiezer waarom hij PVV stemt en hij zegt: migratie. Vraag het een politicoloog en je krijgt een ander antwoord: gesloten bibliotheken, verdwenen huisartsenposten, veertig jaar neoliberalisme. Hoe zit dat?

Over het succes van radicaal-rechts zijn bibliotheken volgeschreven. De insteek is vaak dezelfde: hoe bestaat het, dat mensen vatbaar zijn voor deze dwaalleer? Industriële desinformatie? Het neoliberalisme? Henk Kamp?

De laatste toevoeging aan het genre is De symfonie van onvrede. De opmars van radicaalrechts van politicoloog Catherine de Vries.

De these van het boek is simpel: door het terugtrekken van de overheid ervaren burgers een verlies (dat zijn de noten), radicaal-rechtse politici hertalen die verlieservaring naar haat tegen anderen (dat is de melodie), middenpartijen en media verspreiden die boodschap van haat (dat zijn de versterkers) – en ziedaar: de symfonie van onvrede. (In deze ietwat ontspoorde metafoor zijn er ook componisten, dirigenten, een orkest, een partituur, een weerklank, en dissonanten – maar die mag je vergeten.)

Het boek is een uitwerking van wat De Vries tweeënhalf jaar geleden al schreef na de enorme verkiezingszege van de PVV. Slechts ‘een harde kern van radicaal-rechtse stemmers’ was volgens haar gedreven door ‘kritiek op het migratiebeleid’. Wat mensen écht richting radicaal-rechts dreef was ‘de uitholling van publieke voorzieningen’.*

Nou stuurde een spion bij peilbureau Ipsos I&O mij onlangs een overzicht met de stemmotivaties van PVV-kiezers bij de verkiezingen van 2025. Zo’n 67 procent gaf in een open vraag aan PVV te stemmen vanwege migratie, ‘Nederlanders eerst’ of anti-islam. Op de tweede plaats, met 8 procent, stond ‘alles’. De uitholling van publieke voorzieningen (of iets wat daar in de verste verte op leek) werd door geen enkele respondent genoemd.

Maar van de eigen stemverklaringen van radicaal-rechtse kiezers is De Vries niet zo onder de indruk. ‘Dat iemand in een survey zegt “ik heb op de PVV gestemd” en ook problemen heeft met migratie, zegt nog niks over waaróm mensen tegen migratie zijn’, zei ze in mijn podcast.*

Nou erkende De Vries in mijn podcast dat migratie een reden kan zijn om op een radicaal-rechtse partij te stemmen. Maar in haar boek worden migratiestandpunten eigenlijk steevast beschreven als aangepraat (men is de fabeltjesfuik in gevaren) of afgeleid (men is eigenlijk boos op het neoliberalisme). ‘De onvrede in Europa over de terugtrekking van de staat is reëel’, noteert De Vries in haar boek. ‘Maar wordt geprojecteerd op [...] “de elite” en “de migrant”.’*

De radicaal-rechtse kiezer, de lemming, hij doet maar wat! Ik zal maar meteen kleur bekennen: ik ben sceptisch over dit genre kiezersduiding. Wanneer iemand op PRO stemt omdat die zich zorgen maakt over het klimaat, dan vinden we dat volstrekt vanzelfsprekend (niemand die er iets achter gaat zoeken). Maar als mensen zeggen ‘Nederlanders eerst!’, dan bedoelen ze opeens: ‘Mag de huisartsenpost weer open?’ Is dat niet een beetje vergezocht?

Politicologen Meindert Fennema en Wouter van der Brug merkten ruim twintig jaar geleden op dat de meest voor de hand liggende verklaring voor een stem op een anti-migratiepartij – namelijk dat mensen tegen migratie zijn – onder politicologen weinig populair is. De reden? ‘Veel onderzoekers vinden het moeilijk te geloven dat kiezers rationeel zouden stemmen op wat zijzelf racistische of neofascistische partijen vinden.’*

Dat gevoel bekroop mij ook toen ik het boek van De Vries las. Allerlei redenen om radicaal-rechts te stemmen passeren de revue: de Rutte-doctrine, Groningers die ‘al meer dan tien jaar op schadeherstel wachten’ (nieuws voor mij), en bezuinigingen in het kader van de decentralisatie van de jeugdzorg (de uitgaven aan jeugdzorg zijn sinds die decentralisatie meer dan verdubbeld van 3,6 miljard in 2015 naar 8,1 miljard in 2024),* maar de meest voor de hand liggende verklaring ontbreekt.

Wanneer je kiezers vraagt zichzelf en partijen te positioneren op de stelling ‘moeten migranten zich aanpassen aan de Nederlandse cultuur of mogen zij hun eigen cultuur behouden?’ – dan zie je dat nogal veel kiezers zichzelf dicht bij het standpunt van radicaal-rechtse partijen plaatsen, en – niet geheel onlogisch – daarom ook vaker op radicaal-rechtse partijen stemmen.

Catherine de Vries hamert erop dat dwarsverbanden in peilingen je weinig vertellen over werkelijke oorzaken. ‘Stemt iemand [op] de PVV omdat ze migratie belangrijk vinden, of vinden ze migratie belangrijk omdat ze op de PVV stemmen?’ zei ze in mijn podcast.

Maar wat opvalt als je naar kiezersonderzoek kijkt is dat migratiestandpunten eigenlijk niet zo bijster veel veranderen. Wat dat betreft is het weinig plausibel dat allerlei actuele ontwikkelingen (zoals de doorbraak van radicaal-rechtse partijen) oorzaak zouden zijn van negatief migratiesentiment – dat sentiment is er namelijk al zo lang we het peilen. In 1994 vond iets meer dan de helft van Nederland dat we meer asielzoekers moeten terugsturen dan toelaten, in 2023 vond 63 procent dat.

Wat wel is veranderd: kiezers laten deze migratiestandpunten steeds nadrukkelijker meewegen in het stemhokje. In 1998 was migratie nog een electorale bijzaak (veel kiezers die negatief dachten over migratie kwamen niet eens opdagen bij verkiezingen), inmiddels is het voor veel kiezers hoofdzaak. Maar liefst 35 procent van de kiezers gaf bij de verkiezingen in 2023 aan dat zij hun stem vooral baseerden op het onderwerp migratie.

Misschien is dat ook niet zo vreemd. Als een hoop kiezers mínder asielmigratie willen, maar méér asielmigratie krijgen dan gaan ze dat als een probleem ervaren. De Eurobarometer peilt al bijna twee decennia wat mensen ervaren als de twee grootste problemen in hun land. Wat blijkt: als er veel werkloosheid is, dan noemen mensen vaak werkloosheid; is er veel inflatie, dan maken mensen zich zorgen over inflatie; en is er veel asielmigratie, dan zien mensen een migratieprobleem.

‘In Nederland komen er objectief gezien maar weinig asielzoekers binnen,’ schrijft Catherine de Vries in haar boek. De asielcrisis is vooral een gevoel. Volgens De Vries komt dat ‘doordat emoties de lenzen zijn geworden waardoor feiten betekenis krijgen’ en ‘gevoelens beter verkopen dan statistieken.’* Maar wie over een langere periode kijkt ziet dat er de afgelopen vijf jaar bovengemiddeld veel asielmigranten binnenkwamen. En wanneer je de komst van Oekraïners meerekent (en waarom zou je dat eigenlijk niet doen?), kwamen er niet eerder zoveel asielmigranten naar Nederland als de afgelopen jaren.

Een gapend representatiegat Radicaal-rechtse partijen munten de onvrede over (asiel)migratie door te claimen dat er een culturele en politieke elite is die maling heeft aan de migratiezorgen van een hoop kiezers. ‘Populisten worden vaak omschreven als mensen die claimen een representatiekloof te dichten’, noteert politiek econoom Laurenz Guenther hierover. ‘Tot op heden hebben onderzoekers grotendeels nagelaten te controleren of dit klopt.’

Dus deed Guenther dat zelf maar. Hij vergeleek de antwoorden van 27.000 burgers uit 27 Europese lidstaten in peilingen met antwoorden in enquêtes onder 994 leden van nationale en Europese parlementen. Zo kon hij zien: op welke onderwerpen wijken de opvattingen van kiezers en gekozenen het meest af?*

Wat bleek: op onderwerpen als immigratie, integratie, en het bestraffen van criminaliteit was de gemiddelde Europese burger véél conservatiever dan de gemiddelde Europese politicus. De culturele kloof tussen de gemiddelde Europeaan en de gemiddelde Europese politicus bleek ongeveer zo groot als de kloof tussen het gemiddelde communistische parlementslid en het gemiddelde conservatieve parlementslid, laat Guenther zien.

Vandaag de dag ziet dat plaatje er vermoedelijk wel anders uit. De gegevens van Guenther komen uit 2009, toen Europese rechtspopulistische partijen slechts 7 procent van de stemmen haalden. In 2025 was hun stemaandeel meer dan verdrievoudigd naar 24 procent.* Daarmee is de representatiekloof op thema’s als migratie en integratie ook deels gedicht.

De beste langjarige data komt uit Zweden, waar ze al sinds de jaren negentig bij elke verkiezing parlementsleden én kiezers op dezelfde onderwerpen peilen.* Steeds gaf ergens tussen de 40 en 65 procent van de Zweedse kiezers aan minder asielmigratie te willen. Meestal was minder dan tien procent van de parlementsleden het daarmee eens. Pas toen de rechts-populistische Zweedse Democraten begonnen te groeien, verschoof de parlementaire opinie richting de publieke opinie.

Op een thema als het verkleinen van de inkomensverschillen vormden parlementariërs al veel langer een aardige afspiegeling van de opvattingen van kiezers.

Nu kun je het met recht betreuren dat de anti-migratiestandpunten die onder kiezers al normaal waren, nu ook onder politieke elites normaal zijn geworden. Maar het hoeft niet per se te verbazen dat in een vertegenwoordigende democratie populaire standpunten vroeg of laat vertegenwoordigd worden. Zeker als die standpunten – bijvoorbeeld: door de komst van meer asielmigranten naar Europa – in het hoofd van veel kiezers relevanter zijn geworden.

Wat mij weer terugbrengt bij het boek van Catherine de Vries over de opmars van radicaal-rechts in Europa – want daarin lees je over al het voorgaande dus niks. Wel over gesloten Britse huisartsenposten (winst voor Reform), slechte leningen van foute banken aan Franse gemeenten (een meevaller voor het Rassemblement National), en een olijfboomziekte in Puglia (kassa voor Lega).

Radicaal-rechts stemmen, want: koude san

·decorrespondent.nl·
Vreemd maar waar: de meest plausibele verklaring voor de opkomst van radicaal-rechts is ook de minst populaire - De Correspondent
Pas overleden Bas Westerweel verschijnt op sociale media met nieuw bericht: ’Zo leeft hij voort... kippenvel’ | De Telegraaf
Pas overleden Bas Westerweel verschijnt op sociale media met nieuw bericht: ’Zo leeft hij voort... kippenvel’ | De Telegraaf
Bas Westerweel mag vorige week dan zijn overleden, op sociale media lijkt hij nog even voort te leven. Op LinkedIn plande de radio- en televisiepresentator een groot aantal berichten vooruit, waarvan er donderdag één verscheen. De familie weet nog niet hoe die reeks te stoppen.
·telegraaf.nl·
Pas overleden Bas Westerweel verschijnt op sociale media met nieuw bericht: ’Zo leeft hij voort... kippenvel’ | De Telegraaf
Dijksma biedt excuses aan voor opzij gelegde kransen
Dijksma biedt excuses aan voor opzij gelegde kransen
Burgemeester Sharon Dijksma biedt excuses aan voor de gang van zaken rond de 4 mei-kransen tijdens de Nakbaherdenking op het Domplein. "Het was een heel grote menselijke fout. Die kransen hadden daar niet mogen liggen en dat spijt me heel erg", zei ze vandaag in een interview op RTV Utrecht. De gemeente onderzoekt wat er precies is misgegaan.
·rtvutrecht.nl·
Dijksma biedt excuses aan voor opzij gelegde kransen
RIVM maakt geen rekensom coronadoden, ondanks wens Kamer
RIVM maakt geen rekensom coronadoden, ondanks wens Kamer
Ondanks een aangenomen Kamermotie en een toezegging van toenmalig minister Kuipers, heeft het RIVM niet onderzocht hoeveel coronadoden het had gescheeld als het land eerder in lockdown was gegaan.
·nos.nl·
RIVM maakt geen rekensom coronadoden, ondanks wens Kamer
Renovatie station Leeuwarden door Movares afgerond
Renovatie station Leeuwarden door Movares afgerond
Eind vorig jaar is de vernieuwing van station Leeuwarden afgerond. Zowel de gevel als de vloer van het stationsgebouw als de eveneens monumentale perronkappen zijn gerenoveerd.
·architectenweb.nl·
Renovatie station Leeuwarden door Movares afgerond
Iran as Vietnam, Ukraine as Korea | Foreign Affairs
Iran as Vietnam, Ukraine as Korea | Foreign Affairs

Iran as Vietnam, Ukraine as Korea Similar Wars End in Similar Ways Gideon Rose May 20, 2026 U.S. flight operations during the Iran war at an undisclosed location, March 2026 U.S. flight operations during the Iran war at an undisclosed location, March 2026 U.S. Navy / Reuters GIDEON ROSE is an Adjunct Senior Fellow at the Council on Foreign Relations and the author of How Wars End.

More by Gideon Rose Listen Share & Download Print Save It has taken the Trump administration just two months to race through all five years of the Johnson administration’s Vietnam policy: entry, escalation, frustrated stalemate, and negotiations. Now, it’s on the Nixon administration’s turf: first blustery threats, then gradual realization of the need to extricate via an unsatisfying deal. If this pace holds, the intervention in Iran should be over in another few months, by which point the recriminations will already have begun.

Of course, no historical analogies are perfect, and there are many obvious differences between the conflicts in Iran and Vietnam: different regions, different ideologies at play, a much shorter time frame, no U.S. ground troops or draft, no change in administrations, advanced military technology, and more. Still, there are notable symmetries in the structures of the two conflicts. And the same is true of the war in Ukraine, which has a structure symmetrical to that of the Korean War. And because structures constrain policymakers’ choices, recognizing these patterns provides clues to how the wars will end.

The U.S.-Israeli war on Iran is likely to conclude like the Vietnam War did in 1973, with an unstable compromise settlement that addresses some issues but leaves other important ones unresolved. Just as the ultimate fate of South Vietnam was left to be determined later, the ultimate fate of the Islamic Republic and its nuclear program will be left for another day. In contrast, the war in Ukraine, like the Korean War, will probably end with a settlement that solidifies something like the current line of conflict, with frozen borders patrolled indefinitely in an armistice that proves more stable and durable than most observers expect.

HALF THE WAY WITH LBJ In November 1963, the leaders of both South Vietnam and the United States were assassinated, putting President Lyndon Johnson suddenly in charge of two countries in crisis. In Vietnam, motivated and well-led northern forces, together with their guerrilla associates in the south, were steadily gaining ground against a hapless South Vietnamese regime. Unless Washington did something to reverse the trend, it seemed Saigon would eventually fall, and the country would be reunified under communist control. Johnson and his team were not greatly optimistic about winning the war, but they feared the domestic and international consequences of losing it. So they decided to increase support for Saigon in hopes that a show of force would cause Hanoi to back off.

Subscribe to Foreign Affairs This Week Our editors’ top picks, delivered free to your inbox every Friday.

Enter your email here. Sign Up

  • Note that when you provide your email address, the Foreign Affairs Privacy Policy and Terms of Use will apply to your newsletter subscription.

At first, this meant sending economic aid and military advisers. Then it meant bombing. Then it meant sending ground troops. And then it meant more of everything. Yet Hanoi stuck to its core objectives and refused to give in. By 1968, the war was costing so much blood and treasure and causing such domestic turmoil that Washington started looking for a way out. Johnson himself never accepted defeat, but he capped the war’s escalation, declared a unilateral halt to the bombing, withdrew from political life, and passed the problem on to his successor.

That turned out to be Richard Nixon, who, with his national security adviser, Henry Kissinger, inherited a fundamental imperative to finish the war but little political capital for new ventures. Neither Nixon nor Kissinger ever contemplated simply abandoning Saigon, but they had their sights set on remaking superpower relations and understood the United States had to move on relatively soon—certainly before the next presidential election. At first, they tried to achieve old goals through a new mixture of force and bluff. They hoped that the North Vietnamese could be cowed by savage new bombing and wild threats, the Soviet Union and China could be cajoled into helping, and the American public could be pacified with small troop reductions—and that all this together would produce an agreement allowing American withdrawal, South Vietnamese survival, and North Vietnamese disengagement. This was the period White House Chief of Staff H. R. Haldeman later immortalized in his memoirs:

[Nixon] was certain he could force the North Vietnamese—at long last—into legitimate peace negotiations. The threat was the key, and Nixon coined a phrase for his theory. . . . He said, “I call it the Madman Theory, Bob. I want the North Vietnamese to believe I’ve reached the point where I might do anything to stop the war. We’ll just slip the word to them that, ‘for God’s sake, you know Nixon is obsessed about Communism. We can’t restrain him when he’s angry—and he has his hand on the nuclear button’—and Ho Chi Minh himself will be in Paris in two days begging for peace.”

But the strategy failed. The Soviets either could not or would not pressure the North Vietnamese strongly enough to make them accept a settlement, the communists neither collapsed nor blinked, and the war dragged on.

By the fall of 1969, the administration was back to where it had begun, except that U.S. troop withdrawals had already started, whetting the American public’s desire for more and giving Hanoi an incentive to wait Washington out. Frustration in the White House mounted. Kissinger ordered his staff to prepare plans for a “savage, punishing blow” against the enemy. “I can’t believe,” he told them, “that a fourth-rate power like North Vietnam doesn’t have a breaking point.” Before attacking, administration officials gave an ultimatum to the Soviets and the North Vietnamese to make concessions—or else. But when they ignored the ultimatum, Washington didn’t follow through on its threats.

Eventually, Nixon and Kissinger settled on a second strategy of extrication, combining a gradual U.S. withdrawal, increased aid to the Thieu regime in Saigon, and an intense pursuit of a negotiated settlement. In 1973, this yielded an agreement that allowed the United States to stop fighting and bring home its prisoners of war, without formally betraying an ally. But the fine print of the agreement allowed communist forces to remain in place in the parts of the south they controlled, enabling them to restart operations once the United States withdrew. That stipulation, along with congressional restrictions on renewed U.S. involvement, led to the fall of South Vietnam two years later.

As Johnson had done in Vietnam, President Donald Trump went into Iran to head off worrisome trends. Israeli and U.S. airstrikes in June 2025 had caused major damage to Iran’s nuclear program. But afterward, the Islamic Republic started rebuilding its conventional military capabilities, and Israel and the United States feared that this would eventually create a powerful shield behind which Tehran could continue to pursue its nuclear ambitions. Trump bought Israeli assurances that a powerful decapitation strike would topple the Iranian regime and solve the problem once and for all, and he approved a joint attack by American and Israeli forces in late February. The airstrikes destroyed much of Iran’s military capacity and killed many Iranian officials, including Supreme Leader Ali Khamenei. But Khamenei’s son Mojtaba succeeded his father, and the deeply rooted Iranian regime continued to function. Worse, it struck back against its neighbors in the Gulf and caused a global energy crisis by putting restrictions on shipping through the Strait of Hormuz.

In April, a frustrated Trump shifted from playing Johnson to playing Nixon, trying a new strategy of increased pressure, ultimatums and threats, and offers to negotiate. This revival of the “madman” approach led to a cease-fire on April 8 and direct talks between American and Iranian officials brokered by Pakistan, but it didn’t produce the desired concessions. The Strait of Hormuz remained closed, and the two sides’ demands remained far apart. Having never planned for a long war, and with costs mounting and domestic support plummeting, Trump is now clearly looking for some face-saving way out, just like Nixon and Kissinger were in the early 1970s. But the Iranians, like the North Vietnamese, are proving stubbornly uncooperative, betting they can win a contest of suffering. What comes next is likely to be an agreement that stops the fighting, allows shipping to resume, and fudges or postpones the resolution of many other points in dispute. Like the fate of South Vietnam, the ultimate fate of the Iranian nuclear program, along with that of the Iranian regime itself, will end up being decided another day.

DRAW POKER In Ukraine, meanwhile, the North Korean troops fighting alongside Russia must be experiencing déjà vu as they reenact their grandfathers’ nightmare, serving as human sacrifices in a stalemated bloodbath. In late June 1950, North Korean forces surged across the 38th parallel in a surprise attack designed to place the entire Korean Peninsula under communist control. Truman administration officials interpreted the move as a major salvo in the increasingly intense Cold War and committed the United States to the defense of South Korea, arranging for UN sponsorship of the effort.

The North Koreans pushed forward during the summer, eventually pinning UN forces into a small area around the southeastern port of Busan. In September, U.S. General Douglas MacArthur’s successful amphibious landing at the port of Inchon behi

·foreignaffairs.com·
Iran as Vietnam, Ukraine as Korea | Foreign Affairs