Ga naar de inhoud
Afscheid van Amerika Leiderschap De VS bouwden het grootste netwerk van bondgenoten uit de geschiedenis en het meest ontwikkelde internationale systeem. Ze werden ook de eerste wereldmacht die zelf de leidersrol opgaf. De Iran-oorlog bezegelt dat.
Rutger van der Hoeven
13 mei 2026 – uit nr. 20
Play
00:00 26:53 Mute Settings Dit verhaal is voorgelezen door de auteur.
© Jeff Greenberg / Universal Images Group / Getty Images Halverwege maart maakte de reusachtige Indiase tanker Shivalik zich los uit de duizenden vrachtschepen die voor anker lagen in de Perzische Golf en voer langzaam via een ongebruikelijke route door de Straat van Hormuz naar de Indische Oceaan. Het was niet de opvallendstee gebeurtenis van de oorlog van de Verenigde Staten en Israël tegen Iran. Maar misschien, als er later op deze oorlog teruggekeken wordt, zou het best eens gezien kunnen worden als de belangrijkste.
De Shivalik wordt namelijk genoemd als eerste schip dat tol betaalde aan Iran voor het passeren van deze zeestraat. Gezien het belang van de Straat van Hormuz voor de wereldeconomie is dat een monumentale strategische gebeurtenis, omdat een waterweg die millennia open was nu in feite in handen is gekomen van een staat. Maar in de financiële wereld kreeg een ander feit meer aandacht: hoe de eigenaar van het schip – de Indiase overheid – afrekende met Iran. India kreeg daar twee opties voor, volgens de scheepvaartskrant Lloyd’s List: betalen in cryptomunten, of in Chinese yuan. Het werd tol in crypto en olie in yuan.
In zakenkranten wordt sindsdien een verhit debat gevoerd over de betekenis hiervan. Essentieel voor hoe onze wereld werkt, is namelijk dat olie en gas over de hele wereld worden verhandeld in dollars. Dat ondersteunt de dominantie van de dollar in de wereld, het maakt dat de wereld Amerika’s economie subsidieert en het geeft de VS macht over landen die dollars nodig hebben. Dat is al zo sinds de VS en Saoedi-Arabië daar in de jaren zeventig akkoorden over sloten.
Maar steeds meer landen lijken daarvan af te willen en de Iran-oorlog gaf daarvoor een opening. De VS bleken niet in staat om veilige doortocht door de Straat van Hormuz af te dwingen én niet in staat om die overeenkomst te voorkomen waarin de twee grootste landen ter wereld en Amerika’s grootste vijand elk een rol spelen. De Shivalik is daarmee misschien wel een wegbereider van een toekomstige exodus uit de dollar, het vlaggenschip van een nieuwe economische wereldorde.
Toegegeven, dit is allemaal speculatie. Het einde van Amerika’s economische dominantie in de wereld en de macht van de dollar is al vaak verkondigd. Bijvoorbeeld in de jaren zeventig, toen het wereldwijde monetaire systeem, de goudstandaard, ten einde kwam. Of na de financiële crisis van 2007. Het einde van de VS als supermacht is al veel vaker aangekondigd. Voor het eerst na de lancering van de Russische satelliet Spoetnik, eind jaren vijftig. Daarna nog eens tijdens de Vietnamoorlog, na de aanslagen van 11 september 2001 en de slepende war on terror, en na de mislukte staatsgreep van Donald Trump in 2021. De invloedrijke politicoloog Daniel Drezner noemde dit ‘hymnen uit de Kerk van Eeuwige Zorgen’. Telkens kwamen er nieuwe, en telkens toonden de Verenigde Staten een opmerkelijk vermogen om zichzelf opnieuw op te richten en hun macht in de wereld te behouden.
Maar er is reden om te geloven dat het deze keer anders is – net als Drezner zelf doet. De tocht van de Shivalik is exemplarisch voor een wereld waarin de Verenigde Staten niet alleen de ambitie hebben opgegeven om de wereld te leiden via internationale normen en afspraken, maar ook het vermogen verliezen om dat te doen. Dit is een wereld waarin de VS zich hebben ontpopt tot een op zijn best onverschillige en op zijn slechtst verstorende en roofzuchtige macht, roekeloos opererend in een wereld waarin landen hun eigen pragmatische oplossingen zoeken voor problemen waar de VS geen uitkomst voor kunnen of willen bieden – of die zij zelf hebben veroorzaakt.
De Iran-oorlog is hier niet de oorzaak van, maar wel een markeerpunt. ‘Trumps zelfverklaarde “excursie” naar Iran is een point of no return in Amerika’s terugtrekking als een mondiale grootmacht’, schreef de filosoof John Gray in The New Statesman. Hij wees op tal van politieke, strategische en economische gevolgen van de oorlog. Maar één daarvan staat voorop, meent hij. ‘Het kardinale gevolg van deze oorlog zal de dood zijn van het idee van het Amerikaans imperium’, schrijft Gray. Het betekent de dood van een project dat Amerika presenteerde als vertaling van latente verlangens en aspiraties in elk mens, zoals vrijheid, zelfbeschikking en zelfontplooiing, en dat de VS afschilderde als goedwillende hegemoon die de wereld naar een betere toekomst zou leiden.
Ook oud-diplomaat Kishore Mahbubani, voormalig voorzitter van de VN-Veiligheidsraad en heraut van de Aziatische toekomst, ziet dat zo. ‘We zijn niet in een post-Amerikaanse wereld beland, juist verre van dat’, zegt hij tijdens een videogesprek vanuit zijn werkkamer in Singapore. ‘Acties van de VS hebben de afgelopen zestien maanden de hele wereld verstoord op tal van terreinen. De VS zijn daarmee alleen maar een grotere drijvende kracht geworden dan ze al waren. Maar het is duidelijk dat we kijken naar het einde van het Amerikaanse moment in de geschiedenis.’
‘De VS zullen nog lange tijd het sterkste land ter wereld zijn en het Westen de sterkste beschaving’, vervolgt hij. ‘Maar hun kracht en hun vermogen om de wereldgeschiedenis te vormen zal steeds verder afnemen. We nemen ook mentaal afscheid, en de Iran-oorlog versnelt dat. De wereld waarin landen proberen te slagen door replica’s te worden van het Westen, zoals Japan deed, die wereld is stervende. De Iran-oorlog schaadt de wereld in materiële zin, en schaadt Amerika in morele zin. Westerse oplossingen en ideeën worden er nog minder interessant door voor de wereld. De westerse dominantie was altijd gebaseerd op het geweer, niet op ideeën, zoals Amerikanen en Europeanen graag geloofden. Nu wordt hun dominantie ondergraven door het geweer.’
‘Het politieke probleem waar de mensheid voor staat’, zo schreef John Maynard Keynes een eeuw geleden, ‘is hoe drie zaken met elkaar in overeenstemming kunnen worden gebracht: economische efficiëntie, sociale rechtvaardigheid en individuele vrijheid.’ De Britse econoom schreef zijn ideeën niet alleen op, maar bracht deze ook in de praktijk. Hij werd in het Amerikaanse vakantieoord Bretton Woods een van de ontwerpers van goudstandaard, en de naoorlogse mondiale economie. Daarmee was hij ook een van de grondleggers van wat bekend zou komen te staan als de liberale wereldorde.
Keynes’ beschrijving is nuttig omdat die duidelijk maakt wat de liberale wereldorde precies was: een soort sociaal contract tussen verschillende landen (geleid door de winnaars van de Tweede Wereldoorlog), dat economische groei, rechtvaardigheid en vrijheid als idealen had. De filosoof John Rawls werkte dit idee verder uit, en voegde zelfbeschikking, mensenrechten en wederzijdse hulp toe als internationale beginselen. De VS omarmden deze beginselen officieel, en presenteerden zichzelf zeventig jaar lang via presidenten, diplomaten en in internationale fora als de natuurlijke beschermheer van dit internationale sociale contract, en de internationale organisaties die er het uitvloeisel van waren.
Of dat nou terecht en oprecht was of niet – vraag het niet aan auteurs zoals Noami Klein – die situatie is nu in ieder geval voorbij. Afgelopen januari stapten de VS uit 66 internationale organisaties die gingen over klimaat en ontbossing, maar ook cultuur, vredesmissies, hulp bij verkiezingen, technische commissies, onderwijs en nog veel meer. De VS saboteren al acht jaar de Wereldhandelsorganisatie, brachten door wanbetaling de Verenigde Naties aan de financiële afgrond en lanceerden met Trumps Board of Peace een rivaal van de Veiligheidsraad. Ze verklaarden de oorlog aan internationale handel en zagen bijna dagelijks aan de poten van hun eigen militaire allianties, die samen met afstand het grootste en machtigste strategische netwerk vormen uit de geschiedenis. Bij twee aanvallen op andere landen negeerden de VS volledig de internationale instituties die deze schendingen van internationaal recht in theorie legaal hadden kunnen maken.
Is daarmee dan eindelijk het moment aangebroken waar de hymnen uit de Kerk van Eeuwige Zorgen voor waarschuwden? Om dat te bepalen, kunnen we de boeken erbij nemen waarin dat moment werd aangekondigd. De onverbiddelijke klassieker op dat gebied is The Rise and Fall of the Great Powers, waarmee de Britse historicus Paul Kennedy in de jaren tachtig een bom liet afgaan in het Amerikaanse publieke debat. Tot zijn eigen schrik overigens, want Kennedy schreef alleen op wat in Europa als algemene kennis geldt: dat grootmachten (zoals de Nederlandse Republiek) altijd opkomen en weer neergaan.
Hun economie verliest fut, schreef Kennedy, ze raken technologisch achterop, of besteden te veel aan hun leger en imperium. Dat is de imperial overstretch waarvan Kennedy de tekenen ook bij de Sovjet-Unie en de VS zag. Hij voorspelde daarom dat ook zij zouden ‘vallen’, en waarschijnlijk redelijk snel. Het boek werd een onwaarschijnlijk succes, dat door analisten en presidenten werd gelezen, en werd aangetroffen in de boekenkast van Osama bin Laden. (Net als, curieus genoeg, Checking Iran’s Nuclear Ambitions.) Het inhalen van de VS door China is echter nog niet gebeurd, economisch noch militair.
Er is ook geen oorlog geweest tussen de neergaande en opkomende macht waarmee de ‘hegemoniale cyclus’ vaak wordt afgesloten. Dat punt werd gemaakt door Kennedy en ook door Robert Gilpin in War and Change in World Politics, ook uit de jaren tachtig. Gilpin besteedt daarin ook aandacht aan de opvallende ergernis die grootmachten door de geschiedenis heen aan de dag leggen jegens de kleinere machten die onder hun bescherming vallen en hun eis d
In de hoofdzaak
6.6. verklaart voor recht dat de accreditatievoorwaarden als opgenomen in artikel 2.1. van de Persrichtlijn 2025 onrechtmatig en onverbindend zijn wegens strijd met artikel 10 EVRM;